Hotel Boschhuis in Ter Apel behoudt het goede met knusse gerechten (voor elk wat wils), tapijtjes op tafel en échte gebakken aardappelen.
is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.
Boslaan 6, Ter Apel
hotelboschhuis.nl
Cijfer: 7,5
Hotel met ouderwetse eetkamer, uitgebreide kleine en grote kaart. Keuzemenu met drie gangen voor € 46,50 en vier voor € 54,50, ook vega. Dagelijks open van 10 tot 22 uur.
In de statige, maar knusse eetkamer van Hotel Boschhuis, aan de lange tafel bij het raam, ontspint zich een voorstelling die mij van alle tijden lijkt: kleinzoon leest het keuzemenu voor aan zijn lichtelijk hardhorende, lichtelijk bijziende grootvader. ‘Jawel hoor, opa’, horen we de jongen met blauwgeverfd haar de bejaarde heer met overslaande stem geruststellen. ‘Je krijgt frietjes, groente, sla èn gebakken aardappelen. Het zit er allemaal bij in!’
Het is overduidelijk grootmoe’s verjaardag. Alle dames hebben iets leuks aangetrokken, de haren geföhnd, en houden het gesprek op gang: ‘En wàt studeerde je nou ook alweer?’. De twee oudooms aan de kop zitten de hele avond zwijgend naast elkaar. Er is een nurks kijkende aangetrouwde neef die net iets te snel zijn vaasje bier achterover tikt en direct een nieuwe bestelt, en een stakerige puber die bij iedere uitwisseling met het meisje van de bediening bloost tot achter zijn flaporen. Drie kwartier te laat komt het jonge stel met de baby binnen, maar niemand vindt het erg, want iedereen is blij de baby te zien. Onder tafel beginnen de kinderen ondertussen hun eigen feestje.
Familiediners zijn een specifiek type bijeenkomsten waarvoor niet ieder restaurant geschikt is. Oma Riet wil iets anders eten dan neef Teun, oom Jaap heeft niet zo’n grote eetlust meer, terwijl Sonja juist in de groei is. Kaatje heeft zin in biefstuk, maar Julia eet tegenwoordig vegan. En is er wel genoeg, en zijn er ook wel frietjes, en hoeveel gaat dat geintje eigenlijk kosten? Veel families kiezen tegenwoordig uit veiligheidsoverwegingen voor een van de grote, troosteloze all-you-can-eatketens die nog altijd als paddenstoelen uit de grond schieten, of de wereldrestaurants die op strategische plekken langs snelwegen verrezen.
Het Boschhuis bij Ter Apel lijkt op niets van dat al, en is desalniettemin gemáákt voor oma’s verjaardag. Het eclectische gebouw in het bos doet me met z’n puntdak met windwijzer, cursief geschreven lichtreclame en groene voordeurluifel die zich als een vinger uitstrekt naar de weg, denken aan Hotel De Koperwiek uit het kinderboek Otje. Pal ernaast, tussen hoge bomen, ligt het imposante middeleeuwse kruisherenklooster uit 1465, inmiddels een aardig museum voor klooster- en kerkgeschiedenis met een prachtige binnentuin.
Het hotel, op de plek van het voormalige bak- en brouwhuis van het klooster, wordt al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw gerund door de familie Porrenga. Op de tafels liggen, onder het witte linnen, ouderwetse wollen kleedjes. Er zijn lederen stoelen met klinknagels, oude pentekeningen van kerktorens en koeien, Groninger koffiepotten, lampenkapjes aan de muren en vitrage voor de ramen. Janine Porrenga stuurt een team van goedgeluimde jonge mensen met smetteloze blouses en giletjes aan. ‘Smaakt het allemaal? Bij de heren op de hoek ook alles naar wens? Zeker weten? Goed zo.’
Het menu heeft uitgebreide kleine en borrelkaarten: bitterballen, broodjes en uitsmijters, maar ook huisgemaakte huzarensalade, een uitstekend uitziende hamburger, warme camembert met tijm of Groninger mosterdsoep met spekjes. Op de avondkaart zien we lekkere retrogerechten als varkenshaas gevuld met brie en cashewnoten met groenepepersaus, maar ook een opvallend weldoordacht aanbod in vegetarisch. Er is een keuzemenu van drie gangen voor € 46,50 en vier voor € 54,50, en daarnaast ook nog een hele lijst gerechten à la carte.
Wij trappen af met de crème brûlée van geitenkaas (€ 16,50) met gemarineerde watermeloen, honing-olijfkruim en basilicum. Het blijken drie forse quenelles, smakelijke kaasmousse waar met suiker en een gasbrander een knapperig laagje op is gekaramelliseerd. De watermeloen is sappig, fris en vlezig van textuur, geurige, verse basilicum maakt het gerecht af: het is een simpel, maar effectief voorgerecht.
Ook kalfssucade op risotto bevalt. De risotto is natuurlijk niet à la minute gemaakt, wat hem wat log en zwaar van structuur maakt. Maar de smaak is in orde en het stoofvlees met jus lekker mals en hartig; voor € 16 is het bovendien een behoorlijk forse portie.
Van het lijstje dierloze hoofdgerechten kiezen we de ‘vegetarische Wellington’ (€ 23,50). Nu ben ik meestal vrij rekkelijk wat de klassiekers betreft, en een Wellington hoeft van mij beslist niet per se met de voorgeschreven beef te worden gemaakt. Gebruikelijk is dat een ossenhaas met duxelles (paddenstoelengehakt) in korstdeeg wordt gebakken, waar je dan mooie rosé plakken van kunt snijden met een knapperig, boterig randje. Maar de afgelopen jaren kwamen we allerlei verschillende versies tegen – vooral de beet Wellington had rond 2019 echt z’n moment als feestelijk vega hoofdgerecht.
Wat mij evenwel essentieel lijkt, is dat het een langwerpig, in deeg gerold middendeel betreft waar je vervolgens een plak van krijgt geserveerd. Wat we bij Boschhuis krijgen voorgezet, portobello met gedroogde tomaat en risotto, gebakken in bladerdeeg, lijkt mij dan ook geen Wellington, maar gewoon een (lekker) pasteitje. Er ligt een groentestoofje onder en gerookte paprikasaus omheen. De wildpeper van hert, wildzwijn en haas (€ 29,50) is ook in orde, zij het nèt een beetje vlak van smaak, met romige kruidenpuree ernaast.
Waar we vooral vrolijk van worden zijn de bijgerechten: lekkere frietjes, een eenvoudige, maar zorgvuldig salade van ijsbergsla met tomaat en prima croutons, een schaaltje rode biet met wortel en, halleluja, èchte gebakken aardappelen. Die laatste komen we maar heel zelden tegen, want wat als gebakken op de kaart staat, blijkt bij aankomst meestal gefrituurd. Wat dit feestje echt af had gemaakt, was zelfgemaakte mayonaise – die heeft het Boschhuis helaas nog niet.
Bij de desserts overwegen we natuurlijk de ijscoupe die Oma’s Lieveling heet, met boerenjongens, advocaat en slagroom, maar die laten we toch aan de jarige. Mijn tafelgenoot neemt de Eton Mess (€ 10,50). Dit is een toetje dat al sinds de 19de eeuw traditioneel op de prestigieuze, dure Engelse jongenskostschool Eton wordt geserveerd, tijdens de jaarlijkse cricketwedstrijd tegen de al even chique jongenskostschool Harrow (waar ze het dessert trouwens ook weleens serveren, maar dan onder de naam Harrow Mess). Het is inderdaad een ‘zooitje’, een soort door elkaar geklutste trifle van geslagen room, gebroken meringue en aardbeien of ander rood fruit.
Het geheim van dit verrukkelijke, simpele toetje zit hem erin dat je, als het goed is, de ingrediënten afzonderlijk blijft proeven, en dat kan eigenlijk alleen door het fruit en de zuivel niet te zoet te maken, want in meringue zit natuurlijk al heel veel suiker. Dat hebben ze bij Het Boschhuis goed begrepen, door naast de nauwelijks gezoete slagroom wat ricotta te gebruiken; niet gebruikelijk, maar het werkt wel goed. Ikzelf neem de Fladdermisu (€ 11,50), een versie van de tiramisu met in plaats van de gebruikelijke marsala of amaretto de Groningse citroen-kaneelbrandewijn Fladderak. Het is leuk bedacht, maar wel een beetje te zoet en zwaar – zeker omdat er ook nog vanilleijs en slagroom bij zit. De desserts zijn versierd met een framboos, een bepoedersuikerd takje munt en een chocoladeschots.
Het Boschhuis is een fijn karakteristieke, ouderwetse plek zoals er niet zo veel meer zijn, waar bovendien ook nog duidelijk met zorg en plezier wordt gekookt en bediend. Een uitstekende locatie om je familie te trakteren, of om na een lange boswandeling in de prachtige omgeving de benen te strekken.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant