Home

Heracles-Ajax, veertig seizoenen geleden: de semiprofs uit Almelo tegen Marco van Basten

Voetbal Zaterdag speelt het zieltogende Heracles thuis tegen Ajax. Veertig seizoenen geleden was de verhouding op de eredivisieranglijst vrijwel identiek. Toen reisde het Ajax van coach Johan Cruijff en spits Marco van Basten naar Almelo. „Laat ’m toch niet zo vrijlopen!”

Marco van Basten nadert het doel van Johan Tukker in de wedstrijd Heracles-Ajax van 15 september 1985.

Het is een godswonder dat de wedstrijd Heracles – Ajax op 15 september 1985 op het programma staat in de Eredivisie. De armlastige club uit Almelo is in juni van dat jaar tot ieders verbazing kampioen geworden van de eerste divisie. Vrijwel alle Heraclieden zijn semiprof, net als hun coach Gerard Somer, die overdag op de financiële afdeling van een ingenieursbureau werkt. De enige versterkingen die de club zich na de promotie kan permitteren zijn twee amateurs van voetbalclub Stevo, uit het nabijgelegen Geesteren.

Ajax, onder leiding van coach Johan Cruijff, bestaat uit full-profs. De regerend landskampioen komt die zondag met een ongekend getalenteerde selectie naar Overijssel.

Verslag van een even zonnige als unieke middag in Almelo, aan de hand van enkele hoofdpersonen. „We geloofden écht in een stunt.”

Godsdienstleraar

Alex Oude Wesselink is één van de amateurs uit Geesteren. Overdag staat hij voor de klas op de Lagere Technische School in Almelo. Nederlands, rekenen en vooral catechese zijn de vakken die hij onderwijst. Aan het einde van zijn werkdag rijdt hij met zijn rode Alfa Romeo Giulietta naar het stadion van Heracles voor de training.

Zijn bolide – sportief getuned, een beetje verlaagd en met extra dikke velgen – contrasteert met de voetballer die hij is: een boomlange, kopsterke spits met een ruime draaischijf. Hij gedijt het best bij scherpe voorzetten van de zijkant. Alleen zal Heracles in de eredivisie amper over de middenlijn komen.

Dat weet de godsdienstleraar, zoals teamgenoten hem noemen, allemaal nog niet als trainer Gerard Somer hem na de laatste training voor de wedstrijd tegen Ajax bij zich roept. Oude Wesselink (27) zal in de basis starten, in het centrum van de aanval. De spits weet niet wat hij hoort – in een paar maanden tijd van de tweede klasse met Stevo naar een eredivisiedebuut tegen Ajax.

Eenmaal in het stadion kijkt Oude Wesselink zijn ogen uit. Dankzij een paar noodtribunes is het Gemeentelijke Sportpark aan de Bornsestraat gevuld met twaalfduizend toeschouwers. In de hoek van het stadion staat voor de gelegenheid zelfs een grote snackkar met patat en broodjes frikadel. Voor een plek op de hoofdtribune hebben de meest gefortuneerden uit de Twentse textielstad twintig gulden betaald. Een overdekte staanplaats kost negen gulden. De mensen die voor zes gulden onoverdekt staan, hebben geluk: de zon schijnt volop.

De spelers van Ajax zijn om een andere reden verrast. Het veld in Almelo ligt er fantastisch bij. Een dikke grasmat die kort is gemaaid. De Ajacieden zijn gewend om in de provincie op aftandse velden te spelen met opzettelijk niet gemaaid gras, zodat vlot combinatievoetbal onmogelijk is. Niet in Almelo, waar Heracles de regerend landskampioen met ontzag ontvangt, tot teleurstelling van coach Gerard Somer.

Na 54 seconden spelen en één vlotte Amsterdamse combinatie ligt de bal er al in: 0-1. Elf minuten later krijgt Marco van Basten na een pass van Ronald Koeman zó veel ruimte dat ’s avonds in de uitzending van Studio Sport goed is te horen dat een Twentse toeschouwer schreeuwt: „Laat ’m toch niet zo vrijlopen!”

Alex Oude Wesselink ziet het vanaf de middenlijn gebeuren. Heracles – Ajax: 0-2.

Heraclesspits Alex Oude Wesselink, overgekomen van amateurclub Stevo.

Heraclesaanvaller John ter Mors.

Bilbroei

John ter Mors verkeert sinds de promotie in de zevende hemel. De geboren Enschedeër, die nog bij zijn ouders woont, staat al een paar jaar bij Heracles in de aanval. Sportief en financieel gaat het hem voor de wind. Hij werkt bij het staatsbedrijf Posterijen, Telegrafie en Telefonie – beter bekend als de PTT. Als postbode heeft hij zijn droombaan. Het centrum van Enschede is zijn wijk. Door zijn status als voetballer en zijn rijzige voorkomen is Ter Mors (23) er een bezienswaardigheid, zeker als hij in de zomer in een korte broek zijn ronde loopt. In de door de PTT verplichte lange broek loopt hem bij warm weer het zweet door de bilnaad. Daar houdt hij niet van. Een bedrijfsarts helpt hem uit de brand. Ter Mors heeft last van bilbroei, luidt de diagnose. Als eerste postbode mag hij van de PTT een korte broek dragen.

Naast zijn inkomen als ambtenaar verdient hij bij Heracles 1.500 gulden bruto per maand, plus 300 gulden reiskostenvergoeding. Hij heeft er een BMW 323 injectie van bij elkaar gespaard. Zijn ouders vragen hem kostgeld te betalen.

Ze zijn gek op hun zoon, van wie ze geen wedstrijd missen. De suppoosten bij het stadion van Heracles groeten hen bij de thuiswedstrijden persoonlijk. „Dag Eef, dag Rita.”

Zo ook op zondagmiddag 15 september. Na een half uur spelen, veren ze beiden op. Hun zoon onderschept een slordige breedtepass van Ajacied Johnny van ’t Schip en rent er op volle snelheid mee op het Ajax-doel af. Een golf van sensatie rolt door het stadion, zelfs op de hoofdtribune gaat het publiek staan. De rappe Ter Mors is net de lijn van het strafschopgebied gepasseerd als hij verwoestend uithaalt. Doelman Stanley Menzo is kansloos: 1-2.

Onder luid gejoel maakt Ter Mors zijn karakteristieke vreugdedans: twee gebogen armen die een achterwaartse draai maken terwijl hij springt en daarbij beide knieën tegelijk optrekt. Alsof hij achterwaarts aan het touwtjespringen is. Eef en Rita ter Mors kunnen hun geluk niet op. Hun zoon komt ook uit voor het nationale postelftal, maar wat is er mooier dan scoren tegen Ajax?

Heracles is helemaal terug in de wedstrijd, lijkt het.

Parijs

Johan Tukker heeft er al een voetballeven opzitten als hij in 1983 bij het noodlijdende Heracles tekent. De doelman heeft het seizoen daarvoor nog Europees voetbal behaald met FC Groningen, maar de trainer ziet het niet langer zitten met hem. Tukker moet op zoek naar een andere club, het liefst zo dicht mogelijk bij de stad Groningen. Daar werkt hij op de Grote Markt bij de Amrobank als particulier adviseur.

Via via belandt hij bij Heracles, waar hij moet inleveren op zijn salaris. Maar Tukker is een liefhebber. Bovendien heeft hij nog zijn inkomen van de bank. Alleen de afstand Groningen – Almelo is een obstakel. De reiskostenvergoeding van Heracles is niet toereikend om hem voor iedere training twee keer 120 kilometer uit te keren. De bankier bedenkt zelf een oplossing: alleen op dinsdag en vrijdag traint hij in Almelo.

En zo kan het dat de dertigjarige Tukker in het eredivisieseizoen ’85/’86 op maandag- en donderdagavond op een bijveld van het Oosterparkstadion meetraint met de oudste jeugd van FC Groningen. Op dinsdag is er in Almelo individuele keeperstraining, op vrijdag is hij weer beschikbaar voor zijn teamgenoten. In Almelo kijkt niemand er van op.

Heraclesdoelman Johan Tukker.

Heraclescoach Gerard Somer.

In de zeventigste minuut sprint Marco van Basten, na knullig balverlies van Ter Mors, met de bal aan zijn voet richting het doel van Tukker. Met twee vloeiende schijnbewegingen ontrafelt de Ajax-spits op fabelachtige wijze de verdediging van Heracles. Tukker, die bezig is aan een goed seizoen, is opnieuw kansloos. Uit frustratie slaat hij met gebalde vuist op de grond.

Het is de vijfde goal van Van Basten die middag, waarmee hij de basis legt om voor het derde seizoen op rij topscorer van Nederland te worden. Met 37 competitiegoals grijpt de spits dat jaar ook de Europese topschutterstitel. In het beroemde variététheater Lido in Parijs reikt de Duitse voetballegende Franz Beckenbauer hem de Gouden Schoen uit.

Dreumes

In het midden van de riante touringcar die Ajax via de A1 naar Almelo vervoert zit Erik Regtop. Alleen. De aanvaller kijkt uit het raam en zwijgt. Hij is zeventien jaar. De dag voor de wedstrijd, na de laatste training, zag hij tot zijn verrassing zijn naam op het briefje in de kleedkamer staan met daarop de wedstrijdselectie. Bij thuiskomst had hij meteen zijn vader gebeld om het te vertellen. „Da’s mooi”, was alles wat senior had gezegd.

Erik Regtop is een paar maanden eerder vanuit het Drentse Schoonebeek naar Amsterdam verhuisd, waar hij op het Berlage Lyceum het laatste jaar van de havo volgt. Cruijff noemt hem ‘Bartje’, naar de hoofdpersoon uit het gelijknamige en verfilmde kinderboek van Anne de Vries. Het is de enige associatie die Cruijff heeft met Drenthe.

Het kan Regtop weinig schelen, hij heeft net een driejarig contract getekend bij zijn droomclub. Toch mist de kleine aanvaller zijn vrienden en de warmte van het kleine, Drentse gezin. Zijn moeder is drie jaar eerder overleden, zijn enige broer geeft niets om voetbal. Zijn vader Piet trekt met zijn viskar door Drenthe en kan alleen in de avonduren met hem bellen, thuis in Schoonebeek met de vaste lijn.

Erik Regtop moet zich zien te redden in Amsterdam. Vanaf zijn kamertje bij het gastgezin Gras in Amsterdam-West gaat hij naar het Centraal Station, waar hij tramlijn 9 pakt naar Ajax. De jeugdinternational staat bekend als een van de grootste talenten van het land. Ajax, Feyenoord en PSV hebben in de zomer van ’85 bij zijn vader geïnformeerd. „Koning Voetbal heeft een prins en zijn naam is Erik Regtop”, schrijft dagblad Het Vrije Volk in juli dat jaar. „Hij kan bijna geen voetballer uit Nederland zijn. Als je hem zo over het veld ziet lopen, ontkom ik althans niet aan de indruk hier met een nazaat van de Braziliaan Gerson van doen te hebben.”

Eenmaal aangekomen in Almelo moet de spelersbus van Ajax keren op het terrein voor het stadion. Dat gaat lastig. Daarop gooien Marco van Basten en Rob de Wit hun speelkaarten opzij en schieten vanachter uit de bus de chauffeur te hulp. „Ja, kom maar!”, roepen ze. „Verder achteruit, geen probleem!” Een paar tel later rijdt de touringcar geheel volgens plan tegen een betonnen paal, tot grote hilariteit van de twee aanvallers. Erik Regtop ziet het gebeuren, lacht, maar zegt niets.

Na bijna een uur spelen, kijkt Cruijff opzij in de dug-out. „Bartje, warmlopen.” Gerald Vanenburg, die last heeft van buikloop, gaat naar de kant. Regtop mag erin. Moeiteloos speelt hij mee, aan de zijde van centrale middenvelder Frank Rijkaard. Na afloop in de kleedkamer zegt niemand iets over zijn debuut. Een journalist van Het Parool doet dat wel. „De roodharige Drentse dreumes Regtop maakte van de gelegenheid gebruik om te laten zien dat hij geen angst heeft en gemakkelijk een tegenstander uitspeelt.”

Ajax-talent Erik Regtop.

Heraclesspeler Ray Richardson.

Dwaallicht

Lange tijd liet de jonge Ray Richardson de racistische uitingen in de straten van het Engelse Luton van zich afglijden. Zelfs de stenen die ze naar hem gooiden, liet hij onbeantwoord. Hij negeerde het advies van zijn vader, een migrant uit Trinidad en Tobago, om van zich af te slaan. Tot er op een dag na weer een scheldpartij iets in hem brak. De kleine Ray pakte in een opwelling een steen en raakte de dader op zijn hoofd. Het bloed liep er uit.

Een uur later stond de jongen met een gehechte wond bij de familie Richardson voor de deur. Of hun zoon misschien mee wilde voetballen. Ray had respect afgedwongen. Het leerde Richardson een belangrijke les: buig mee, maar stel een duidelijke grens als iemand je tot op het bot beledigt.

Dus toen hij in 1982 bij Heracles terechtkwam en een teamgenoot na een training diens voetbalschoenen naar hem gooide met de opdracht ze te poetsen, gooide Richardson ze nog harder terug. Nooit meer had hij last van het dwaallicht.

Het incident was een uitzondering, de gemoedelijkheid in Almelo overviel Richardson na de ervaringen in zijn geboorteland. In de jeugd van Tottenham Hotspur en later bij zijn werk als manusje van alles bij autofabrikant Vauxhall ging het er niet heel anders aan toe dan op straat in Luton. Wanneer hij in het eredivisieseizoen in Almelo een keer ziek is, komen er ploeggenoten bij hem langs met een pak appelsap. Voor zichzelf hebben ze een krat bier bij zich.

Richardson voetbalt misschien wel onder zijn niveau in Almelo, maar hij heeft het naar zijn zin in Twente. In zijn beginjaren woont hij als kostganger in bij Heracles-sponsors Henk en Femmie Wolthuis, eigenaar van een onder de woning gelegen slagerij én dameskapsalon.

Het schaarse maar trouwe Heraclespubliek waardeert Richardsons souplesse, zijn met olie ingesmeerde benen en zijn onverzettelijkheid. Scheenbeschermers draagt hij niet, een harde tackle blijft nooit lang uit. Maar die zondagmiddag tegen Ajax komt het er simpelweg niet van. De Amsterdammers spelen met voortdurende positiewisselingen Heracles helemaal tureluurs: 1-8. Er valt niet één gele kaart. „De Almeloërs probeerden te voetballen, maar waren veel en veel te lief”, zal commentator Hugo Walker ’s avonds concluderen in de samenvatting van Studio Sport.

Blote reet

De rest van het seizoen vergaat het de Almeloërs niet veel beter. In het bekertoernooi verliezen ze van de amateurs van Marken, bij de uitwedstrijd tegen Feyenoord kan de buschauffeur De Kuip niet vinden, bij de thuiswedstrijden lopen de toeschouwersaantallen steeds verder terug. De financiële problemen houden aan, niets helpt: niet de nieuwe shirtsponsor, de melkbus voor donaties bij de ingang van het stadion, de bingoavonden met supporters, noch later de verkoop van heuse ‘Heracles-sigaretten’ door een plaatselijke tabaksfabrikant of het singletje met het lied Hart voor Heracles.

Gouden hart voor Heracles mijn club

Al staan we dan nog wel eens onderaan

Mijn gouden hart voor Heracles

Dat zal nog heel mijn leven blijven slaan

Symptomatisch voor de aanhoudende malaise is een voorval bij de uitwedstrijd tegen FC Den Bosch. Henk ten Cate, voor een prikkie overgekomen van Go Ahead Eagles, mag in de tweede helft invallen. Er zijn alleen niet genoeg tenues voor alle spelers. Ten Cate moet, voor hij erin komt, aan de zijlijn het broekje aantrekken van zijn teamgenoot die eruit gaat. Dat weigert de buitenspeler. „Ik ga niet in mijn blote reet staan”, zegt Ten Cate. Daarop stuurt Gerard Somer zijn aanwinst naar de tribune. De wedstrijd gaat wederom kansloos verloren.

Op zondag 25 mei 1986 speelt het dan al weken gedegradeerde Heracles de laatste wedstrijd, thuis tegen Roda JC voor 1.500 toeschouwers. De sfeer in de kleedkamer is gelaten. Een paar spelers dollen met Johan Tukker. „Honderd goals tegen krijgen als keeper in één seizoen, dat zou wel heel erg zijn…” De doelman probeert het te negeren, maar als de score binnen het uur weer oploopt naar 0-7, wordt het hem te veel. Gefrustreerd loopt hij van het veld, waar Gerard Somer en wat wisselspelers hem weten te kalmeren. De eindstand die middag, opnieuw: 1-8.

Heracles eindigt de competitie als laatste, met 99 tegentreffers. Ajax moet het kampioenschap aan PSV laten, maar scoort 120 doelpunten – net geen clubrecord.

Marco van Basten in actie tijdens de wedstrijd. Rechts John ter Mors.

Epiloog

Spits Alex Oude Wesselink kwam het hele seizoen ’85/’86 bij Heracles niet tot scoren. Het bleef ook bij één basisplaats – die tegen Ajax. In de uitwedstrijd tegen Feyenoord gaf hij als invaller wel een assist op Hendrie Krüzen, het grootste Heracles-talent in jaren. Na één jaar profvoetbal keerde Oude Wesselink in de zomer van ’86 terug naar Stevo. Hij verliet het onderwijs, was decennia commercieel directeur van RTV Oost en woont nog altijd op loopafstand van Stevo in Geesteren.

John ter Mors woont nog altijd in Enschede, zijn zoon werkt in de fanshop van FC Twente. Hendrie Krüzen zat in 1988 bij de Oranjeselectie die Europees Kampioen werd, net als zes van zijn tegenstanders die ene middag in Almelo: Marco van Basten, Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Gerald Vanenburg, John van ’t Schip en Arnold Mühren. Dit weekend zit Krüzen, als vanouds, op de bank bij Heracles als assistent-trainer.

Johan Tukker is nog immer topfit en heeft vanuit zijn woonkamer een fenomenaal uitzicht op zijn geliefde Groningen. Marco van Basten is analist bij Ziggo Sport. Erik Regtop redde het niet bij Ajax („Dennis Bergkamp stond op mijn positie en was gewoon beter”), maar speelde in Engeland, Frankrijk en Oostenrijk. Hij woont sinds een aantal jaar in Zwitserland.

Ray Richardson handelt in leren tassen en jassen, in tweedehands auto’s en boten. De Brit voelt zich thuis in Friesland, waar hij na zijn tijd bij Heracles speelde voor SC Heerenveen. Henk ten Cate was assistent-coach van Frank Rijkaard bij Barcelona, hoofdcoach van Ajax en miste onlangs het WK als bondscoach van Suriname. Gerard Somer kreeg eind 2025 een fatale diagnose. Een paar weken na zijn terugblik op Heracles – Ajax („We geloofden écht in een stunt”) behield hij in een hospice in Deventer de regie over zijn leven. Hij werd 81 jaar.

Voetbal

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next