Elke twee jaar vindt in het Grimaldi Forum de RM Sotheby's Monaco-veiling plaats, als aanvulling op de historische Grand Prix van Monaco. Tijdens dit evenement wisselen legendarische klassieke auto's – uit de Formule 1 en daarbuiten – voor miljoenen euro's van eigenaar, onder het toeziend oog van de Monegaskische elite en dromende autosportfans.
Dit jaar worden geveild: de Ferrari 312 T3 uit 1978, de Ferrari 642 uit 1991, de Toleman TG183B uit 1984, de Fittipaldi F6/A uit 1979 en een Jordan EJ13 showcar uit 2003. De totale selectie vertegenwoordigt een waarde van circa 87 miljoen euro.
Gilles Villeneuve, Ferrari 312T3
Foto door: Motorsport Images
De eerste auto die wordt aangeboden is de Ferrari 312 T3 uit 1978, bestuurd door Gilles Villeneuve en Carlos Reutemann. De 312 T3 zette de evolutie van de T-serie voort, met een motor bestaande uit twaalf horizontaal tegenover elkaar liggende cilinders.
Na de 312T2 kreeg de auto een volledig nieuw chassis, inclusief een vernieuwde monocoque-structuur en aangepaste ophanging, ontworpen om optimaal met Michelin-banden te functioneren. Ook de carrosserie werd visueel aangepast, met een vlakkere bovenkant voor verbeterde aerodynamica.
Toch bleken deze veranderingen onvoldoende. Lotus domineerde het seizoen met de Lotus 79. Ferrari wist nog wel vier races te winnen met de 312T3 (drie door Reutemann en één door Villeneuve) en eindigde als tweede in het constructeurskampioenschap.
De succesvolle formule van de 312T, ontwikkeld door legendarisch Ferrari-ontwerper Mauro Forghieri, bleef echter leidend. De T-serie behaalde tussen 1975 en haar laatste seizoen in 1981 in totaal 27 overwinningen, vier constructeurskampioenschappen en drie coureurstitels.
Jean Alesi, Ferrari 642
Foto door: Ercole Colombo
De tweede auto onder de hamer is de Ferrari 642 uit 1991, ook bekend als de Ferrari F1-91. De wagen werd ontworpen door Steve Nichols en Jean-Claude Migeot voor het seizoen 1991 en was grotendeels een doorontwikkeling van het 641-chassis, dat een jaar eerder nog meestreed om de titel.
Ferrari hoopte met Alain Prost en Jean Alesi de wereldtitel te veroveren, maar het seizoen verliep teleurstellend. Het beste resultaat was een tweede plaats voor Prost tijdens de Grand Prix van de Verenigde Staten op het stratencircuit van Phoenix. Al in juli werd de 642 vervangen door de Ferrari 643, tijdens de Grand Prix van Frankrijk.
Het geveilde exemplaar is één van slechts vijf gebouwde chassis. Opvallend is dat de motor van dit model later de basis vormde voor de Ferrari F50.
Ayrton Senna, Toleman TG183B Hart
Foto door: Rainer W. Schlegelmilch / Motorsport Images
De derde auto die in Monaco wordt aangeboden is de eerste F1-auto van Ayrton Senna: de Toleman TG183B uit 1984 ontworpen door Rory Byrne.
De auto valt op door zijn dubbele achtervleugels en radiatoren die in de voorvleugel waren geïntegreerd. Helaas zorgde de configuratie van de voorvleugel ervoor dat de voorkant van de auto bij hoge snelheden onrustig werd, waardoor later werd overgestapt op een meer conventionele voorvleugelopstelling.
De TG183B was een evolutie van de TG183, die in de laatste twee races van 1982 werd geïntroduceerd. De B-versie verscheen in 1983 en werd bestuurd door Derek Warwick en Bruno Giacomelli. In de eerste vier races van 1984 werd de auto nog ingezet en kreeg hij een iconische status als de wagen waarin Senna zijn Formule 1-debuut maakte.
De Toleman werd voor het laatst gebruikt tijdens de Grand Prix van San Marino in 1984 – tevens de enige race waarvoor Senna zich niet kwalificeerde. Na een conflict met bandenleverancier Pirelli stapte het team over op Michelin en introduceerde het de Toleman TG184.
Emerson Fittipaldi, Fittipaldi F6A Ford
Foto door: Motorsport Images
De Fittipaldi F6/A, gebaseerd op de oorspronkelijke F6, werd ontworpen door Ralph Bellamy en ingezet door Fittipaldi Automotive gedurende het grootste deel van het seizoen 1979. De auto maakte gebruik van een Ford Cosworth-motor en werd bestuurd door Emerson Fittipaldi, maar behaalde geen punten.
Na de overname van Walter Wolf Racing het jaar daarop, nam Fittipaldi de Wolf WR7 over, die werd hernoemd tot de Fittipaldi F7. Het team eindigde het seizoen 1979 als twaalfde in het constructeurskampioenschap, met slechts één punt. Ironisch: dat punt werd niet behaald met de F6/A, maar met de tijdelijk ingezette F5A, die diende als vervanger terwijl een F6/A in ontwikkeling was.
Satoshi Motoyama, Jordan EJ13
Foto door: Sutton Images
De laatste auto in de veiling is een Jordan EJ13 uit 2003, ontworpen door Gary Anderson en Nicolò Petrucci. De wagen werd bestuurd door Giancarlo Fisichella, Ralph Firman en Zsolt Baumgartner.
Het Jordan-team kende een moeizaam seizoen door een tekort aan sponsoren en het vertrek van motorpartner Honda, die zich volledig op haar samenwerking met BAR wilde richten. Jordan reed met Cosworth CR-4-motoren van 2002-specificatie, en sportief gezien bleef succes uit.
Het team wist alleen Minardi te verslaan om 9e plek in de titelstrijd. Toch behaalde het team een onverwachte overwinning tijdens de Grand Prix van Brazilië 2003, verreden onder extreme weersomstandigheden. Na een zwaar ongeval werd de race stilgelegd, wat leidde tot verwarring over de uitslag. Aanvankelijk werd Fisichella als tweede geklasseerd, maar na een beslissing van de FIA enkele dagen later werd hij alsnog tot winnaar uitgeroepen, in plaats van Kimi Räikkönen.
Omdat Fisichella zijn overwinning niet op het podium had kunnen vieren, wisselden hij en Räikkönen hun trofeeën tijdens een ceremonie bij de volgende Grand Prix. Buiten deze uitzonderlijke race kende de EJ13 geen noemenswaardige successen.
Kort daarna spande teameigenaar Eddie Jordan een rechtszaak aan tegen sponsor Vodafone wegens contractbreuk. Hij verloor de zaak, die ongegrond werd verklaard, en moest juist zelf een compensatie betalen. Dit bleek de definitieve klap voor het team, dat zich van deze financiële tegenslag niet meer wist te herstellen.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport