Politiek In zeker 43 gemeenten wonnen partijen die zich tegen asielopvang hebben uitgesproken de gemeenteraadsverkiezingen. Nu zitten ze aan de onderhandelingstafel, wat gevolgen heeft voor duizenden plekken die volgens de spreidingswet nodig zijn. Lokale partijen putten hoop uit uitlatingen van minister Bart van den Brink (CDA).
Verkiezingsborden in Scherpenzeel. In ruim 43 gemeentes waar lokale partijen wonnen is verzet tegen azc's.
In tientallen gemeenten dreigen plannen voor asielopvang te sneuvelen, nu verkiezingswinnaars die zich tegen azc’s hebben uitgesproken, aan de formatietafel zitten. In zeker 43 gemeenten van de 340 (een op de acht) werd zo’n partij de grootste. In een groot deel van die gemeenten wordt inmiddels onderhandeld over het tegenhouden van asielopvang, blijkt uit een rondgang van NRC.
In deze 43 gemeenten zouden volgens de spreidingswet dertienduizend asielopvangplekken moeten komen – een zevende van de totale Nederlandse asielopvang. Ongeveer de helft van die opvangplekken is begin dit jaar aanwezig, een deel daarvan dreigt te verdwijnen.
De winnende partijen onderhandelen niet alleen over de asielplannen van het vorige college, maar ook over de verlenging van contracten met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voor bestaande azc’s, van langlopende locaties tot noodopvang op asielschepen.
Deze heronderhandeling komt bovenop het huidige tekort aan plekken. Een maand voor de gemeenteraadsverkiezingen meldde het COA al dat ruim zesduizend plekken vertraging hebben opgelopen, vanwege de verkiezingen en onzekerheid of een nieuw kabinet de spreidingswet zou handhaven. Aan het einde van deze zomer zijn er volgens de berekeningen van het opvangorgaan 7.900 plekken te weinig, waardoor asielzoekers op straat dreigen te belanden. Minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) deed daarom onlangs een ‘klemmend beroep’ op gemeenten voor nieuwe noodopvangplekken.
Volgens de spreidingswet, die afgelopen februari een tweede omloop inging, moeten gemeenten op 1 juli 2027 samen 88.000 opvangplekken hebben. Alleen Groningen en Flevoland voldoen bij de start van de nieuwe cyclus al aan het gestelde doel. In alle andere provincies moeten er nog honderden, duizenden, of in het geval van Zuid-Holland, ruim elfduizend plekken bijkomen. Uiterlijk op 1 december moeten provincies hun plannen voor asielopvang inleveren bij minister Van den Brink.
Maar in diverse gemeenten zijn na de gemeenteraadsverkiezingen van maart de politieke verhoudingen veranderd. De eerste gevolgen daarvan worden nu zichtbaar. Zo wil in Maassluis de grootste partij Leefbaar Maessluys (11 van de 26 zetels) een streep zetten door de opvang op asielschepen. De gemeente heeft nu twee boten liggen, maar de contracten daarvan lopen af en worden wat betreft fractievoorzitter Gary Brouwer niet verlengd. „Dat gaan we gewoon niet doen”, zegt hij. Een rechtse meerderheid in de raad is het met hem eens, stelt hij. „Wij kiezen nu voor de belangen van de eigen bevolking.”
In Sliedrecht probeert Slydregt.NU, een oppositiepartij die sterk won bij de verkiezingen, plannen voor een toekomstig azc tegen te houden. Het aftredende college wilde nog wel meewerken aan opvang; er loopt al een vergunningsaanvraag van het COA. Nu zijn er in Sliedrecht verkenners aangesteld – vanuit Slydregt.NU en de SGP – om te onderzoeken of een college mogelijk is waarin deze azc-plannen van tafel gaan. Fractievoorzitter Mark Jongeneel zegt dat hij contact heeft met gelijkgestemde lokale partijen elders in het land, om gezamenlijk op te trekken in het dwarsbomen van de spreidingswet – desnoods met juridische procedures. „Die wet kwam met de belofte dat de asielinstroom omlaag zou gaan, en dat is niet gebeurd”, zegt Jongeneel. „Als Den Haag zich niet aan afspraken houdt, hoeven wij dat ook niet te doen.”
Ook uit gemeenten waar al jaren opvang wordt geboden, komt verzet. In Hardenberg, waar net een azc gaat sluiten, wil verkiezingswinnaar Doen’22 (10 van de 33 zetels) voorlopig geen nieuw azc.
De lokale partij kwam uit het niets met tien zetels in de raad, na een roerige verkiezingsperiode. Tien dagen voor de stembusgang zou het azc in de gemeente eigenlijk al sluiten, na een contract van tien jaar. Maar door een tekort aan opvangplekken elders in het land besloot het COA begin maart om de locatie langer open te houden – tegen de afspraken met de gemeente in. Het stuitte op fel verzet in de gemeente, die het COA ook een dwangsom oplegde. Naast Doen’22 won ook FVD bij de verkiezingen: de partij kwam met vier zetels in de raad. De voormalig grootste partijen CDA en ChristenUnie leverden zetels in.
„Wij hebben tien jaar het grootste azc van de provincie [Overijssel] gehad. Volgens mij hoeven wij ons niet te schamen om nu te zeggen: wij even niet”, zegt fractievoorzitter van Doen’22 Piet-Cees van der Wel.
In Harderwijk klinkt een vergelijkbare redenering. Daar loopt deze zomer het contract af van een azc met achthonderd plekken. Verkiezingswinnaar Gemeentebelang Harderwijk-Hierden wil er voorlopig geen vervolg aan geven. „Wij zijn jaren het beste jongetje van de klas geweest”, zegt fractievoorzitter Mark de Lange. „Laat eerst andere gemeenten een keer iets gaan doen.”
Wouter Kolff, commissaris van de koning in Zuid-Holland, ziet de naweeën van de gemeenteraadsverkiezingen. Samen met de elf andere commissarissen coördineert hij de spreidingswet voor de minister. „Veel politici hebben asiel onderdeel van de lokale verkiezingen gemaakt door te zeggen: hier komt geen azc. Dat is wel iets waar je je wenkbrauwen over kunt fronsen. Want in elke Nederlandse gemeente geldt gewoon de Nederlandse wet”, zegt Kolff. Hij verwacht dat tijdens de coalitieonderhandelingen standpunten nog worden bijgesteld. „Uiteindelijk verwacht ik dat toch colleges worden gevormd die aan de wet willen voldoen.” En anders kan daar op gehandhaafd worden, zegt Kolff.
Maar bij verschillende lokale partijen leeft het idee dat zij niet gedwongen zullen worden tot opvang. Die aanname wordt gevoed door uitspraken van asielminister Van den Brink. Bij talkshow Jinek zei hij eind maart dat de gemeente „over de keuze gaat of ze wel of niet meewerken” aan het bieden van asielopvang. Op de vraag of hij medewerking kan afdwingen via de spreidingswet, zei hij dat het Nederlandse recht daar „op zichzelf geen ruimte voor biedt”.
In verschillende gemeenten worden die woorden uitgelegd als bevestiging dat er ruimte is om onder de wet uit te komen. „De minister zegt dat hij niemand gaat dwingen. Dat klinkt als muziek in onze oren”, zegt Peter Duijsens van Westland Verstandig, de verkiezingswinnaar in Westland die niet wil voldoen aan de spreidingswet.
Ook Trots op Goeree-Overflakkee, de partij die de verkiezingen op het Zuid-Hollandse eiland heeft gewonnen en af wil van opvangschepen, put hoop uit de uitlatingen van de minister. „Die bevestigen voor ons dat we als gemeente echt wel ruimte hebben om af te wijken van de spreidingswet”, zegt fractievoorzitter Jos de Jonge.
Minister Van den Brink laat desgevraagd weten dat hij wil „voorkomen” dat hij gemeenten moet dwingen tot opvang, omdat dit „niet past bij de bestuurlijke verhoudingen” die hij voorstaat. „Mijn uitspraken bij Jinek moeten in dat licht worden gezien. Als die worden geïnterpreteerd alsof het niet naleven van de spreidingswet geen gevolgen heeft, dan is dat onjuist.” De wet biedt namelijk wél grond om gemeenten „in het uiterste geval” te verplichten tot opvang, zegt Van den Brink tegen NRC.
Het COA zegt het beeld niet te herkennen dat gemeenten na de verkiezingen opvang schrappen. „Wij werken continu met gemeenten samen om hun wettelijke taak te realiseren”, aldus de organisatie. De spreidingswet „en de handhaving daarvan” is volgens het COA „van groot belang” om voldoende opvangplekken te creëren.
Om een beeld te krijgen van de gevolgen van de gemeenteraadsverkiezingen voor de asielopvang, zocht NRC naar gemeenten waar de winnende partijen zich eerder hebben uitgesproken tegen azc’s. We vonden er zeker 43. Met 11 lijsttrekkers van deze partijen voerde de krant een telefoongesprek. De asielopgave volgens de spreidingswet en het aantal opvangplekken begin dit jaar van deze gemeenten zijn bij elkaar opgeteld op basis van cijfers die NRC eerder van het COA ontving.