Zonder vrijwel alle routiniers moeten de Nederlandse voetbalsters het tijdens twee cruciale WK-kwalificatiewedstrijden opnemen tegen Frankrijk. Een lichtpuntje: Romée Leuchter weet hoe ze tegen Fransen moet scoren.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Bondscoach Arjan Veurink baalde de afgelopen weken als een stekker van al die belletjes van de teamarts. Er leek geen einde aan te komen en de boodschap was steeds dezelfde: hij kreeg keer op keer te horen dat een ervaren speler afhaakte.
Dominique Janssen (31), Jackie Groenen (31), Daniëlle van de Donk (34), Jill Roord (28), Caitlin Dijkstra (27) en Vivianne Miedema (29) speelden in totaal 720 interlands, maar de komende twee wedstrijden zullen ze er niet bij zijn. Het zou best een leuk experiment zijn als er vrijblijvende oefenwedstrijden op het programma stonden, maar uitgerekend nu speelt Nederland twee cruciale WK-kwalificatiewedstrijden tegen Frankrijk.
Oranje strijdt met het topland om de eerste plek in de groep, die recht geeft op directe plaatsing voor het WK dat volgend jaar in Brazilië wordt gespeeld. Het tweeluik tegen Frankrijk – volgende week dinsdag en zaterdag – gaat daarvoor waarschijnlijk de doorslag geven. Anders moet Nederland play-offs spelen en zonder al deze routiniers lijkt de kans daarop een stuk groter geworden.
‘Natuurlijk is het een aderlating voor het team’, moet Veurink erkennen. ‘Het spreekt voor zich dat we nu een hoop ervaring missen en dat we daarmee kwaliteit inleveren. Maar het opent ook weer deuren voor de spelers die er wel zijn.’
In zijn selectie zit er in ieder geval één die het Franse voetbal goed kent én in topvorm is. Romée Leuchter (25) loopt dit seizoen een-op-een in de Première Ligue en staat met zestien doelpunten aan kop van de topscorerslijst. Als er iemand weet hoe de Franse verdedigers omzeild kunnen worden, dan is het dus de spits van Paris Saint-Germain.
‘Frankrijk heeft veel fysiek sterke speelsters’, zegt de Limburgse op de tribune van het trainingscomplex in Zeist. ‘Zeker ook in de defensie, ook als we tegen de mindere teams spelen sta ik vaak tegenover verdedigers die sterk, maar ook heel snel en vaardig zijn. Maar het lukt bij PSG toch heel goed om me vaak in scoringspositie te krijgen.’
En dan maakt Leuchter vanzelf veel doelpunten, zo gaat het al haar hele leven. Eerst bij Olympia Schinveld, daarna bij PSV en Ajax en nu voor PSG, dat in Frankrijk ook dit jaar in de schaduw staat van OL Lyonnes. Alleen bij Oranje, waar ze in 2022 debuteerde, wil het nog niet echt lukken: in 28 interlands scoorde ze vijf keer, voor Leuchters doen aan de magere kant.
‘Ik weet dat het er bij het Nederlands elftal nog niet altijd even goed uitkomt’, zegt ze zelfkritisch. ‘Ik denk dat ik hier af en toe te weinig ballen krijg. Of dat nou aan mezelf ligt of aan de mensen om mij heen, dat weet ik niet zo goed. Daar moet ik gewoon goed naar kijken, want het begint met kansen krijgen.’
Wat niet hielp, was dat ze onder de vorige bondscoach weinig speeltijd kreeg. Haar band met Andries Jonker, die haar niet meenam naar het WK in 2023, was ‘niet top’. Leuchter had het gevoel dat hij het niet in haar zag zitten. ‘Maar daar wil ik niet te veel over zeggen, dat is de verleden tijd.’
In de eerste zes interlands onder Veurink kreeg ze meer kansen, maar wat niet is veranderd is de concurrentie. Met Miedema en Lineth Beerensteyn (29) moet ze meestal opboksen tegen twee topaanvallers, die zich in Oranje meer dan bewezen hebben, vooral ook op beslissende momenten. Leuchter lukte dat tot nu toe één keer: op het EK in 2022 scoorde ze als invaller twee keer tegen Zwitserland, mede daardoor overleefde Nederland toen de groepsfase.
‘Dat wil ik natuurlijk heel graag vaker doen. Maar ik ben niet iemand die met haar vuist op tafel slaat om mijn plek op te eisen. En dat hoeft volgens mij ook niet. Als ik goed genoeg speel, dan spreekt dat vanzelf. Dat laat ik nu in Frankrijk zien. En dan hoop ik dat ik uiteindelijk die eerste spits van Oranje word en ze niet meer om mij heen kunnen.’
Mede door alle afwezigen zou ze tegen Frankrijk weleens samen met Beerensteyn de aanval kunnen vormen. Als Nederland het achterin dichthoudt, kunnen de twee snelle spitsen de tegenstander in de counter pijn doen.
‘Iedereen verwacht natuurlijk dat Frankrijk wint, omdat wij veel meiden missen. Wij zijn de underdog, maar dat vind ik helemaal niet erg. Dan kunnen wij, met alle spelers die er wel zijn, laten zien dat we heel moeilijk te verslaan zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant