De bodypositivity-beweging probeert terecht het spectrum van lichaamstypen te verbreden. Maar zolang we het debat opsluiten in het lichaam, blijft waarde gekoppeld aan uiterlijk. En dat belemmert vrouwen net zo goed.
Trends bewegen in cirkels. Wat ooit problematisch was en daardoor verdween, keert terug als esthetiek. Wat bevrijdend leek, blijkt een trend. De veelgenoemde comeback van heroin chic (een controversieel schoonheidsmodel met een graatmager lichaam, red.) voelt voor mij dan ook eerder als een déjà vu dan als een verrassing. Bodypositivity is verworden tot een vervlogen trend.
Wie zet die standaard? De mode-industrie wijst naar de populariteit van Ozempic en krimpende Hollywood-sterren. De media wijzen naar fitfluencers, designers en dunne modellen. Volgens Vogue Business bestond tijdens de laatste fashion weeks 97,6 procent van de looks uit maten 32-36, tegenover 0,3 procent plus-size-looks. De catwalk bepaalt de trend: in mode, maar ook in schoonheidsideaal.
Over de auteur
Kiki Boreel is presentatrice, model en mode-activist.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Arjen Lubach bevroeg vorige week in zijn show de obsessie van de modewereld voor dunne modellen. Hij stelde dat een onrealistisch schoonheidsideaal ervoor zorgt dat één op de drie vrouwen onzeker is over haar lichaam. Ook schrijver Tatjana Almuli beschreef onlangs in Het Parool hoe een dominant uiterlijk verandert in een dwingende standaard. Het dun-dunner-dunst-schoonheidsideaal viert het ene lijf en bestraft het andere.
Het wrange, weet ik uit ervaring, is dat de modellen die dat schoonheidsideaal belichamen ook zelf vaak erg onzeker zijn over hun lichaam. Dus wringt het schoonheidsideaal ook bij het ‘gevierde lijf’. Hoewel ik de bodypositivity-beweging toejuich, reduceert ook zij de vrouw tot een lichaam. Want wij zijn zoveel meer dan slechts een uiterlijk. Het wordt, kortom, tijd om verder te kijken.
Vooropgesteld: het debat over schoonheidsidealen is niet nieuw. Almuli haalt The Beauty Myth (1990) van Naomi Wolf aan. Wolf beschrijft schoonheidsidealen als een vorm van sociale controle. Naarmate vrouwen meer ruimte kregen, verschoof de druk naar hun uiterlijk.
Kijken we verder terug, dan zien we dat feministe Andrea Dworkin in 1974 al stelde dat schoonheidsnormen niet alleen bepalen hoe een vrouw eruitziet, maar ook hoe ze zich gedraagt en voelt in haar lichaam. In haar boek Woman Hating legde ze uit hoe vrouwen vanaf jonge leeftijd veel tijd, geld en energie investeren in het aanpassen van hun lichaam.
Nóg eerder beschreef Simone de Beauvoir in De Tweede Sekse (1949) dat hoe vrouwen hun lichaam ervaren geen vrije keuze is, maar wordt gevormd door de verwachtingen van de samenleving.
Dit mechanisme richt zich niet meer alleen op vrouwen. In de online manosphere wint looksmaxxing terrein: mannen die hun uiterlijk optimaliseren via gymroutines, skincare, groeihormonen en zelfs kaakreconstructies. Het idee is simpel: perfect gezicht, perfect lichaam, perfect leven. Het klinkt absurd. Maar het verschilt nauwelijks van wat vrouwen al decennialang wordt aangeleerd.
Schoonheidsidealen gaan verder dan het bepalen van fysieke vrijheid. Andrea Dworkin legt een link tussen de fysieke vrijheid van een vrouw en haar intellectuele mogelijkheden en creatief potentieel. Wie niet vrij is in haar lichaam, kan ook niet vrij denken. Of zoals voor mij gold tijdens modellenwerk: wie alleen op haar uiterlijk dient te focussen, verliest haar stem.
Ook Simone de Beauvoir gaat verder dan het fysieke. Het lichaam is geen neutraal gegeven, maar krijgt betekenis door sociale percepties. De weg naar vrijheid ligt dus niet in het lichaam, maar in de verandering van die percepties: de vrouw van object naar subject door economische onafhankelijkheid, intellectuele ontwikkeling en sociale en politieke betrokkenheid. Niet een ander lichaam, maar een andere positie.
En juist daarin schiet het huidige debat over schoonheidsidealen tekort. Bodypositivity probeert terecht het spectrum te verbreden: als alle lijven ‘mogen’ bestaan, dan maakt het lijf niet meer uit. Maar zolang we het debat opsluiten in het lichaam, blijft waarde gekoppeld aan uiterlijk. Dat voelt belemmerend. Zelf brak ik pas uit mijn lijf toen ik besefte dat mijn waarde van veel meer afhangt.
Blijven we focussen op het lichaam, dan komen we dus ongemakkelijk dichtbij dezelfde reductie die we normaal veroordelen. In de Netflix-documentaire Inside the Manosphere wordt dat geïllustreerd door influencers die menen dat mannen hun waarde moeten verdienen, terwijl vrouwen ermee geboren worden. Wanneer een vrouw aan influencer Myron Gaines vraagt waarom, antwoordt hij: ‘You literally have a vagina and titties.’
Extreem? Zeker. Maar het legt pijnlijk bloot wat er gebeurt als waarde wordt teruggebracht tot fysieke kenmerken. Zolang we dus blijven doen alsof alles draait om de vraag welk lijf (ook) mee mag doen, blijven we dezelfde rondjes maken: van heroin chic naar bodypositivity en weer terug.
En dat doorbreken we alleen door een andere vraag te stellen. Dus niet: hoe ziet ze eruit? Maar: wat zegt ze?
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant