is kunstredacteur van de Volkskrant.
Beeldende kunst kan van alles zijn, maar is natuurlijk ook een speeltje voor de superrijken. Een nieuwe trend waarover ik las: kleine kunstbeurzen op sjieke vakantielocaties. Denk aan Aspen, Mallorca of St. Moritz.
Ook de woestijn kan een geschikte plek zijn: ‘Ik zei weleens voor de grap dat het makkelijker is om verzamelaars een weekend naar Joshua Tree te krijgen, dan om ze op zaterdag naar je galerie te lokken’, vertelde Nicholas Fahey aan The Art Newspaper. Hij kan het weten, want hij organiseert sinds 2019 de ‘High Desert Art Fair’ in, jawel, Joshua Tree National Park in Californië.
Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Els de Grefte, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof of Anna van Leeuwen stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Zo’n luxelocatie biedt kunstverzamelaars een welkome afwisseling van de steden en evenementenhallen waarin grote beurzen meestal plaatsvinden. Daniel Hug, die directeur is van kunstbeurs Art Cologne (’s werelds oudste kunstbeurs, wel in een beurshal), is kritisch. Hij noemt al dat rondvliegen een ‘absurd circus’: ‘Ik wil het niet afkraken, ik wil niet zeggen dat het slecht is. Ik denk alleen dat het maar beperkte tijd houdbaar is.’
Ook ik ben ervan overtuigd dat het beperkt houdbaar is; al dat vliegen maakt de aarde uiteindelijk onleefbaar. Maar dat bedoelt Hug niet: ‘Verzamelaars zullen zich gaan vervelen.’ Oei, stel je voor.
De aanwas van kunstbeurzen in vakantieoorden doet me denken aan de 6th Caribbean Biennial (1999). Dat is een kunstwerk van kunstenaar Maurizio Cattelan en tentoonstellingsmaker Jens Hoffmann.
Deels waren de ingrediënten voor de tentoonstelling vertrouwd: een mooie locatie (het eiland Saint Kitts), een groep vooraanstaande internationale kunstenaars (Olafur Eliasson deed bijvoorbeeld mee, net als Pipilotti Rist), sponsoren en paginagrote advertenties.
Het uitzonderlijke van deze biënnale was dat er geen kunst te zien was. In plaats daarvan was het een sociale situatie, namelijk een exclusieve vakantie voor een geselecteerd gezelschap.
Een provocerend kunstwerk is het zeker. Misschien flauw of cynisch, maar in elk geval is deze non-biënnale berucht. Wat bijdroeg aan de mythevorming: er bestaat amper documentatie van. Pers was niet welkom (flauw!). Wel zijn er wat foto’s die de indruk geven dat de kunstenaars het behoorlijk naar hun zin hadden.
Toen ik die foto’s opzocht, belandde ik onverwacht in een geweldig museum, het ‘No Show Museum’ vol kunst rond het thema ‘niets’. Klinkt saai, maar dat blijkt best opwindend te zijn.
Volgens samensteller en museumdirecteur Andreas Heusser is het ‘niets’ sinds de vorige eeuw een factor van betekenis in de kunst. Hij bewijst dat in zijn online museum met vijfhonderd kunstwerken van 150 kunstenaars. Denk aan Yves Klein die kunst probeerde te ‘dematerialiseren’ door met lucht te werken, of Santiago Sierra die expositieruimten leeg liet of helemaal afsloot.
Een pareltje, dit museum. Een luxueuze bestemming, in je browser toegankelijk, zonder vliegkilometers te maken. En het mooie is: de superrijken kunnen er helemaal niets mee.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant