Home

Opinie: Waarom het platteland méér verdient dan mestoverschotten en megastallen

Het platteland is meer dan landbouw. Willen we het platteland erkennen als essentieel onderdeel van onze economie en identiteit, dan moet worden geïnvesteerd in ruimte voor ontwikkeling, eigenheid en lokale initiatieven.

In haar recente opiniestuk stelt planoloog en vastgoedondernemer Dimf Ghijssels-Kerkhoff dat het platteland geen sluitpost mag zijn voor alle ruimtelijke vraagstukken in Nederland. Haar diagnose dat het Nederlandse platteland er bekaaid afkomt in de Haagse besluitvorming is niet nieuw en wordt al langer door wetenschappers, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties onderkend. Het rapport Elke regio telt (2023) is daarvan het bekendste voorbeeld. Hoewel de Nota Ruimte hier nadrukkelijk op voortbouwt, levert dit nog geen inhoudelijke visie op over hoe een toekomstbestendig, leefbaar en vitaal platteland eruit moet zien.

Tot zover delen wij de diagnose.

De remedie die Ghijssels-Kerkhoff voorstelt, is echter kortzichtig, beperkt zich tot één sector en draagt weinig bij aan een integrale ruimtelijke oplossing die op breed maatschappelijk draagvlak kan rekenen. Zij stelt dat er op het platteland geen ruimte zou zijn voor de duurzame energietransitie, dat de intensieve, conventionele landbouw dragend moet blijven en dat woningbouw moet worden beperkt tot hoogbouw en nieuwe steden. Hieronder lichten wij toe waarom deze opvatting geen realistisch perspectief biedt en hoe we wél kunnen werken aan een leefbaar platteland voor toekomstige generaties.

Over de auteur(s)

Marlies Meijer is universitair docent ruimtelijke planning aan Wageningen University. Jasper de Vries is universitair hoofddocent ruimtelijke planning aan Wageningen University.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Eerlijke verdeling van baten en lasten

Nederland heeft dringend behoefte aan een eerlijkere verdeling van de baten en lasten tussen stad en land. De energieopwekking vormt hiervan een treffend voorbeeld. Gaswinning in Groningen heeft diepe sporen nagelaten op het platteland, terwijl de baten grotendeels in de Randstad terechtkwamen. Tegen die achtergrond draagt het betoog dat ‘een gascentrale meer opwekt dan vier windturbines’ niet bij aan de ervaren overlast van energieopwekking op het platteland. De kern van het probleem ligt namelijk in de scheve verdeling van lusten en lasten.

Dat het anders kan, bewijzen lokale energiecoöperaties: een dorpswindmolen waarbij omwonenden profiteren van goedkopere energie en de opbrengsten terugvloeien naar de gemeenschap, kan rekenen op draagvlak. Wij pleiten daarom voor wederkerigheid: zorg dat plattelandsbewoners niet alleen de lasten dragen van noodzakelijke transities, maar ook profiteren van de baten. Daarnaast zou energiepositief bouwen, waarbij gebouwen netto meer duurzame energie produceren dan ze verbruiken, het uitgangspunt moeten zijn, zowel in stedelijke als landelijke gebieden.

Het platteland is meer dan landbouw

Slechts een klein deel van de plattelandsbewoners werkt in de agrarische sector. Dat maakt de sector niet minder belangrijk, maar vraagt wel om een bredere blik op het platteland en een kritische houding ten aanzien van de relatie tussen landbouw en andere functies. De huidige intensieve veehouderij en monoculturen leiden tot bodemuitputting en zijn op de lange termijn onhoudbaar. Willen we blijven bijdragen aan voedselzekerheid, dan zijn duurzamere productiemethoden noodzakelijk.

Dit vergt scherpe keuzes, die momenteel ontbreken. Het gevolg is dat bijvoorbeeld lelieteelt naast scholen mogelijk blijft, woningbouw naast grote geitenhouderijen wordt gepland en ingrepen in het watersysteem elders leiden tot verdroging of wateroverlast. Hoewel lokaal de gemoederen hierover hoog oplopen, biedt noch de Nota Ruimte, noch de Haagse politiek heldere kaders.

Bouwstop is geen toekomststrategie

Een moratorium op woningbouw in het landelijk gebied biedt geen duurzame oplossing. Zelfs een futuristische megastad zal uiteindelijk ergens in het landschap ruimte vragen. Het conserveren van een geïdealiseerd beeld van het platteland – inclusief zijn ‘zintuiglijke kwaliteiten’ en daarmee ook het mestoverschot, gewasbeschermingsmiddelen en megastallen – biedt geen antwoord op de reële problemen van plattelandsbewoners.

Voor veel jongeren is het lastig om in hun eigen gemeenschap te blijven wonen vanwege het gebrek aan betaalbare woningen, passend werk en basisvoorzieningen. Willen we het platteland erkennen als essentieel onderdeel van onze economie en identiteit, dan moet worden geïnvesteerd in ruimte voor ontwikkeling, eigenheid en lokale initiatieven. Het gemeenschapsfonds dat door kabinet-Jetten wordt voorgesteld, biedt (mits goed uitgewerkt) daarvoor meer perspectief dan een juridisch kader.

Wederkerigheid als uitgangspunt

Er bestaat geen exclusief recht op het platteland, net zo min als we stedelijke dominantie op tal van beleidsterreinen voor lief hoeven te nemen. Een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting vraagt om keuzes die wederkerigheid centraal stellen: oplossingen die perspectief bieden aan huidige en toekomstige generaties en zorgen voor een Nederland waarin het prettig wonen en werken is voor iedereen. Dat vraagt om scherpe ruimtelijke keuzes, maar ook om het benutten van de kracht van het platteland. Alleen op die manier blijft er voldoende energie, voedsel en een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving over voor iedereen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next