Home

Deze Spaanse regisseur verloor haar ouders aan aids: ‘We zien dit trauma nog maar net onder ogen’

Regisseur Carla Simón (39) gaat in haar film Romería het spoor na van haar jong overleden ouders, en onderzoekt zo ook de waarde van herinneringen. In Spanje sloeg aids genadeloos toe, en er heerst nog steeds schaamte. ‘Dit is het verhaal van een hele generatie.’

schrijft voor de Volkskrant over film.

Voor goede ideeën hoeft de 39-jarige Spaanse filmmaker Carla Simón niet lang te zoeken. Haar familie is haar grootste inspiratiebron. De dood van haar ouders in haar kindertijd – vader stierf toen ze 3 was, moeder toen ze 6 was – vormt het fundament. ‘Ik heb het geluk deel uit te maken van een grote familie vol verhalen’, zegt ze.

Simón ging in haar eerste twee films Summer 1993 (delicaat coming-of-agedrama waarin ze zich haar eerste zomer als weeskind herinnert) en Alcarràs (levenslustige plattelandscinema over haar familietak van perzikboeren, op het filmfestival van Berlijn bekroond met de Gouden Beer) haast dogmatisch te werk om dit verleden eer aan te doen. Getuigenissen van familieleden en haar eigen herinneringen waren leidend. Gaten in het verleden bleven gaten, ze vond het niet gepast die te vullen met verbeelding.

Kind in de rouw

‘Ik maak geen herinneringen die ik niet heb’, zei ze rond de première van Summer 1993 (uit 2017). Ze beperkte zich in haar debuutfilm tot het perspectief van haar 6-jarige alter ego Frida, die na de dood van haar ouders bij haar oom en tante intrekt. Dat haar beide ouders waren overleden aan aids zou ze pas jaren later ontdekken. Simón legt de focus bij de gevoelig afgestelde voelsprieten van een kind in de rouw. Spelenderwijs geeft Frida het verlies een plek. De achtergrond van haar ouders speelt nog geen rol.

Ze vervolgde haar filmcarrière met het zonovergoten Alcarràs (2022). De film was sterk geïnspireerd door de familie van perzikboeren van haar pleegmoeder, die worstelt met een oud ambacht in de moderne tijd. De geschiedenis van haar biologische ouders liet haar ondertussen niet los.

Nu, negen jaar na haar debuut, durft ze in haar derde film Romería de gaten in haar herinneringen aan haar ouders wél te verbeelden.

‘Mijn opvatting van wat herinneringen zijn is totaal veranderd’, zegt ze tijdens het filmfestival van Cannes. ‘Ik wilde met Summer 1993 zo zorgvuldig mogelijk mijn verleden vastleggen. Inmiddels geloof ik dat herinneringen nooit volledig kunnen omvatten wat er écht is gebeurd. We herinneren ons het verleden selectief en vullen aan met fantasie. We kneden allemaal onze herinneringen tot het verhaal dat we over onszelf vertellen. Ze evolueren tot iets waarbij we ons prettig voelen, iets waartoe we ons kunnen verhouden: een verleden om vrede mee te sluiten.’

Ooms, tantes, neven en nichten

In Romería (‘pelgrimstocht’) is Simóns alter ego 18 en heet ze Marina. Ook deze vrouw verloor als kind beide ouders. Om haar filmmakersambities te verwezenlijken heeft ze voor een studiebeurs de handtekeningen nodig van haar biologische grootouders – mensen die ze nooit heeft gezien.

Van haar pleegouders in Barcelona trekt ze dwars door Spanje naar Vigo in de regio Galicië, waar haar grootouders wonen. Ze ontmoet een waaier aan tot voor kort onbekende ooms, tantes, neven en nichten om, uiteindelijk, bij haar doel te belanden.

Varen, feesten, heroïne

Bij elke ontmoeting informeert ze naar het leven van haar biologische ouders, en overal hoort ze andere interpretaties van dezelfde geschiedenis. Hun wilde, vrijgevochten levensstijl – varen, feesten, heroïne, hiv-besmetting – manifesteert zich als een bron van schaamte.

Vigo, het doel van Marina’s reis, werd in de loop der jaren voor Simón een spirituele plek. ‘Een soort bedevaartsoord, waar de familie van mijn biologische vader vandaan komt. Mijn ouders hebben elkaar in Vigo ontmoet; ze waren er verliefd.

‘Toen ik Vigo voor het eerst bezocht, was dat ook frustrerend: in elk steegje en op elke straathoek vroeg ik me af of dít dan de plek was waar ze veel waren geweest. Plekken blijven bestaan, de mensen trekken voorbij: het is een bekend gegeven, maar als dochter van overleden ouders hakte dit er stevig in.’

Simón vervlecht de reis van Marina fraai met het verleden van haar ouders: Marina filmt haar tocht met een kleine digitale filmcamera en voorziet de beelden van eigen commentaar, afgewisseld met voorgelezen dagboekfragmenten van haar moeder uit de jaren tachtig.

‘Marina filmt in het begin vooral veel lege ruimte: de zee, de straten. Pas helemaal aan het eind filmt ze ook haar familieleden. In de film zie en hoor je hoe ze tijdens het filmen van die lege plekken praat over haar ouders, die hier misschien zijn geweest. Ze vult de gaten in haar herinneringen ter plekke met verbeelding.’

Geen breed gedeeld verhaal

Romería laat volgens Simón zien hoe subjectief en onbetrouwbaar herinneringen zijn. ‘Ik heb veel gesprekken gevoerd met de familie van mijn ouders en ontdekte dat haast iedereen een eigen, toegespitste manier heeft om over mijn ouders te praten. Vaak ook op een manier waarop zíj de hoofdrolspeler van het verhaal zijn: ík vertelde je moeder zus, ík vertelde je vader zo.

‘Het is onmogelijk om hier een verhaal uit te destilleren dat ook maar in de buurt komt van de waarheid, dacht ik. En het frustreerde me dat ik uit een familie kom zonder breed gedeelde herinneringen. Romería is uit die frustratie ontstaan.’

Tijdens de researchtijd voor de film onderging ze EMDR-therapie, in een poging eventueel vervlogen herinneringen aan haar moeder terug te halen. ‘Het geheugen is selectief, maar het is volgens mij nóg selectiever als je zo jong je ouders verliest. Ik heb sowieso geen herinneringen aan mijn vader, ik was 3 toen hij overleed. Wel weet ik nog wat van mijn moeder, ik was 6 toen ik wees werd, maar ik heb vooral veel verdrongen. De drang om het verleden achter me te laten en een nieuw leven met mijn oom en tante te beginnen was sterk, denk ik.’

Er kwamen tijdens de therapie daadwerkelijk herinneringen terug, maar ze trok de betrouwbaarheid ervan direct in twijfel. ‘Waren deze herinneringen echt of sloeg mijn brein aan het fantaseren, wellicht omdat ik inmiddels was begonnen met het scenario van deze film? Ik tilde er niet te zwaar aan. Die therapie zorgde voor een sterker gevoel van verbinding met mijn overleden ouders, dat was belangrijker.’

Ontmoeting in een droomwereld

Simón werd ook coulanter naar zichzelf: die gaten in de geschiedenis mocht ze van zichzelf inmiddels eigenhandig vullen. Na haar vorige films zet ze in Romería wat dat betreft een spannende nieuwe stap. Voor het eerst filmt ze niet louter de werkelijkheid, maar beweegt de film zich naar een droomwereld: een plek waar Marina haar ouders ontmoet.

‘Het idee was om het gevoel van een lucide droom te creëren, zo’n droom die je zelf kunt beïnvloeden. Het is een korte, voor mij heel logische duik in Marina’s onderbewuste: ze realiseert zich dat ze het verleden niet volledig kan reconstrueren, dus droomt ze zelf een verleden.’

Want als mijn ouders nog zouden leven en hun levensverhaal zouden vertellen, dacht ze, dan zou dat óók subjectief en selectief zijn. ‘Met dit besef zijn herinneringen alleen maar fascinerender voor me geworden. Ze zeggen in de eerste plaats iets over de persoon die de herinneringen heeft.’

Klaar met het verleden

Inmiddels is ze wel zo’n beetje klaar met het gewroet in haar verleden. Ze wijst naar haar buik: ze is hoogzwanger van haar tweede kind.

‘Die hele wat-als-kwestie hoop ik met deze film af te ronden. Het voelt alsof ik klaar ben met films maken over het verleden. Het is volgens mij geen toeval dat ik nét voor de geboorte van mijn tweede kind deze film op de wereld zet. Ik kijk uit naar de toekomst, naar de verhalen die in mijn eigen gezin ontstaan. Misschien is de tijd aangebroken om verhalen te vertellen die niets met mij of mijn familie te maken hebben.’

Rond de komst van haar eerste kind twijfelde ze al of ze op het goede pad zat door weer in haar familie te graven. ‘Ik besloot door te zetten, omdat deze geschiedenis mijn persoonlijke verhaal overstijgt. Dit is het verhaal van een hele generatie. De aidsepidemie in de jaren tachtig en negentig heeft wereldwijd heel veel slachtoffers gemaakt.

‘Net als in veel andere landen is deze geschiedenis in Spanje jarenlang uitgewist, er kon en mocht niet over worden gesproken. Nog altijd heerst er een taboe. Hele families voelen pijn en schaamte. We zijn nog maar net begonnen ons trauma onder ogen te zien.’

De Spaanse aidscrisis kent daarbij zijn eigen, specifieke context. Het land was druk doende zich te herstellen van de in 1975 geëindigde dictatuur van Franco. ‘Mensen uit de generatie van mijn ouders waren in hun kindertijd ronduit depressief. Toen ze twintigers waren, kreeg Spanje opeens zijn vrijheid terug. Het was een vrolijke, uitgelaten tijd, maar de plotselinge vrijheid kende ook een schaduwkant: heroïne, aids.

‘Spanje had in die periode het hoogste percentage sterfgevallen van Europa. Een kwart van de Europese aidsslachtoffers in de jaren tachtig viel in Spanje. Dat maakt het voor Spanjaarden des te belangrijker om verhalen over deze tijd te vertellen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next