De supermarkt is allang niet meer alleen een plek waar je gedachteloos je boodschappen in je mandje gooit—het is eerder een subtiel spel van verwachtingen geworden. Tussen de kipfilets en hamburgers liggen tegenwoordig steeds vaker plantaardige alternatieven, verpakt en gepresenteerd alsof ze nauwelijks te onderscheiden zijn van het origineel. Voorstanders vinden dat geen probleem: consumenten moeten simpelweg beter kijken en de verpakking lezen. Wie iets koopt, draagt immers zelf de verantwoordelijkheid om te weten wat er in het winkelmandje belandt.
Maar die redenering roept een interessante vraag op. Als het acceptabel is dat vegetarische producten tussen echt vlees liggen, puur omdat de klant maar moet opletten, waarom geldt dat principe dan niet andersom? Waarom zouden vleesproducten niet net zo goed tussen de groenten of vleesvervangers mogen liggen, met dezelfde verwachting van oplettendheid? Het lijkt alsof er met twee maten wordt gemeten, terwijl het uitgangspunt—eigen verantwoordelijkheid van de consument—hetzelfde blijft. Daarom luidt de stelling: als vega-vlees in het vleesschap mag liggen, dan mag echt vlees ook in het vega- of groenteschap liggen.
Stelling: Als vega-vlees in het vleesschap mag, dan mag echt vlees ook in het vegaschap
Source: Fok frontpage