Home

Iets op je gezicht hebben is altijd vervelend, daarom hebben mensen met een koortslip het zo vaak over hun koortslip

is columnist voor de Volkskrant

Ik vond mijn eigen oog onooglijk, en dat is natuurlijk best triest. Er was een bultje op mijn ooglid verschenen waarvan ik dacht dat het 90 procent van mijn uiterlijk bepaalde en waaraan ik 90 procent van mijn denktijd wijdde. Overal waar ik binnenkwam, zei ik: ‘Mijn oog ziet er heel raar uit.’

Iets op je gezicht hebben is altijd vervelend, daarom hebben mensen met een koortslip het zo vaak over hun koortslip. Iedereen ziet heus wel dat ze een koortslip hebben, maar toch moeten ze het van zichzelf ook vaak zeggen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nadat ik alle thuisremedies tegen een bultje op je oog had geprobeerd – die beperken zich overigens tot het opleggen van warme kompressen, meerdere keren per dag, het is dus een dagtaak – ging ik naar de dokter.

Zij kon er ook niets aan doen. Warme kompressen, daarmee moest ik verder gaan, en hopen op het beste, van die dingen. Als het allemaal niks werd, kon een oogarts een sneetje in mijn ooglid maken. Ineens leek niets me fijner dan een arts die in mijn oog sneed.

Het leuke van de artsen van nu is dat je altijd op hun scherm mag meekijken terwijl ze, bijvoorbeeld, wachttijden van oogklinieken opzoeken. Vroeger zaten ze achter hun scherm en dan typten ze van alles en dan dacht je dat ze typten: ‘Hysterisch. Hypochonder. Rijp voor allerlei psychiatrie.’ Maar nu zit je gezellig samen achter het scherm te googelen en wachttijden te bekijken.

‘Ik zie dat de wachttijd vijfentachtig dagen is’, zei de huisarts en ze wees op een lijstje met klinieken. Pro-actief en mondig als ik ben – als je pro-actief en mondig bent geboren, is de huisartsenpraktijk de ultieme plek om daar iets mee te doen – zei ik: ‘Maar hier zie ik een kliniek met 21 dagen wachttijd.’ Ik wees op het scherm.

Die met 85 dagen wachttijd vond ze beter, want het zou wel 85 dagen duren voordat de bult een beetje ‘rustig’ werd, en dan zou er pas in gesneden kunnen worden.

Ik telde in mijn hoofd. 85 dagen is bijna drie maanden. Dat is de hele lente. De hele lente zou ik onooglijk zijn, toch een beetje de tijd waarin je, al ben je dan misschien feitelijk gezien niet meer in de bloei van je leven, toch in de bloei van een bepaald deel van je leven bent. Maar dan dus met een stom bultje op mijn oog.

Thuis ging ik het avondeten klaarmaken terwijl ik met één hand een kokend heet kompres tegen mijn oog hield. Als ik die 85 dagen kon verkorten tot bijvoorbeeld zestig zou ik al blij zijn. Dan was ik rond juni niet meer onooglijk. Dat leek nu ineens winst.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next