Toen het Bauhaus in 1926 in Dessau werd geopend, stroomden de pelgrims van het modernisme uit heel Europa toe. Maar de sobere, minimalistische beweging kwam ook midden in een cultuuroorlog te staan. Een eeuw later lijkt de geschiedenis zich te herhalen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking. Hij woont in Berlijn.
Honderd jaar later is het Bauhaus van architect Walter Gropius nog altijd een indrukwekkende compositie van glas, beton en staal, een minimalistisch gebouw met heldere lijnen, zonder enige ornamentiek. Tussen 1926 en 1932 was hier de beroemdste kunstacademie ter wereld gevestigd, met docenten als de architecten Ludwig Mies van der Rohe en Gropius zelf, de schilders Wassily Kandinsky, Paul Klee en Oskar Schlemmer en de ontwerper Marcel Breuer.
Als geen andere instelling droeg het Bauhaus bij aan de beeldtaal van de moderniteit, de Nieuwe Zakelijkheid met zijn strakke witte gebouwen en zijn meubels van gebogen stalen buizen. Helder, rationeel en functioneel, weg van alle frutsels en overbodige versieringen uit de traditie. Dat was niet zomaar een stijlkeuze: op de ruïnes van de Eerste Wereldoorlog wilde het Bauhaus nieuwe kunst maken voor een nieuwe mens in een nieuwe wereld.
Het Bauhaus werd niet alleen hét symbool van de culturele opbloei van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek (1919-1933), maar inspireerde ook generaties van architecten en ontwerpers, tot het minimalistische en functionele design van Apple aan toe.
Het honderdjarig bestaan van het iconische gebouw in Dessau wordt gevierd met de tentoonstelling Glas-Beton-Metaal. Niet de bekende kunstwerken van Bauhaus staan centraal, maar de materialen waarmee zij gemaakt werden, waarvan sommige indertijd relatief nieuw waren. Omdat het gebouw werd gedragen door een interne constructie van beton, konden de gevels heel licht zijn, met grote glazen vensters en stalen kozijnen.
Van het modernistische enthousiasme van honderd jaar geleden is echter weinig meer over. Met de wetenschap van nu is het Bauhaus bijna een schuldig gebouw geworden, waarvan de schaduwzijden uitgebreid belicht worden. Bij de productie van beton komen enorme hoeveelheden CO2 vrij, het glas werd onder erbarmelijke omstandigheden geproduceerd door slecht betaalde arbeiders en metaal werd na de Eerste Wereldoorlog populair als bouwmateriaal omdat de staalindustrie op zoek moest naar nieuwe afzetmogelijkheden, nu er geen behoefte meer was aan kanonnen en granaten.
Alleen curator Thorsten Blume doorbreekt de wat tobberige sfeer, als hij van zijn liefde voor staal getuigt. ‘In de oorlog was staal iets hards, mannelijks, militants’, zegt hij. Marcel Breuer, het hoofd van de meubelafdeling van het Bauhaus, deed er iets heel anders mee. Hij boog het staal en maakte onder meer de beroemde Wassily-stoel. Staal was niet meer star, maar flexibel, als de uitdrukking van een nieuwe tijd van ‘vrije en dynamische mensen’, aldus Blume.
Niettemin overheersen de donkere kanten van het modernisme. ‘Destijds waren de mensen enthousiast over de moderniteit. Nu weten we dat zij vies is’, zegt de huidige directeur van het Bauhaus, de Oostenrijkse Barbara Steiner. Waarschijnlijk hadden Walter Gropius of Marcel Breuer dat ook ingezien, als ze nu geleefd hadden. ‘We hebben ons afgevraagd wat het Bauhaus tegenwoordig zou doen. Waarschijnlijk zou het net zo experimenteel en innovatief zijn, maar dan met andere materialen, zoals leem, hout, wol of algen’, aldus Steiner.
Naast Glas-Beton-Metaal heeft het Bauhaus nog een tentoonstelling gemaakt, CO2-Puin-Algen, in het leegstaande warenhuis Zeeck aan de Kavalierstrasse. Voor de oorlog werd deze straat beschouwd als de Champs-Elysées van Dessau, een lommerrijke allee omgeven door statige gebouwen. De geschiedenis heeft er weinig van overgelaten. Er rest slechts een samenraapsel van een paar oude panden die de geallieerde bombardementen hebben overleefd, DDR-flats van prefab-beton en een inwisselbaar kapitalistisch winkelcentrum.
De tijd van de grote utopieën is voorbij, zegt Steiner: ‘Maar er zijn nog altijd utopische momenten, waarop mensen zeggen: dát heeft de wereld nodig, dát is een manier om onze CO2-afdruk te verminderen, om grondstoffen op te sporen. Dat kan leiden tot een nieuwe esthetiek en nieuwe collectieve handelingen.’
In warenhuis Zeeck is een staalkaart van duurzame oplossingen te zien: gevelplaten van gerecycled glas, bouwstenen van leem, muren van wol, bouwmaterialen die uit algen groeien. Het is een vooruitblik naar een nieuwe mens die in harmonie leeft met de planeet. Alleen de esthetische vonk ontbreekt vooralsnog. Anders dan in de jaren twintig is er nog geen beeldtaal voor een nieuw tijdperk gevonden.
Het Bauhaus werd in 1919 opgericht in Weimar. Directeur Walter Gropius schreef een manifest waarin hij getuigde van zijn utopisch geloof in een nieuwe wereld. Protserige ornamentiek stond voor de leugens van de oude orde, die miljoenen mannen naar het slagveld had geleid om te strijden voor een mystieke Duitse ‘cultuur’.
Nieuwe kunst moest helder en rationeel zijn, in dienst van een samenleving met meer vrijheid en gelijkheid. Op de kunstacademie werd geprobeerd deze idealen in de praktijk te brengen. De verhoudingen tussen docenten en studenten waren minder hiërarchisch dan destijds gebruikelijk was. Ook studeerden er ongeveer evenveel mannen als vrouwen. De gelijkheid kende overigens haar grenzen: veel vrouwen werden naar de ‘typisch vrouwelijke’ textielafdeling gedirigeerd.
Toch stond het Bauhaus voor een nieuwe manier van leven, getuige de talloze foto’s van vrolijke jongens en meisjes, die feestvieren of lachend poseren op de balkons van het Bauhaus-gebouw. Mannen en vrouwen door elkaar, de vrouwen veelal met een destijds modieus kort en androgyn kapsel, jong, dynamisch, modern en vrijgevochten.
Van meet af aan stuitte het Bauhaus op grote weerstand. In 1925 moest de academie uit Weimar vertrekken, omdat de rechtse regering van de deelstaat Thüringen haar te ‘bolsjewistisch’ vond. Zij verhuisde naar het industriestadje Dessau, waar zij haar motto ‘Kunst en techniek: een nieuwe eenheid’ nog beter in de praktijk kon brengen.
Het Bauhaus wilde ontwerpen voor de industrie. De ontwerpen van Bauhaus moesten door moderne productietechnieken in massa geproduceerd worden, zodat goed ontworpen producten voor redelijke prijzen binnen bereik van de gewone man zouden komen. Dat gold niet alleen voor meubels, stoffen, behang of serviesgoed, maar ook voor woningen. Door rationele woningbouw met prefab-elementen zouden goede woningen in serie geproduceerd kunnen worden.
In 1929 bouwde Walter Gropius zo’n wijk, Törten in Dessau. Witte, rechthoekige huizen met licht en ruimte voor ‘het volk’ dat vaak in donkere, bekrompen en slecht geventileerde huurkazernes woonde. Helaas bleek ‘het volk’ niet altijd gecharmeerd van de stijl van het Bauhaus. Conservatieven en nationaalsocialisten spraken smalend van ‘Marokkohutten’ en een ‘negervestiging’. De platte daken werden ‘on-Duits’ gevonden. Een Germaans huis had nu eenmaal een puntdak.
In de Berlijnse wijk Zehlendorf woedde in de jaren twintig een ‘dakenoorlog’. Nadat de modernistische architect Bruno Taut de wijk Onkel Toms Hütte met platte daken had gebouwd, zetten conservatieven er een buurtje met spitse daken tegenover.
De polarisatie was niet alleen te wijten aan de reactionaire houding van rechts, stelde de architectuurhistoricus Philipp Oswalt in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, maar ook aan de dogmatische houding van Gropius en zijn medestanders. Zij schreven de modernistische stijl voor als enige manier om verantwoord huizen te bouwen.
‘Er zat iets autoritairs in het Bauhaus: zo moet de wereld eruitzien voor iedereen’, zegt ook de huidige Bauhaus-directeur Barbara Steiner. ‘Dat is achterhaald. Er zijn geen utopieën meer, in de zin van grote verhalen die voor alle mensen gelden. Daarvoor is de wereld te divers.’
In 1931 wonnen de nazi’s de absolute meerderheid in de gemeenteraad van Dessau. Sluiting van het Bauhaus was hun belangrijkste verkiezingspunt. In 1932 moest het Bauhaus Dessau verlaten. Belangrijke docenten als Gropius en Mies van der Rohe vluchtten naar de Verenigde Staten, waardoor het gedachtegoed van Bauhaus verder over de wereld werd verspreid.
Het gebouw zelf werd door de nazi’s gebruikt als school voor verpleegkundigen en ambtenaren. In de oorlog werd het zwaar verwoest, waarna het pas in de jaren zeventig werd gerestaureerd door de DDR. Nu is het Bauhaus vooral een toeristische trekpleister, een monument van tijdloze esthetiek en vervlogen idealen.
Toch is de strijd om het Bauhaus niet helemaal gestreden. De ‘dakenoorlog’ is weer terug in Duitsland. In het deelstaatparlement van Saksen-Anhalt diende de AfD in 2024 een motie in waarin het Bauhaus tot ‘dwaalweg van de moderniteit’ werd uitgeroepen. De AfD waarschuwde voorts voor een ‘eenzijdige verheerlijking’ van het Bauhaus bij de herdenking van het honderdjarig jubileum. De motie werd verworpen, maar veroorzaakte veel ophef. Het Bauhaus, door de nazi’s verjaagd, werd nu opnieuw bestreden door een partij die in Saksen-Anhalt tot extreemrechts is verklaard door de Verfassungsschutz, de instantie die de grondwet bewaakt.
‘Dat is framing, een verkeerde interpretatie van onze tegenstanders die een nabijheid van de AfD tot Hitler en de misdaden uit het verleden willen construeren’, zegt Laurens Nothdurft, gemeenteraadslid van de AfD in Dessau en burgemeester van het stadsdeel Rosslau, in het restaurant van het Bauhaus.
‘Wij zijn zeer trots op het Bauhaus. Het is een verrijking voor de stad, een magneet voor toeristen uit de hele wereld. Maar in de Duitse geschiedenis heb je licht en schaduw. Dat geldt ook voor het Bauhaus. In de Nieuwe Zakelijkheid zie je een uniformiteit, een kilheid tegenover de mensen die in de gebouwen moeten wonen’, aldus Nothdurft. ‘Walter Gropius was een groot architect, maar er zit ook iets koels in zijn werk, iets vijandigs aan de mens.’
Gropius’ manier van bouwen leidde maar al te vaak tot een ‘afschrikwekkende uniformiteit’, zegt Nothdurft. In Gropius’ wijk Dessau-Törten is inderdaad te zien dat bewoners zich verzetten tegen die uniformiteit. Sommigen hebben hun witte kubus voorzien van een eikenhouten voordeur met geel matglas en koperen krulbeslag.
De AfD sprak in haar motie van ‘mondiale eenheidsworst’. Ook Nothdurft zegt: ‘Ik mis het regionale. Het is wenselijk om Duits te bouwen. Dat brengt identiteit, herkenning.’
In september worden de deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt gehouden. De AfD ligt ruim op kop in de peilingen, met 38 procent. In haar ontwerp-verkiezingsprogramma schrijft de partij dat nieuwe openbare gebouwen ‘een historische identiteit’ moeten weerspiegelen en ‘door een meerderheid van de bevolking mooi moeten worden gevonden’.
Bauhaus-directeur Barbara Steiner wil zich niet als tegenstander van de AfD opstellen. In het oosten van Duitsland is de AfD een alledaagse realiteit waarmee je moet leven. ‘In mijn flatgebouw wonen ook mensen die AfD stemmen. De partij is niet homogeen. Met de ideologen kun je niets beginnen, maar met de gematigden kun je praten. Hoe dan ook, in Dessau heeft de AfD het Bauhaus nooit direct aangevallen.’
Na honderd jaar laat de erfenis van het Bauhaus een gemengd beeld zien. Het Bauhaus-design heeft de massa nooit bereikt op de manier die de ontwerpers voor ogen hadden. De klassieke ontwerpen worden geëxploiteerd door merken als Knoll, die de Wassily-stoel aanbiedt voor bijna drieduizend euro. Anderzijds is het Bauhaus-erfgoed gebanaliseerd, zegt Steiner, met goedkope imitatie-buizenstoelen waar je al na een paar maanden doorheen zakt.
Ook de Bauhaus-architectuur bereikte de massa soms met perverse resultaten. Zo stond het Bauhaus aan de wieg van de ‘Plattenbau’ in de DDR, monotone rijen flats gemaakt van prefab-betonplaten. Ook in het Westen verrezen eentonige flatwijken die inmiddels als sociale brandhaarden te boek staan, zoals de Gropiusstadt die Walter Gropius in de jaren zestig, aan het einde van zijn leven, in het toenmalige West-Berlijn bouwde.
De utopie is mislukt, maar de heldere lijnen, het minimalisme en het less is more van Mies van der Rohe zijn niet meer weg te denken uit de hedendaagse smaak. ‘De mensen houden van het Bauhaus’, zegt Barbara Steiner. ‘Ook dat biedt bescherming.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant