JD Vance, de vice-president van de Verenigde Staten heeft de EU beschuldigd van inmenging in de Hongaarse parlementsverkiezingen. Vance is op bezoek in Boedapest, vlak voor de verkiezingen, en zegt premier Orbán zoveel mogelijk te helpen.
Zijn bezoek moet naar eigen zeggen worden gezien als een signaal aan de 'bureaucraten in Brussel' die er volgens hem alles aan doen om het Hongaarse volk klein te houden, omdat ze de leider niet leuk vinden. Een leider die volgens Vance opkomt voor het Hongaarse volk. Volgens de vicepresident zou de EU expres de economie van Hongarije proberen te “vernietigen” en het land minder energie-onafhankelijk maken.
De EU heeft grote sommen geld voor Hongarije tijdelijk bevroren, omdat het zich zorgen maakt om de rechtsstaat in Hongarije. Ook willen de Europese leiders dat Hongarije, net als alle andere EU-lidstaten, stopt met het importeren van Russische brandstoffen.
Naast Vance heeft ook President Trump al meerdere malen zijn steun betuigd aan Orbán. Deze laatste lijkt op koers te zijn de verkiezingen te verliezen van de meer EU-gezinde Péter Magyar. Die heeft eerder al Rusland beschuldigd van inmenging in de verkiezingen. Orbán wordt gezien als de meest pro-Russische leider binnen de EU en botst daarom regelmatig met de rest van het blok.
Orbán heeft op zijn beurt wederom Oekraïne beschuldigd van verkiezingsinmenging. President Zelensky wordt neergezet als de boeman die expres leveringen van Russisch gas zou tegenhouden om de uitslag te beïnvloeden. Kyiv ontkent deze beschuldigingen.
In hoeverre Trump en Vance hun openlijke steun en toegezegde hulp aan de zittende president niet als inmenging zien, is niet duidelijk.
Source: Fok frontpage