In de schooltijd van Jesse Dijkers (25) was alles lang leve de lol. De automatische piloot ging eraf toen hij lange dagen maakte bij het familiebedrijf. ‘Op een gegeven moment knapte er iets. Ik kreeg paniekaanvallen.’
schrijft voor Volkskrant Magazine.
Waar ben je opgegroeid?
‘In Zoutelande, een Zeeuws dorp aan het strand. Het is nogal toeristisch, met een hoop Duitsers en Nederlanders. Veel mensen hebben er een vakantiehuis, dus vooral in de zomer is het er druk. Zeker sinds dat nummer van Bløf. Vóór dat liedje wist niemand waar Zoutelande lag.’
Met wie groeide je op?
‘M’n vader, moeder en twee broertjes. Ik ben de oudste. De middelste is inmiddels verhuisd naar Antwerpen, want hij is kok in een restaurant van Sergio Herman. Dat kwam niet uit de lucht vallen, hij vond koken altijd geweldig. Als hij tijd had was hij filmpjes aan het kijken over koken en allerlei dingen aan het verzinnen. Wat hij maakt is lekker, heel erg lekker zelfs.
‘De jongste is 18, dus hij zit nog op school. Wij wonen allebei nog thuis bij onze ouders. Iedere ouder is natuurlijk anders, maar ik ken geen andere ouders die zo lief en behulpzaam zijn als de mijne. Ik kan alles tegen ze zeggen. We kunnen een discussie voeren zonder ruzie te krijgen.
‘Dat is handig, want we werken samen in het bedrijf. M’n vader wil het soms anders aanpakken dan ik het zou doen, dus het is handig dat we daar goed over kunnen praten.’
Hoe vond je het om kind te zijn?
‘Ik weet er niet zoveel meer van. Mijn oude basisschool is nu een parkeerterrein. Ik ben nooit gepest, ik kon met iedereen goed omgaan. Volgens mij vonden de andere kinderen me wel leuk.
‘Van kinds af aan hou ik ervan om andere mensen te zien genieten, dus ik kan me wel goed aanpassen om dat te bereiken. Vroeger zou ik waarschijnlijk gezegd hebben dat ik school stom vind, maar als ik terugkijk, was het gewoon leuk. De hele dag rondhangen met mensen van je eigen leeftijd is echt fijn. Dat doe ik nu veel minder.’
25 in ’26
In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
En de middelbare school?
‘Ik ging naar de mavo in Middelburg, dat was 10 kilometer fietsen. E-bikes waren toen nog bijzonder, of eigenlijk raar. Dat is nu anders; m’n broertje heeft er wel een. Ik vond het een halve dag spannend, in zo’n kringetje en je voorstellen, maar ik had snel nieuwe vrienden gemaakt.
‘Verder deed ik niet heel veel op school. Ik kreeg op een gegeven moment een vriendinnetje, zij zat op het vwo. Daarnaast deden veel van mijn vrienden havo. Toen ik slechte cijfers haalde en uiteindelijk niet slaagde, vond ik dat niet erg. Iedereen om me heen moest toch nog één of twee jaar middelbare school doen. Ik was er niet verdrietig om.
‘Mijn ouders wel, trouwens. Uiteindelijk deed ik iets meer m’n best en ben ik geslaagd. Niet met vlag en wimpel hoor, school is niet mijn sterkste punt.’
Wat deed je graag buiten school om?
‘Voetballen, naar het strand, uitgaan, dat soort dingen. Ik ben er zo snel doorheen gegaan, alles ging op de automatische piloot. Je doet dingen met je vrienden, alles is lang leve de lol.
‘Uiteindelijk ging ik een mbo-opleiding in Vlissingen doen, logistiek- en transportmanagement, of zoiets. Een vriend van me deed het en vond het leuk. Het was echt een opleiding die je doet als je niet goed weet wat je wil.
‘Het is heel makkelijk. Als je eenmaal een diploma hebt kan je bij veel bedrijven aan de slag, want alles is logistiek. Je leert bijvoorbeeld hoe je een vrachtwagen zo snel mogelijk van a naar b krijgt, hoe je een magazijn handig organiseert of een container zo efficiënt mogelijk inricht. Alles draait om planning en efficiënt zijn. Maar als je me nu zou vragen: heb je er wat van geleerd? Ik weet het niet.
‘Na vier jaar had ik een diploma. Weinig voor gedaan. Het was midden in de coronaperiode en de leraren gaven er ook niks om. Ik kreeg voor bijna elke toets of opdracht een 8. Mijn stage was in de haven. Ik had er niks te doen, ook al was het heel druk. Soms moest ik containers tellen. Toen corona kwam hadden ze niks meer voor me. M’n pa zei: thuiszitten gaan we niet doen, kom maar bij mij in het bedrijf.’
Wat voor bedrijf is het?
‘We verkopen haarden voor in huis. Het is een familiebedrijf: mijn vader is directeur, m’n moeder doet de administratie, hoewel ze ook werkt als verpleegkundige op de ic.
Jesse Dijkers werd op 19 maart 25 jaar.
Woonplaats: Zoutelande
‘Ik hou van schoonmaken en denk op een volwassen manier, maar ik woon nog bij m’n ouders. Laten we het op een 7 houden.’
‘Ik denk het wel, vooral op technologisch gebied. Als ik m’n vader zie typen denk ik: kom op.’
‘Hopelijk in een huisje in Zoutelande met een vriendin, misschien met kinderen.’
‘Toen ik hier kwam was het een bende. Het magazijn stond helemaal vol. Ik ben gaan opruimen, klusjes doen, stof weghalen, ruitjes schoonmaken, en uiteindelijk het onderhoud plannen. Want als je een gashaard of houtkachel hebt, moet je die regelmatig schoonmaken.
‘Inmiddels plan ik ook de installaties: ik zorg dat een monteur bij de klant langsgaat, een offerte maakt en de haard installeert.’
Het klinkt alsof je toch doet wat je tijdens je opleiding geleerd hebt.
‘Ja, misschien toch wel. Ik ga ook weleens met een monteur mee als die een haard plaatst. Daar leer ik veel van. Een monteur kan zeuren als je iets niet plant of bestelt. Als ik dan geen idee heb waarom-ie zeurt, levert dat alleen maar irritaties op. Omdat ik soms meega, begrijp ik wat hij nodig heeft. En dan kan ik ook even weg van de computer.’
Wil je het bedrijf ooit overnemen?
‘Ik denk het wel, maar honderd procent zeker weet ik het niet. Toen ik het bedrijf inrolde kreeg ik zo veel op m’n bordje dat het nogal stressvol was. Ik werkte vijf à zes dagen in de week. Loslaten kon ik moeilijk. Mijn relatie ging uit zonder dat ik snapte waarom.
‘Op een gegeven moment knapte er iets. Ik kreeg paniekaanvallen. Dat was heftig: soms reed ik op de snelweg en dacht ik dat ik een hartaanval kreeg. Het bleek hyperventilatie en een verhoogde hartslag. Ik had geen idee wat er aan de hand was, maar tel maar op: lange dagen, te veel hooi op m’n vork, vriendin weg, stress, en op zaterdag én zondag uitgaan. Met een kater kun je al helemaal snel een paniekaanval krijgen.’
Wanneer is dat begonnen?
‘Twee, drie jaar geleden. De tweede keer was met vrienden bij de McDonald’s. Mijn ouders zijn me komen halen. Het ergste is wanneer je niet weg kunt, in de auto of trein. Op een gegeven moment gebeurde het elke dag, meestal een halfuur tot uur.
‘Kijk, er is geen medicijn voor. Je moet natuurlijk met mensen rondom je praten, of met een psycholoog, maar verder moet je het zelf doen. Het is een soort waarschuwing dat je je levensstijl moet aanpassen. Je moet bedenken dat zeventig uur in de week werken misschien geen goed idee is.
‘Het zit ook wel in de familie. Ik denk overal over na. Als ik in de auto rijd, ben ik al bezig met hoe ik straks uitstap. Mijn moeder heeft daar ook een handje van, net als mijn opa. Hij zette badkamers en kon de hele nacht wakker liggen over dat ene tegeltje dat niet recht lag.’
Hoe ga je ermee om?
‘Ik schaam me er niet voor, ben er altijd open over geweest. Ook tegen m’n vrienden, al kunnen ze zich het moeilijk voorstellen. Inmiddels werk ik ook minder hard. Ik ben gaan sporten, vooral fitness en hardlopen, geen zakken chips wegeten, af en toe wat leuks doen.’
Zoals wat?
‘Ik ga af en toe weekendjes weg met de vriendengroep, dat zijn vijf jongens. Laatst gingen we naar Londen voor een dartwedstrijd. Iedereen komt verkleed, en dan is het bier drinken en bij elk goed punt schreeuwen.
‘Een vriend van me is gek van Nederlandse artiesten, Suzan en Freek bijvoorbeeld, of Jan Smit. Ik vind het leuk om mee te gaan, ook al luister ik bijna nooit muziek. Ik hou het liever bij podcasts: Vandaag Inside, maar ook spirituele podcasts over je ademhaling, of over ondernemen.’
Wat zijn je dromen voor de toekomst?
‘Ik wil een eigen zaak. Misschien wordt dat deze, misschien ga ik zelf iets opzetten. Het liefst in de haarden, maar iets anders kan ook. Dit jaar wil ik ook stappen maken naar een eigen huisje. Hoe lief m’n ouders ook zijn, ik ga me toch ergeren aan dingen waar je niet boos over zou mogen worden. Plus: ik zie m’n vader hier sowieso elke dag.
‘Het liefst wil ik een huis kopen. Zoutelande is heel duur, maar ik hoop wat te kunnen regelen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant