Home

Hongarije kan Orbán na 16 jaar aan de kant zetten. Wat zeggen de peilingen en hoe werkt het systeem?

Hongarije maakt zich op voor de spannendste verkiezingen in jaren. Vanuit heel Europa wordt de strijd tussen premier Viktor Orbán en uitdager Péter Magyar op de voet gevolgd. Maakt de oppositie kans en kunnen we de uitslag vertrouwen?

zijn nieuwsverslaggevers van de Volkskrant en volgen komend weekend de Hongaarse parlementsverkiezingen.

1. Wat staat er op het spel?

Het is goed mogelijk dat Hongarije zondag na zestien jaar Viktor Orbán een nieuwe premier kiest. Oppositieleider Péter Magyar hoopt regeringspartij Fidesz te verslaan bij de spannendste Hongaarse parlementsverkiezingen sinds 2010.

Daarmee zou een einde komen aan de langste, aaneengesloten periode van macht in de Europese Unie. Hongaren die op Magyars partij Tisza stemmen hopen een halt toe te roepen aan een regime dat de rechtsstaat uitholt, minderheden onderdrukt, oppositiekrachten de mond snoert en een economische malaise niet heeft voorkomen.

Bovendien zal Brussel onder hoogspanning naar de eerste exitpolls op zondagavond kijken. Mocht Orbán daadwerkelijk de macht kwijtraken, dan is de EU verlost van een notoire dwarsligger.

2. Maakt Péter Magyar kans?

De kansen van Magyar zijn behoorlijk, gezien de peilingen. Belangrijke kanttekening daarbij: Hongaarse opiniepeilers zijn doorgaans in zekere mate op de hand van een politieke partij. Zo voorspellen peilers met een voorkeur voor Orbáns partij dat Fidesz zondag wint met 46 procent van de stemmen, tegenover 40 procent voor Tisza. Bureaus die meer richting de oppositie neigen, geven Tisza juist het voordeel, met 46 procent van de stemmen tegenover 30 procent voor Fidesz, zoals bij peilbureau Median.

Het beste beeld geeft wellicht de Poll of Polls, een gewogen trendoverzicht van Politico. Daarin nadert Tisza de 50 procent van de stemmen, tien procentpunt meer dan Fidesz. Duidelijk is dat Magyar de electorale wind mee heeft. Al sinds de oprichting van Tisza, voorjaar 2024, stijgt de partij gestaag in de peilingen. Fidesz schommelt al ruim een jaar tussen de 34 en 39 procent van de stemmen, terwijl Tisza alleen maar lijkt te groeien en niet meer onder de 40 procent komt.

Er doen nog drie andere partijen mee aan de verkiezingen: het extreemrechtse Mi Hazánk (Ons Vaderland), de sociaaldemocratische Demokratikus Koalíció en de satirische Tweestaartige Hond Partij. Alleen Ons Vaderland komt in sommige peilingen (net) boven de kiesdrempel van 5 procent uit.

3. Als Magyar de meeste stemmen krijgt, wordt hij dan ook premier?

Dat is niet zeker, zelfs niet als inderdaad een meerderheid van de Hongaren zondag op Tisza stemt. Hongaarse stemmers kunnen twee vakjes aankruisen op het stembiljet, want de 199 zetels in het Hongaarse parlement worden op twee manieren verdeeld: via de 106 kiesdistricten, elk goed voor één zetel, en 93 zetels via een landelijke lijst. Dit kiesstelsel heeft Orbán de afgelopen vijftien jaar naar zijn hand gezet, onder meer door kiesdistricten opnieuw in te delen om Fidesz een gunstiger uitgangspositie te geven.

Ook hoeft een kandidaat sinds 2014 geen absolute meerderheid meer te behalen om een kiesdistrict binnen te slepen. De zetel gaat simpelweg naar de kandidaat met de meeste stemmen, ook als die maar 40 procent van de stemmen heeft gekregen (het first-past-the-post-principe). Voorheen volgde in dat geval een tweede ronde.

De uitslag van de vorige verkiezingen illustreert hoezeer Fidesz profiteert van het districtenstelsel: in 2022 kreeg Fidesz in de districten 52 procent van het totaal van de stemmen, maar dat leverde liefst 87 van de 106 districtszetels in het Hongaarse parlement op (ruim 80 procent). De oppositie is vooral vertegenwoordigd in de 18 districten in het progressieve Boedapest.

Overigens kan het first-past-the-post-systeem bij een stevige verkiezingsnederlaag ook ongunstig uitpakken voor Orbán. In veel districten was de marge bij de vorige verkiezingen slechts enkele procentpunten. Als Tisza het zondag beter doet dan de oppositiecoalitie in 2022, dan kan het in districten zomaar de andere kant op vallen. Om Magyars kansen te vergroten hebben in veel districten, vooral in Boedapest, andere oppositiekandidaten de race verlaten.

4. Kunnen we de uitslag vertrouwen?

Vrij, maar niet eerlijk. Zo luidde kort gezegd het oordeel van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) over de Hongaarse verkiezingen van 2022. ‘De verkiezingen verliepen goed, maar werden ontsierd door een gebrek aan gelijke kansen’, concludeerde de onafhankelijke waarnemingsmissie.

Het ongelijke speelveld waarover de OVSE vier jaar geleden schreef, is niet verbeterd. Het Hongaarse medialandschap is de afgelopen jaren nog verder in de greep van Fidesz gekomen. Niet alleen de publieke omroep, maar ook tal van Hongaarse kranten en nieuwssites zijn inmiddels op hand van de regering. Ook misbruikte Fidesz opnieuw overheidsgeld om de eigen verkiezingscampagne te financieren, wat in strijd is met de Hongaarse kieswet.

5. Hoe zal Magyars Hongarije eruitzien?

Mocht de oppositieleider de macht grijpen en veranderingen kunnen doorvoeren, dan bestaat er nog geen helder beeld van wat hij van plan is. Over culturele thema’s, zoals de verboden Pride in Boedapest vorig jaar, laat Magyar zich nauwelijks uit, waarschijnlijk om zowel Orbáns conservatieve achterban als progressieve lieden in de hoofdstad achter zich te krijgen.

De 45-jarige politicus uit Boedapest valt het best te typeren als een rechtse populist die zich wat milder opstelt dan Orbán. Niet voor niets was Magyar tot twee jaar terug nog lid van Orbáns Fidesz en vertegenwoordigde hij Orbáns regering als diplomaat in Brussel.

Zoals vele uitdagers van autoritaire leiders voert Magyar vooral een anti-corruptiecampagne. Ngo Transparency International bestempelde Hongarije onlangs als het meest corrupte land in de EU.

Ook legt Magyar de nadruk op het nut van het Hongaarse lidmaatschap van de EU. In zijn partijprogramma, dat vorige maand pas verscheen, zegt hij ‘voor Europa te kiezen’. Hongarije moet het vertrouwen van de EU en de Navo terugwinnen en in 2030 de euro invoeren.

De 18 miljard euro aan Europese tegoeden die nu bevroren zijn vanwege Orbáns schendingen van de rechtsstaat, zijn voor Magyar onmisbaar om de Hongaarse economie te herstellen. Wel wijst Magyar net als Orbán het Europese migratiepact af, omdat dit het land aan de buitengrenzen van Europa mogelijk zou verplichten een aantal asielzoekers op te nemen.

Wat betreft de steun aan Oekraïne ligt Magyar dichter bij Orbán dan bij de Europese Commissie. Magyars Hongarije zal geen groot bondgenoot worden van het buurland; hij wil zelfs een bindend referendum uitschrijven over de toetreding van Oekraïne tot de EU. Magyar beschuldigt Orbán te dicht tegen Poetin aan te schurken. Hongarije moet volgens hem weliswaar economisch onafhankelijk worden van Rusland, maar pas vanaf 2035, acht jaar later dan de EU wil.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next