Bewegen is gezond, maar heel fanatiek sporten levert risico’s op. Artsen en sporters zijn zich daar niet altijd van bewust, blijkt uit een oproep van wetenschappers van het Radboudumc samen met internationale collega’s.
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Het is niet de eerste groep die met hart- en vaatziekten wordt geassocieerd: slanke, niet rokende veertigers en vijftigers die meerdere keren per week langdurig hardlopen of fietsen. Toch komen wetenschappers van de Radboud Universiteit nu met een waarschuwing die specifiek is gericht op deze groep.
Sporters leven weliswaar gemiddeld drie tot zes jaar langer dan niet sportende leeftijdsgenoten, maar ze zijn niet gevrijwaard van hart- en vaatziekten. Sterker nog, sommige hartritmestoornissen en slagaderverkalkingen lijken juist vaker voor te komen bij sporters. Die problemen uiten zich alleen anders, bijvoorbeeld als plots teruglopende prestaties in plaats van de kenmerkende pijn op de borst of kortademigheid.
Tijd voor bewustwording, schrijven de onderzoekers onder leiding van Thijs Eijsvogels, universitair hoofddocent inspanningsfysiologie bij het Radboudumc, maandag in een dubbelpublicatie in de vakbladen European Heart Journal en The Journal of the American College of Cardiology.
Waarom richt u zich met deze oproep specifiek tot sporters van middelbare leeftijd?
Eijsvogels: ‘Veel onderzoek over risicofactoren voor hart- en vaatziekten gaat over mensen die een minder actieve leefstijl hebben, of over beweegrichtlijnen voor de algemene bevolking. Maar onderzoek naar mensen die juist veel sporten valt tussen wal en schip. Die groep is groeiende, te zien aan de toenemende populariteit van sportevenementen, het ene nog extremer dan het andere.
‘Sporters hebben weliswaar een gezonde leefstijl, maar soms ook de bekende risicofactoren voor hartproblemen, zoals een hoog cholesterol en een verhoogde bloeddruk. Die poets je niet weg met sporten. Bovendien weten veel artsen niet goed wat ze aan moeten met sporters met hartproblemen. De huidige medische richtlijnen volstaan daarvoor niet.’
Maar die fanatieke sporters zijn toch wel gezonder dan de gemiddelde rokende leeftijdsgenoot met overgewicht? Gaat het bij fitte 35-plussers dan niet om relatief kleine risico’s?
‘Sporters zijn zeker gezonder dan de algemene bevolking die niet sport. Als je inactief bent, heb je het grootste risico. Ga je meer bewegen, dan neemt dat risico af. Maar als je extreem veel sport, neemt je risico mogelijk weer toe, al is dat inderdaad nog steeds kleiner dan bij mensen die niet voldoende bewegen. Waarschijnlijk is er wel een ideale hoeveelheid sporten, maar bij hoeveel minuten per week bewegen die precies ligt, weten we eigenlijk nog niet goed.’
Wat beschouwt u als fanatiek sporten?
‘De beweegrichtlijnen (van de Gezondheidsraad, red.) raden aan 150 tot 300 minuten per week matig intensief te bewegen, zoals fietsen of stevig wandelen. Sport je veel meer dan die vijf uur per week, dan voegt dat weinig toe aan je gezondheid.’
Wat raadt u 35-plussers met sportambities aan? Toch maar rustig aan doen in plaats van een marathon lopen?
‘Blijf vooral in beweging, want de risico’s van niet bewegen zijn groter dan die van wel bewegen. Er is ook niks mis met trainen voor een marathon, maar let dan wel op dat je dat rustig opbouwt, zowel in hoe vaak je traint als in hoe intensief je dat doet. Dat is beter voor je hartgezondheid en het voorkomt blessures door overbelasting.
En als je langere tijd doorgaat met sporten, laat dan eens in de paar jaar bloed prikken en je bloeddruk meten. Dat kan bijvoorbeeld ook bij een van de hartcheckpunten die de Hartstichting vorig jaar heeft gelanceerd.
‘Ook met een hartprobleem kun je vaak wel blijven sporten. In het verleden was het advies vaak om dan te stoppen. Maar mensen halen ook echt plezier uit het sporten en voor sommigen is het een deel van hun identiteit geworden. Het biedt veel gezondheidsvoordelen en het is belangrijk dat op een veilige en verantwoorde manier te blijven doen, en samen met een arts te kijken naar wat er wel kan. Ook die positieve insteek is een nieuw inzicht.’
Hoe kunnen fanatieke sporters van middelbare leeftijd bij zichzelf ontdekken dat ze gevaar lopen?
‘Als je prestaties als intensief sporter opeens onverklaarbaar achteruitgaan en dat ook even aanhoudt. Dus niet als je net een griepje hebt gehad of een tijdje wat minder getraind hebt.
Veel sporters houden hun prestaties bij met een sporthorloge. Die zijn niet altijd even betrouwbaar, maar die metingen in combinatie met het gevoel dat je prestaties afnemen, kunnen een teken zijn dat er iets met je hart is. Dan is het misschien toch goed om even langs de huisarts te gaan.
‘Dat betekent niet dat je meteen aan de medicijnen moet, waar veel sporters terughoudend mee zijn. Maar net als voor niet-sporters van middelbare leeftijd kan af en toe bloed prikken en bloeddruk meten een goed idee zijn. Door risicofactoren zoals cholesterol, bloeddruk en hartritme te meten kan een sportarts het risico op serieuze gezondheidsproblemen goed inschatten. Arts en sporter kunnen dan samen besluiten of behandelen nodig is en welke behandeloptie het best passend is.’
Sport u zelf fanatiek?
‘Ik zou mezelf eerder een gematigde sporter noemen. Ik fiets drie keer per week naar mijn werk, ongeveer een uur per dag. En op zondag fiets ik 80-90 kilometer met de lokale wielervereniging.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant