Oorlog in Iran Kinderen die gerekruteerd worden, een toename van executies – de Iraanse bevolking gaat niet alleen gebukt onder Amerikaanse en Israëlische aanvallen, ook het Iraanse regime schendt mensenrechten en internationaal oorlogsrecht.
Iraniërs in de diaspora en aanhangers ontvouwen - als protest - een groot spandoek met de tekst 'Stop de excecutie van politieke gevangenen in Iran' vanaf de Overwinningszuil in Berlijn.
Trump dreigde maandag alle bruggen in Iran te vernietigen als Teheran niet akkoord gaat met het voorstel voor een staakt-het-vuren; Israël waarschuwde Iraniërs dat treinreizen tot 21.00 uur (Iraanse tijd) „hun leven in gevaar brengt”. Aanvallen op civiele infrastructuur zijn verboden volgens internationaal recht.
Maar het zijn niet alleen de Amerikaanse en Israëlische aanvallen en dreigementen waaronder de Iraanse bevolking gebukt gaat: ook het Iraanse regime schendt mensenrechten en internationaal oorlogsrecht. Mensenrechtenorganisaties documenteerden de afgelopen weken enkele zorgwekkende ontwikkelingen: kinderen worden gerekruteerd voor militaire taken, executies gaan door zonder enige vorm van eerlijk proces, en Iran vuurt illegale clustermunitie af op Israëlische burgerdoelen.
Op een wervingsflyer van de Islamitische Revolutionaire Garde staan twee lachende kinderen, een gesluierde vrouw en een man in uniform afgebeeld. Ze houden een kaart van Iran vast. Op de achtergrond zijn raketten getekend die op huizen vallen. „Inschrijving voor strijders ter verdediging van het vaderland”, staat er in het Farsi. Kinderen vanaf twaalf jaar kunnen zich in moskeeën in Teheran aanmelden bij de Basij, de paramilitaire militie van vrijwilligers die in opdracht van de Revolutionaire Garde werken.
Onder internationaal recht geldt de militaire rekrutering van kinderen onder de vijftien jaar als een oorlogsmisdaad. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) zet Iran kinderen in voor patrouilles, de bemanning van controleposten en voedseldistributie — taken die levensgevaarlijk zijn, want Israël en de VS hebben duizenden luchtaanvallen uitgevoerd op precies die faciliteiten.
Zo meldt de Iraanse nieuwssite Tabnak dat op 29 maart de elfjarige Alireza Jafari werd gedood. De jongen vergezelde zijn vader, een Basij-lid, naar een checkpoint in Teheran op het moment dat het door een Israëlische drone werd geraakt, zo vertelt zijn moeder. Volgens haar meldde haar man zich die nacht wegens een „tekort aan personeel” en nam zijn twee zonen mee.
Het voorbeeld strookt met wat mensenrechtenorganisatie Amnesty International ziet. De organisatie analyseerde zestien foto’s en video’s die sinds 21 maart 2026 online zijn verschenen, waarop kinderen met AK-47’s (kalasjnikovs) te zien zijn bij checkpoints en militaire bijeenkomsten in Teheran, Mashhad en Kermanshah. Een ooggetuige uit Rasht schreef op 30 maart aan Amnesty International: „Ze dragen maskers, maar het zijn duidelijk kinderen — sommigen lijken hooguit dertien.” Een 57-jarige huismoeder uit dezelfde stad, met wie NRC contact onderhoudt: „Ze hebben vijftienjarigen wapens gegeven die de helft van hun eigen lengte zijn.”
Het is niet de eerste keer dat Iran kinderen gebruikt bij oorlogshandelingen. Zo documenteerde HRW dat Iran tijdens de Syrische Burgeroorlog en tijdens de Iran-Irak-oorlog kinderen voor de frontlinie rekruteerde.
Een wervingsflyer van de Iraanse Revolutionaire Garde.
Volgens Amnesty International gaat de golf van politieke executies zonder eerlijk proces onverminderd door tijdens de huidige oorlog. Processen duren soms slechts enkele uren, bekentenissen worden onder marteling afgedwongen en veroordeelden krijgen nauwelijks toegang tot een advocaat. Tussen 18 en 31 maart werden er minstens acht mannen geëxecuteerd wegens spionage of „oorlog tegen God”. Enkele executies vonden in het openbaar plaats.
Bijzonder verontrustend zijn volgens Amnesty de geheime executies. Families en advocaten krijgen geen waarschuwing vooraf. Op 30 maart werden Akbar Daneshvarkar en Mohammad Taghavi Sangdehi ’s avonds plotseling overgebracht naar een onbekende locatie. De volgende ochtend maakten de autoriteiten hun dood bekend. Diezelfde ochtend volgden geheime executies van Babak Alipour en Pouya Ghobadi. De lichamen van ten minste drie van hen zijn niet teruggegeven aan de families.
Ook waarschuwt Amnesty dat het aantal executies na oorlogen en protesten sterk toeneemt. De organisatie wijst erop dat na de Woman Life Freedom-protesten van 2022 duizenden mensen ter dood werden gebracht zonder eerlijk proces. Na de Twaalfdaagse Oorlog met Israël, in 2025, bereikte het aantal executies een niveau dat in meer dan vier decennia niet was voorgekomen. Volgens Else Kuijper van Amnesty International „richt het regime zich dan volledig op het behouden van de macht en het zaaien van angst, zodat mensen niet opnieuw de straat op gaan”.
De arrestaties gaan intussen door. Op 24 maart meldde de politie dat ze 446 mensen had gearresteerd wegens onder meer het „verstoren van de publieke opinie” en „propaganda voor de vijand”, onder meer omdat zij beelden van luchtaanvallen deelden, schrijft Human Rights Watch (HRW).
HRW en het Kurdistan Human Rights Network wijzen op een bijkomend risico: gedetineerden bevinden zich vaak dicht bij kantoren en inlichtingenfaciliteiten van de Revolutionaire Garde die tevens als geheime detentielocaties dienen. En daarmee dus doelwit zijn van Israëlische en Amerikaanse aanvallen. Een familielid van een gevangene in de beruchte Evin-gevangenis vertelde aan HRW hoe gedetineerden binnen één uur meer dan twintig schokgolven voelden.
Volgens Human Rights Watch schendt Iran het oorlogsrecht door sinds 28 februari herhaaldelijk clustermunitie via ballistische raketten op Israël af te vuren.
Clusterbommen zijn verboden omdat ze een groot risico op burgerslachtoffers met zich meebrengen: de munitie valt uiteen in submunitie die zich over een groot, willekeurig gebied verspreidt. Stukken die niet meteen ontploffen blijven als landmijnen liggen — en blijven zo nog jaren gevaarlijk. Omdat de wapens geen onderscheid maken tussen burgers en strijders, kan het gebruik ervan als een oorlogsmisdaad worden aangemerkt.
Iran heeft het Verdrag inzake clustermunitie uit 2008, waarin landen afspreken deze wapens niet te gebruiken, niet ondertekend. Dat biedt geen vrijbrief: het internationaal humanitair recht verbiedt aanvallen die geen onderscheid maken tussen burgers en strijders, en geldt voor alle staten.
Op 27 maart vuurt Iran clusterbommen af op de Israëlische stad Tel Aviv.
Human Rights Watch analyseerde dertig online video’s, tussen 1 en 20 maart gefilmd in Israël, waarop te zien is dat ballistische raketten submunitie verspreiden. Volgens de organisatie gaat het vermoedelijk om acht afzonderlijke incidenten met clustermunitie. Twee aanvallen waren dodelijk. Op 18 maart kwam een ouder echtpaar om in Ramat Gan, net buiten Tel Aviv. Op 9 maart twee mannen in Yehud, vlak bij Ben Gurion Airport.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet