nieuwsbriefNRC Voorkennis
NRC Voorkennis Bijna 20.000 zeelieden zitten vast op schepen in de Perzische Golf. Hun positie wordt steeds benarder, ondanks de mooie woorden vorige week van de Hormuz-coalitie.
Geen vrolijk Pasen voor de zeelieden die al vijf weken vastzitten op schepen in de Perzische Golf. Hoop, bevrijding en verlossing uit een uitzichtloze situatie – die paasgedachten gaan voorlopig niet op voor de duizenden opvarenden in de regio. Velen leven in angst voor de raketten en de drones, hun eten en drinkwater is soms op rantsoen en de aflossing lijkt ver weg.
Dit is een ingekorte versie van de NRC Voorkennis-nieuwsbrief. Twee keer per week schrijft de economieredactie van NRC daarin over economische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor NRC Voorkennis
Iran houdt de Straat van Hormuz, de maritieme toegangspoort tot de Golf, al weken nagenoeg dicht. In maart 2026 bedroeg het scheepvaartverkeer slechts 6 procent van het jaar ervoor. Vrijdag ging weliswaar voor het eerst weer een westers schip door de zeestraat, een containervaartuig van de Franse rederij CMA-CGM. Persbureau Bloomberg meldde maandag dat afgelopen weekend meer schepen door de Straat gingen, maar dit lijkt nog niet op een snelle heropening.
Herhaaldelijk neemt Iran schepen onder vuur. Sinds het begin van het conflict op 28 februari vonden minstens 21 aanvallen op vrachtschepen plaats in de Golf. Zeker tien zeelieden kwamen daarbij om het leven.
De top over ‘Hormuz’, donderdag in Londen, bood de gestrande zeelieden nog weinig soelaas. Veertig landen, waaronder Nederland, riepen op tot onmiddellijke en onvoorwaardelijke heropening van de Straat en tot respect voor de fundamentele beginselen van de vrijheid van scheepvaart en het zeerecht.
Mooie woorden natuurlijk, maar die bieden nog geen zicht op een snelle evacuatie van opvarenden of tot humanitaire corridors voor dringende hulpverlening. Die twee zaken bepleit de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). De VN-organisatie „maakt zich grote zorgen over het welzijn van de zeelieden”.
Wie liggen er eigenlijk vast in de Golf? En hoe gaat het met de bemanningen? Volgens het Britse bureau Lloyd’s List Intelligence liggen er meer dan zeshonderd grote zeeschepen voor anker, waaronder 236 bulkcarriers, 195 tankers, 138 containerschepen en 67 gastankers. Ook liggen er zes cruiseschepen vast; twee zijn van TUI, de Mein Schiff 4 (in Abu Dhabi) en 5 (in Doha).
Het aantal schepen met een Nederlandse link – eigendom van een Nederlandse eigenaar, varend onder Nederlandse vlag, of anderszins – is circa honderd, aldus de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders. Dat zijn met name offshore-vaartuigen, blijkt uit een blik op MarineTraffic.com en Vesselfinder.com.
Zo ligt nabij de kunstmatige eilanden The World en Palm Jumeirah (Dubai, VAE) de sleephopperzuiger HAM 318 van het Nederlandse concern Van Oord. Niet ver daarvandaan bevindt zich de Willem van Oranje, een sleephopperzuiger van Boskalis.
Noordwestelijker, voor de Saoedische havenstad Jubail tussen Bahrein en Koeweit, ligt de Jumbo Kinetic, een zwareladingschip van Jumbo Shipping in Schiedam. En meer richting de Straat van Hormuz bevindt zich de Pacific Dawn. Het zwareladingschip van Hartman Shipping uit Urk ligt op grofweg 25 kilometer van het Iraanse eilandje Abu Musa. In het begin van de Iranoorlog bombareerden de VS en Israël militaire installaties op dat eiland.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Aan boord van de vijftig schepen onder Nederlandse vlag (van de zoals gezegd honderd schepen met een Nederlandse band) zijn ruim vijfhonderd opvarenden. Van hen hebben honderd de Nederlandse nationaliteit.
In totaal, op alle gestrande schepen in de Golf, gaat het volgens Lloyd’s List om 19.000 bemanningsleden. De IMO spreekt van 20.000. Ongeveer een kwart van hen zijn Filippijnen; daarnaast zijn er veel Indiërs, Oekraïners, Russen en Pakistanen aan boord.
Hoe gaat het met de Nederlandse zeelieden? En met hun buitenlandse collega’s? Dat blijft onduidelijk. De Nederlandse reders die ik belde of mailde met die vragen houden zich op de vlakte. Om veiligheidsredenen, zeggen de meeste.
„De veiligheid van onze collega’s in de regio en aan boord van onze schepen heeft onze hoogste prioriteit, en wij zijn op dagelijkse basis met hen in contact”, stelde bijvoorbeeld een woordvoerder van Van Oord. „Op basis van de meest recente informatie zijn onze mensen momenteel veilig. We hopen dat de situatie niet verder escaleert.”
Ook internationale media krijgen moeilijk toegang tot opvarenden in de Golf. Alleen anoniem – uit vrees voor hun veiligheid én hun baan – durfden enkele zeelieden te praten over hun ervaringen met de Britse omroep BBC en de zakenkrant Financial Times. Hun getuigenissen schetsen een beeld van constante doodsangst.
Veel opvarenden vrezen bovendien dat zij nog lang aan boord moeten blijven. De aflossing is een groot probleem, stelt ook de IMO. Evacuatie is moeilijk, zowel over zee, als over land en per vliegtuig. En wie gaat de bemanning aflossen? Vrijwel niemand gaat aan boord van een schip dat mogelijk onder vuur ligt. Dat mag ook niet, volgens internationale afspraken.
Voor de bemanningen van Filippijnse schepen gloort enige hoop. Donderdag meldde het ministerie van Buitenlandse Zaken dat Manila heeft afgesproken met Iran dat Filippijnse schepen, de bemanningsleden én de brandstoffen een vrije doortocht krijgen door de Straat van Hormuz. Ook de Indiase autoriteiten meldden vorige week goed nieuws voor de families van zeevarenden die al lang in onzekerheid zaten over het lot van hun verwanten. Twee derde van de 1.500 gestrande Indiase zeelieden zou inmiddels gerepatrieerd zijn.
Hoe is het om te varen onder oorlogsdreiging, in de Perzische Golf of elders? Ik ben benieuwd naar uw ervaringen. Mail naar jan.benjamin@nrc.nl.