Home

‘Operation Hellfire’ maakt mooi aannemelijk dat Trump Den Haag gaat bombarderen

Theater In een prikkelende stel-dat-fantasie roept de voorstelling ‘Operation Hellfire’ van Het Nationale Theater de mogelijkheid op dat de VS een aanval op Nederland lanceren als het Internationaal Strafhof in Den Haag een Amerikaanse oud-president arresteert.

Operation Hellfire, met Soumaya Ahouaoui, Yela de Koning, Hein van der Heijden, Rick Paul van Mulligen.

Operation Hellfire, door Het Nationale Theater

Regie: Eric de Vroedt. Gezien: 4 april, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 13 juni. Info: hnt.nl

Stel dat het Internationaal Strafhof in Den Haag de oud-president van de Verenigde Staten, Barack Obama, oppakt wegens misdaden tegen de mensheid, waarna de nieuwe president, Donald Trump, Nederland dreigt aan te vallen? Die fantasie is het prikkelend uitgangspunt van Operation Hellfire, een voorstelling van het eveneens Haagse gezelschap, Het Nationale Theater, in de regie van Eric de Vroedt.

De auteurs van het stuk, het schrijfduo Joeri Heegstra en Max Wind, herinneren het publiek eraan dat de Amerikanen een wet hebben die hun de zelfbedachte bevoegdheid geeft hun burgers met alle noodzakelijke middelen te bevrijden uit de handen van het Haagse hof. En aangezien Trump aan de macht is, voegt dit een knettergekke narcist toe aan deze ‘wet’, die het stel-dat-concept plausibel maakt. Als Trump over de intercom laat weten dat hij „Nederland gaat teruggeven aan de zee” klinkt dat gevaarlijk aannemelijk.

Maar de voorstelling neemt met veel politieke en juridische discussies nogal de tijd om deze situatie neer te zetten, in een conflicterende mix van stijlen. Obama wordt opgepakt door de politie, en die valt die onder de burgemeester van Den Haag. De minister-president probeert hem op koddige wijze over te halen Obama weer vrij te laten, omdat hij de VS vreest. De premier is een door Hein van der Heijden dik aangezet, kluchtig typetje, dat helaas aan ex-premier Schoof doet denken. Grappiger is zijn nerveus-onhandige assistent, een leuke Mika Peeters.

De hoofdaanklager van het Strafhof (een sterke rol van Yela de Koning) bepleit op haar beurt dat de arrestatie van Obama het bestaansrecht en de objectiviteit van het hof onderstreept. Het hof is rechter van alle oorlogsmisdaden, niet alleen van criminele oorlogsbazen uit kleinere, niet-westerse landen, stelt zij. Een uitspraak die in deze tijd extra gewicht heeft.

Obama wordt aangeklaagd voor een aanval op Houthi’s in Jemen, waarbij ook veel burgers slachtoffer werden. Een familielid van hen krijgt het woord tijdens de rechtszaak. In haar discussie met Obama’s advocaat, waarbij referenties aan de actualiteit knap zijn ingevlochten, worden interessante punten gemaakt over internationaal recht. Zoals: „De een zijn vrijheidsstrijder is de ander zijn terrorist”. Wat ontbreekt, is een origineel of onverwacht perspectief. Waardoor je af en toe de gedachte bekruipt dat deze wisseling van bekende argumenten net zo goed een achtergrondartikel in de krant had kunnen zijn.

Operation Hellfire, met Jouman Fattal als getuige en Yamill Jones als dronepiloot.

Wat niet helpt om er spannend theater van te maken, is dat het menselijk drama ondergeschikt is aan het politiek-juridische steekspel. Zowel het getuigende familielid als een Amerikaanse drone-operator, verantwoordelijk voor de aanval in Jemen, laten hun gevoelens blijken, maar hun respectievelijke verdriet en schaamte komen niet erg uit de verf.

Gemaskerde demon

Een visuele attractie, zeker in het kantoordecor van multifunctionele houten blokken, is de verschijning van een gemaskerde demon (‘Orakel’ en ‘De God van de Oorlog’ volgens het tekstboek), die de aktes aan elkaar praat. Ze maakt een vergelijking tussen de Nederlandse situatie en het beleg van Melos, dat een voorbeeld is van brute machtspolitiek door de stadstaat Athene tegen een kleine, neutrale tegenstander. De demon wordt mooi dansant gespeeld door Yela de Koning, maar inhoudelijk voelt de metafoor als meer van hetzelfde.

Verrassend is het daarom dat Operation Hellfire op circa tweederde van de voorstelling van toon verandert en voluit komedie wordt, met dank aan een excellerende Rick Paul van Mulligen en Tamar van den Dop. Hoogtepunt is de scène tussen Van den Dop als commandant der strijdkrachten en Van Mulligen als minister van Defensie. Van den Dop, die ook een heerlijk rolletje heeft als bejaarde rechter van het Strafhof, legt de minister droogjes uit hoe treurig de wapenvoorraad van Nederland ervoor staat. Van Mulligen reageert met fysiek en verbaal ongemak, een prachtige, wanhopige baas. Pas in deze scène wordt de Amerikaanse dreiging concreet, als Van den Dop schetst hoe een aanval op Den Haag kan verlopen.

Nikserig actiemoment

Zo leuk blijft het niet, want de makers vluchten in een koddige parodie op een talkshow om de Nederlandse lamlendigheid te schetsen. Het is een opstapje naar een afgeraffeld einde, waarin de patstelling tussen de VS en Nederland wordt verbroken met een nikserig actiemoment.

Het familielid en de dronepiloot, de mensen over wier hoofden die politici en juristen de degens kruisten, hebben het laatste woord, maar bij gebrek aan fundering voor hun personages wordt het gezochte drama niet invoelbaar. Alleen de Melos-metafoor van de demon biedt nog een vleugje hoop. Maar na alle concrete politiek voelt dat optimistische verhaal als een studeerkameroptie, een papieren idee dat ver afstaat van de realiteit.

Die uitkomst tekent de voorstelling. Interessante materie en genoeg om over na te denken, en om over te lachen, maar te weinig focus en te onevenwichtig voor een meeslepende avond.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next