Home

‘Zout op mijn huid’ is meer dan een Bouquetreeksje, en dat is ook de reden dat ik het uitlas, en ervan genoot

is columnist voor de Volkskrant

Het was tijd om weer eens een klassieker te lezen voor deze rubriek, maar wel een lekkere klassieker, zo een waarmee je de Paas door kan en de lente mag beginnen. Zout op mijn huid dus, van Benoîte Groult, de beroemde liefdesroman uit 1988 over de liefde tussen een Parijse intellectuele vrouw en een ruige Bretonse visser.

De uitdrukking ‘zout op mijn huid’ is inmiddels bijna een gevestigde uitdrukking voor een liefde tussen een ruwe bolster, blanke pit en een verfijnde dame. Ik hoorde iemand hier in Nederland ooit zo’n soort liefdesstel beschrijven, en toen noemde ze die ‘zout op m’n fluit’, waar ik hard om moest lachen.

(Overigens heeft het boek in het Frans een veel minder goeie titel, Les vaisseaux du coeur, wat zoiets beteken als ‘Schepen van het hart’. De Nederlandse vertaling is van Annelies Konijnenbelt en Nini Wielink, en ik kocht het boek in zijn 62ste druk.)

De samenvatting kan erg kort: die Parisienne en die visser leren elkaar kennen in hun jeugd in Bretagne, beleven daar een romantische nacht aan zee, komen elkaar later steeds weer tegen en dan is er die on-weer-staan-bare aantrekkingskracht, en zo blijven ze elkaar opzoeken, op allerlei paradijselijke eilanden, maar ook in, bijvoorbeeld, Québec.

De visser, Gauvain, wil als jongeman met George, de Parisienne, trouwen, maar zij vindt al meteen dat dat geen realistisch plan is. Hij trouwt met een vrouw van wie de tanden er al snel uitvallen, zij trouwt met een scala aan mannen, aanzienlijk minder ruw van bolster maar intellectueel gezien meer haar match.

Voor de eindeloze sekssessies zoeken ze elkaar op, waarbij Gauvain zich op de eerste dag van zo’n weerzien vanwege zijn nogal grote geslacht altijd ‘een weg’ in haar moet ‘banen’, en dan als vast grapje zegt: ‘Ik ben niet zo’n kleintje, ik...’ (In het Frans klinkt die zin denk ik logischer.)

Het vissen, het grote geslacht, de stierennek die meermalen wordt beschreven, en Gauvains groffe ‘accent’, wat in de Nederlandse vertaling nogal weird wordt weergegeven door hem vaak ’k te laten zeggen in plaats van ik: Gauvain is een wandelend Disneycliché.

Maar er zijn ook subtielere momenten, bijvoorbeeld als Gauvain slechte, oersaaie foto’s aan George laat zien van zijn reizen als visser. De achterkant van een trawler staat erop, of drie mannen in Dakar voor een muurtje, van wie hij er twee niet kent.

Aan dat soort passages merk je dat dit boek meer is dan een Bouquetreeksje, en dat is ook de reden dat ik het uitlas, en ervan genoot. Ook de bijfiguren zijn leuk, zoals Ellen, een Amerikaanse, intellectuele, feministische vriendin van George die druk is met het schrijven van een boek over het vrouwelijke orgasme. Titel: Orgasme!

Of misschien lag het helemaal niet aan die subtielere kanten, en is het gewoon een stomende liefdes- en hunkeringsroman. Ook prima.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next