Home

Hoe paasmaandag het feest van de meubelboulevard werd

In de christelijke wereld was Pasen altijd al het feest van de frisse start en op je ‘paasbest’ voor de dag komen. De commercialisering van deze vernieuwingsgedachte staat na de Tweede Wereldoorlog aan de wieg van de meubelboulevard.

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Op de avond van tweede paasdag 1894 had de politie van Gorinchem heel wat te stellen met ‘lummels en kwa-jongens’, die voor onrust zorgden. Van heinde en verre waren er die dag kooplustige bezoekers per spoor en met de boot naar de paasmarkt in de stad gekomen. Hoewel tweede paasdag geldt als een kerkelijke zondag, werd er vanouds na de kerkgang volop handel gedreven.

Gorinchem kende al sinds 1882 een goedlopende paasmarkt. Ongeregeldheden zoals op die avond in 1894 deden niets af aan het succes. ‘Koffiehuizen, koek- en andere bakkers hadden een prima dag’, schrijft gemeenteambtenaar en amateurhistoricus Anneke Bode, die op haar weblog over de geschiedenis van de Alblasserwaard uit de Nieuwe Gorinchemse Courant van dat jaar put.

En dreigende crisis of niet, volgende week maandag zullen de parkeerplaatsen bij Ikea en Jysk vol zijn en staan er files bij de rotondes naar de meubelboulevard. Op tweede paasdag is het in de interieurwinkels zo’n 25 tot 30 procent drukker dan in een normaal weekeinde, zo duidde een tevreden spinnende woordvoerder van Ikea de drukte van paasmaandag vorig jaar.

Frisse start

De paasmaandag was in de christelijke wereld altijd al een bijzondere dag: de frisse start na de opstanding van Jezus. Dit was de eerste dag van het nieuwe licht; een dag voor processies, doopceremonies, kerkwandelingen of andere rituelen. En nieuwe spullen op de dag van de vernieuwing, dat viel ook al vroeg in die waaier van paasgebruiken. Zo verwijst de uitdrukking ‘op zijn paasbest’ naar de katholieke gewoonte om met Pasen nieuwe kleding aan te trekken.

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

Na de Tweede Wereldoorlog speelde de commercie daar verder op in, met ‘paasshows’ vol aanbiedingen en uitbundige etalages. Dit was een dag om nieuwe schoenen of een nieuw servies te kopen. En ja, daar duiken ook de eerste meubelzaken op, blijkt uit een advertentie uit 1957 in Het Rotterdamsch Parool. Een meubelzaak op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam adverteerde met paasaanbiedingen, zoals een ‘exclusieve salonkast uitgevoerd in hoogglanzend gepolitoerd noten’ voor 575 gulden.

Met de toenemende welvaart kregen de meubelzaken steeds meer de overhand; kleding en schoenen kocht men buiten Pasen om ook wel. Zo riep meubelfirma Artimo in De Telegraaf lezers op om op tweede paasdag 1961 naar de winkel in Amsterdam te komen, ‘waar U een meubelwereld kunt zien, zoals U nog niet kent’. Enorm was ook de paasshow van de firma Van Reeuwijk in Rotterdam, met honderden toonkamers. ‘Een unicum in Europa’, volgens een advertentie uit 1958 in Nieuwsblad van het Zuiden.

Nieuwe winkeltijdenwet

Ook na de Winkelsluitingswet van 1951, die voorschreef dat winkels eigenlijk op paasmaandag dicht moesten, werden de paasshows gedoogd, of ze kregen een ontheffing van hun gemeenten. Tot in 1984 het eerste kabinet van CDA’er Lubbers besloot dat het maar eens afgelopen moet zijn, met al die koopkoorts op de dag van het licht. Voortvarend zette het ministerie van Economische Zaken een streep door gemeentelijke ontheffingen voor de handel op paasmaandag.

De interieurwinkels kwamen in opstand. In de jaren zeventig waren er op diverse plaatsen in het land heuse meubelpromenades ontstaan, rijtjes samenwerkende interieurwinkels aan de rand van de stad. Die van Diemen, verenigd in een stichting, vocht de beslissing van het ministerie aan. De meubelboulevards van Beverwijk, Utrecht en Sliedrecht volgden.

Zes Rotterdamse meubelzaken kondigden demonstratief aan dat ze ook hun deuren zouden openen op paasmaandag: dan maar een boete. Het liep met een sisser af, in het voordeel van de winkels. Geschrokken besloot het kabinet de paasmaandag alsnog aan de gemeenten over te laten.

Nieuwe lamp

Opvallende bijvangst voor de interieurwinkels: naamsbekendheid. Wie nog nooit had gehoord van het fenomeen meubelplein of meubelpromenade, kon er niet meer aan ontkomen. Het is rond deze tijd dat het woord ‘meubelboulevard’ voor het eerst begon op te duiken in de kranten, als onderdeel van het dagelijks spraakgebruik. En dat er op tweede paasdag in meubelland iets te beleven valt, nestelde zich ook in het collectieve bewustzijn.

Zo kwam het feest van de vernieuwing meer en meer in het teken te staan van een nieuw bankstel. Als we dan toch het nieuwe licht vieren – ga meteen even langs de lampenwinkel.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next