Soedan-oorlog De grootste ontheemdingscrisis ter wereld wordt gedragen door de zwakste schouders. Buurlanden Egypte, Tsjaad en Zuid-Soedan nemen het merendeel van de Soedanese vluchtelingen op. „Wie wel en wie niet: je staat voortdurend voor keuzes die geen echte keuzes zijn.””
Op een tot de rand toe beladen pick-uptruck zitten 39 mensen die net zijn aangekomen in Tine, op de grens tussen Tsjaad en Soedan.
Aan de Soedanees-Tsjaadse grens in Tine is het onderscheid tussen vluchten en opvangen dun. Lotgenoten vangen er nieuw aangekomen Soedanese families op. Soms met een eerste maaltijd die niet van een hulporganisatie komt, maar van henzelf, zoals Reuters in december beschreef. Najwa Isa Adam, zelf pas uit Al Fashar gevlucht, deelde pasta en vlees uit aan kinderen die zonder familie in het kamp aankwamen, betaald met geld dat andere vluchtelingen bijeen hadden gelegd. De kop boven het stuk maakte het onmiskenbaar: refugees feeding refugees.
Vluchtelingen die andere vluchtelingen opvangen: de toestand van uitzichtloosheid in een beeld gevangen. De urgentste ontheemdingscrisis ter wereld – ongeveer 12 procent van alle ontheemden wereldwijd is afkomstig uit Soedan – wordt niet gedragen door een robuust internationaal systeem, maar door buurlanden en gemeenschappen die zelf al op hun grenzen stuiten. Drie jaar na het begin van de oorlog blijft de grootste humanitaire crisis ter wereld een regionaal probleem.
Het machtsconflict tussen de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) en het Soedanese regeringsleger heeft in totaal 11,6 miljoen mensen ontheemd, van wie ongeveer 3,6 miljoen buiten Soedan. Het zwaartepunt ligt in drie buurlanden: Egypte, Tsjaad en Zuid-Soedan nemen volgens UNHCR bijna tachtig procent van de opvang voor hun rekening.
Doordat internationale hulpbudgetten zijn afgebouwd, is de regio nog meer op zichzelf aangewezen. Tegelijk treffen Soedanese vluchtelingen in elk van die landen een andere binnenlandse werkelijkheid aan. In Tsjaad en Zuid-Soedan stellen de schaal en de snelheid van de vluchtelingencrisis de al broze opvangsystemen zwaar op de proef. Het Egyptische antwoord op deze uittocht is repressie. Wat wacht Soedanese vluchtelingen in deze drie landen?
De grens tussen Soeden en Tsjaad is ruim 1.400 kilometer lang, en aan de Soedanese kant ligt de provincie Darfur, het zwaartepunt van de oorlog. Bijna een miljoen vluchtelingen zijn die grens overgestoken, bovenop de 400.000 Soedanese vluchtelingen uit de eerste Darfur-oorlog van 2003.
Wie de oorlog in Soedan nu weet te ontvluchten treft dan ook een overbelaste opvang aan die door de drastische bezuinigingen verder is uitgekleed. UNICEF schetst met Oost-Tsjaad een regio waar gemiddeld één arts beschikbaar is voor 18.000 mensen, waar bijna 899.000 mensen geen toegang hebben tot veilig drinkwater en 849.000 kinderen niet naar school kunnen. Volgens Artsen zonder Grenzen is inmiddels een kwart van de kinderen ondervoed. Zonder extra hulp, waarschuwt UNICEF, dreigt in Oost-Tsjaad een humanitaire catastrofe voor kinderen, die meer dan de helft van de vluchtelingen uitmaken.
Sinds de genocide in Darfur een eerste uittocht op gang bracht, groeide Tsjaad uit tot een spil in de opvang van Soedanese vluchtelingen. Toen nog met ruime financiële en logistieke steun van de internationale gemeenschap, veranderde het oosten van het land in een uitgestrekt opvanggebied. Vandaag is één op drie inwoners vluchteling.
Volgens onderzoeker Bourdjolbo Tchoudiba, verbonden aan het Parijse onderzoekscentrum LIPHA, heeft zich sinds 2023 een „ware polycrisis” ontvouwd, die het sociale en humanitaire weefsel van het land onder druk heeft zet. „Vandaag is de vraag is niet meer wat Tsjaad wil doen voor vluchtelingen, maar wat het nog kan volhouden.”
Inmiddels groeit de vrees dat het oorlogsgeweld niet langer buiten Tsjaads grondgebied kan worden gehouden. Eind februari sloot de regering in N’Djamena zijn oostgrens na gewelddadige grensincidenten. Zowel het Soedanese leger als de RSF azen op deze strategische grenszone, vanwege de belangrijke aanvoer en doorgang van en naar Darfur. Naar buiten toe presenteert Tsjaad zich als neutrale buur, maar VN-rapporten wijzen al langer op logistieke routes tussen oostelijk Tsjaad en RSF-gebied in Darfur. Het brengt Tsjaad in een ongemakkelijke positie: verstrikt in een oorlog waarvan de gevolgen aan de eigen grens moeten worden opgevangen.
Tchoudiba betwijfelt of Tsjaad haar uitgestrekte oostgrens veilig kan houden. De oorlog in Soedan dringt vanzelf het grensgebied binnen, zegt hij. „In de praktijk blijven zowel burgers als milities ongestoord de grens oversteken. Daarlangs leven meer dan twintig etnische groepen die aan beide zijden geworteld zijn. Deze crisis laat zich niet tegenhouden door grenzen.”
Sinds de dood van president Idriss Déby in 2021 sleept Tsjaad zich bovendien door een instabiele politieke overgang, die uitmondde in protesten en harde repressie. Die aanhoudende onrust verzwakt het land verder. „Tsjaad is zelf een land in crisis”, zegt Bourdjolbo Tchoudiba. „De oorlog in Soedan maakt haar kwetsbaarheid nog zichtbaarder. Het heeft die internationale steun nodig om die opvangrol überhaupt te kunnen blijven vervullen, om nieuwkomers onder waardige omstandigheden op te vangen. Maar de internationale gemeenschap blijft in grote mate passief.”
Volker Türk zei het begin februari zonder omhaal: Zuid-Soedan bevindt zich op een „gevaarlijk punt”. De VN-mensenrechtenchef verwees naar het opflakkerende geweld in de aanhoudende machtsstrijd tussen president Salva Kiir en zijn politieke rivaal Riek Machar. Enkele weken later kwam daar een alarmsignaal van migratie-organisatie IOM bij over wat het land daarnaast moet dragen door de uittocht uit Soedan.
Sinds het begin van de oorlog in Soedan zijn meer dan 1,3 miljoen mensen de grens overgestoken, onder wie bijna een half miljoen Soedanese vluchtelingen en bijna 900.000 teruggekeerde Zuid-Soedanezen, die eerder juist hun toevlucht zochten in Soedan. Daarmee behoort het land, ondanks lagere vluchtelingencijfers, tot de zwaarst belaste opvanglanden.
De jongste natie ter wereld neemt mensen op in een opvangsysteem waarin de marges vrijwel verdwenen zijn. Naar schatting tien miljoen mensen zijn in Zuid-Soedan afhankelijk van humanitaire hulp. UNHCR rekent dit jaar opnieuw op meer dan honderdduizend extra aankomsten en waarschuwt dat de opgedroogde hulpbudgetten lokale zorg, onderwijs en watervoorzieningen onder druk zetten.
Danielle Brouwer was de afgelopen twee maanden als communicatiecoördinator voor het Internationale Rode Kruis in Zuid-Soedan. In en rond Renk, vlakbij de Soedanese grens, waar het grootste deel van de vluchtelingen aankomen, leven volgens haar zo’n 90.000 mensen met structureel te weinig voedsel en nauwelijks toegang tot schoon water.
Daar zag zij hoe de opvang verschuift van een georganiseerd systeem naar geïmproviseerde noodhulp. Cashsteun van 141 dollar per persoon bijvoorbeeld, die het Rode Kruis uitdeelt aan gezinnen, kan bepalen of iemand de maand doorkomt of niet. Maar ook daarin wordt noodgedwongen gesneden: „Slechts een fractie kan worden bediend. Je bepaalt waar de nood het hoogst is. Maar het blijft ondraaglijk. Want in wezen heeft iedereen hulp nodig. Wie wel en wie niet: je staat voortdurend voor keuzes die geen echte keuzes zijn.”
Zuid-Soedan vervult de rol van opvangland tegen een achtergrond van eigen economische en politieke instabiliteit. Door de slepende strijd om politieke macht nemen de gevechten in het noorden van de oostelijke provincie Jonglei toe. Nadat Machar-gezinde oppositietroepen daar in december regeringsposten innamen, sloeg het leger terug. Binnen enkele weken sloegen meer dan 280.000 mensen op de vlucht. Volgens een VN-rapport uit september wordt de landelijke crisis gevoed door grootschalige corruptie en zelfverrijking aan de politieke top.
Na drie jaar zou je willen dat er ruimte ontstaat voor langetermijnherstel, vertelt Brouwer. „Dat mensen weer kunnen opbouwen, vooruitkijken. Aan het begin was dat perspectief er nog. De situatie van mensen verbeterde enigszins. Maar nu richt de hulp zich overal noodgedwongen op het meest basale: mensen helpen om de dag door te komen. En zelfs daar slagen we inmiddels niet helemaal meer in.”
Op het Ramses-station in Caïro stonden afgelopen zomer voor het eerst Soedanese gezinnen klaar voor een speciale trein naar Aswan, een stad dichtbij de grens met Soedan. De gratis rit, geregeld door de Egyptische autoriteiten, wordt sindsdien regelmatig aangeboden. Wat de Soedanese reizigers na terugkeer wacht, blijft grotendeels buiten beeld. Hoewel Caïro de treinritten omschrijft als onderdeel van zijn „humanitaire rol”, tonen zij vooral hoe vluchtelingenopvang in Egypte steeds meer een zaak wordt die strak moet worden geregisseerd.
In die context werd eind 2024 een landelijke asielwet ingevoerd. Die belooft bescherming, maar brengt de uitvoering daarvan tegelijk nadrukkelijker onder Egyptisch staatsgezag. Al snel werd duidelijk hoe Caïro de wet inzet om de beweegruimte van ongedocumenteerde Soedanezen verder te beperken.
Met de nieuwe bevoegdheden – voorheen in handen van UNHCR – kunnen autoriteiten aanvragen afwijzen op vage gronden als nationale veiligheid en wordt de bewijslast om bescherming te krijgen verzwaard. VN-experts spraken inmiddels hun zorgen uit over een toename van „willekeurige arrestaties en deportaties” sinds oktober.
Egypte lijkt zo de humanitaire logica van zijn vluchtelingenbeleid steeds verder los te laten. Het is zorgelijk dat asielaanvragen door een veiligheidsbril worden bekeken, zegt regiospecialist Kelsey Norman van Baker Institute. „De Egyptische autoriteiten werken bovendien nauw samen met het Soedanese leger. Dat kan ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid van sommige Soedanezen.”
Intussen verschuift de vluchtelingenondersteuning steeds meer naar kleine informele organisaties, veelal gedragen door vluchtelingen zelf. „Honderden groepen, van vaak een handvol mensen, bieden hulp zonder officiële registratie”, zegt Elena Habersky, migratieonderzoeker aan University of Glasgow. „Daardoor bewegen ze zich in een kwetsbare grijze zone. Vluchtelingen wenden zich nu eenmaal liever tot hun eigen gemeenschap dan tot internationale organisaties of zelfs overheidsinstanties.”
Voor de ongeveer 1,5 miljoen mensen die sinds april 2023 vanuit Soedan in Egypte arriveerden, kent de oorlog allang geen rechte vluchtlijn meer. Habersky werkt regelmatig met Soedanese vluchtelingen in Caïro en ziet hoe heen-en-weergereis een normale praktijk werd. „Velen reizen zonder visa, buiten de formele kanalen om, vaak met behulp van mensensmokkelaars. Ze komen naar Egypte, keren daarna weer terug, en afhankelijk van het geweld vertrekken ze vervolgens opnieuw.”
Egypte vangt al decennialang mensen op: Palestijnen en Soedanezen nu, als Irakezen en Syriërs voorheen. President Abdel Fattah al-Sisi sprak al vroeg van een „aanzienlijke last die Egypte draagt” en ook andere Egyptische bewindslieden benadrukken binnen de internationale diplomatie dat het land daarvoor onvoldoende financiële en politieke steun krijgt.
Tijdens een EU-Egyptetop in oktober herhaalde Sisi een vertrouwd cijfer uit de Egyptische staatsretoriek: volgens hem vangt het land ongeveer 10 miljoen mensen op die „gevlucht zijn uit door crisis en instabiliteit getroffen landen”. Naast het aangedikte cijfer – vluchtelingen, asielzoekers en migranten worden hier door elkaar gehaald – plaatste Sisi een tweede boodschap: sinds 2016 waren geen boten met irreguliere migranten meer vanaf de Egyptische kust richting Europa vertrokken.
Caïro laat geen kans onbenut om zijn rol als ‘bufferland’ te onderstrepen. Volgens Norman is Egypte die steeds strategischer gaan inzetten. Met name voor Europa past dat partnerschap in een bredere logica waarin het zijn grensbeheer naar Noord-Afrika wil verschuiven. En daar zijn financiële voordelen uit te halen, zegt Norman. „Maar het gaat niet alleen om geld. Het gaat ook om diplomatieke reputatie. Zeker wanneer Egypte weer wordt geconfronteerd met beschuldigingen van mensenrechtenschendingen of gebrekkig bestuur. Vluchtelingenbeleid is daarin een effectief dreigmiddel. Alsof wordt gezegd: ‘kijk hoeveel wij al doen, en bedenk wat er zou gebeuren als dat wegvalt’.”