Home

Ook het designmuseum had een stilteplek nodig

Architectuur Vlak voor zijn dood ontwierp de beroemde Indiase architect Balkrishna Doshi (1927-2023) een stilteplek. Volgens de opdrachtgever is het een medicijn tegen de polariserende tijdgeest.

De Doshi Retreat op de Vitra Campus in Well am Rhein, Duitsland.

Het labyrintische pad in het grasveld verdwijnt steeds dieper in de grond. De omgeving verdwijnt geleidelijk uit zicht en het ruisen van de wind maakt plaats voor de klanken van een fluit en een gong, afkomstig uit luidsprekers in de bodem van het pad. Hoe dieper de wandelaar onder het maaiveld verzeild raakt, hoe meer de yoga-soundtrack begint te resoneren met de roestbruine metalen wanden, en hoe groter het gevoel van beslotenheid en desoriëntatie; als je omhoog kijkt zie je alleen nog de lucht.

De kronkeltocht eindigt na zo’n honderd meter bij een tunneltje naar een organisch gevormde ruimte, een baarmoeder van golvend metaal. Om het deels open vertrek kabbelt hemelwater in een spaarbekken. Er staan twee halfronde stenen banken, in het midden hangt een grote gong en aan het plafond een koperen mandala, het symbool voor het universum dat bij oosterse religies als hulpmiddel bij meditatie wordt gebruikt.

De bezoekers in de kleine ruimte kijken elkaar aan. Waar zijn we beland? Mogen we nog wel praten? Gaan we op de bankjes zitten en luisteren naar de gong en de fluit?

Openluchtmuseum

De Doshi Retreat werd gebouwd in opdracht van de Zwitserse architectuurverzamelaar Rolf Fehlbaum (84), de voormalige topman van Vitra, een Zwitsers designmeubelbedrijf dat in 1950 werd opgericht door zijn ouders. In 1981 richtte Rolf Fehlbaum het Vitra Design Museum op in Weil am Rhein, vlak bij Bazel. De Canadees-Amerikaanse architect Frank Gehry ontwierp in 1989 het huidige museumgebouw, het eerste van veel markante gebouwen op het campusachtige terrein.

Inmiddels trekt de Vitra Campus, een openbaar park van 25 hectare groot (35 voetbalvelden), jaarlijks zo’n 400.000 bezoekers. Zij komen voor de tentoonstellingen in het museum, voor de (niet meer functionerende) brandweerkazerne van de Brits-Iraakse ster-architect Zaha Hadid, de spectaculaire giga-meubelshowroom van de Zwitserse architecten Herzog & de Meuron, de dertig meter hoge glijbaantoren van de Duitse kunstenaar Carsten Höller, en de tuin van de Nederlandse landschapsarchitect Piet Oudolf.

In 2019 ging Fehlbaum in India op bezoek bij zijn vriend Balkrishna Doshi. Hij had de toen 92-jarige Indiase architect vijftien jaar eerder leren kennen toen ze samen in een jury zaten. Op aanraden van Doshi bezocht Fehlbaum de Zonnetempel van Modhera, een duizend jaar oud voor de Werelderfgoedlijst van Unesco voorgedragen architectonisch wonder. Bij het Indiase hindoe-heiligdom trok een minitempeltje Fehlbaums aandacht. Zo’n serene plek van een paar vierkante meter wilde hij graag toevoegen aan zijn verzameling architectuur.

De bij Doshi bestelde stilteplek is niet alleen groter geworden dan Fehlbaum had gedacht, die is ook urgenter geworden, constateert hij tijdens de opening. „De wereld is de afgelopen jaren veranderd. Confrontatie, polarisatie, oorlog en autoritaire regeringen komen steeds meer voor.” In dat klimaat, zegt hij, is veel meer behoefte aan de waarden van de hoofdarchitect en naamgever van de Doshi Retreat. „Doshi sloeg bruggen tussen Oost en West en tussen traditie en moderniteit. Zijn wereld was er een van nederigheid, vrijgevigheid, humor en verzoening, precies wat we vandaag nodig hebben.”

De Retreat werd de zwanenzang van Balkrishna Doshi. De Indiase architect, in 2018 winnaar van de Pritzker Prize, de zelfbenoemde ‘Nobelprijs’ voor architectuur, overleed in januari 2023. Zijn kleindochter Khushnu Panthaki Hoof en haar Duitse echtgenoot Sönke Hoof, beiden ook architect, werkten bij het project nauw met hem samen en hebben het volgens zijn wensen voltooid.

Dat Doshi, zoals hij liefkozend werd genoemd door iedereen om hem heen, buiten India minder bekend is, komt doordat al zijn ontwerpen – honderd grote gebouwen en vele duizenden woningen – in India staan. Zijn keuze om alleen in zijn vaderland te werken kwam voort uit een gevoel van verantwoordelijkheid en een verlangen om bij te dragen aan zijn land en volk door middel van hoogwaardige, authentieke architectuur.

Meubelmakers

Balkrishna Vithaldas Doshi werd in 1927 geboren in een hindoeïstische familie van meubelmakers. In 1947, het jaar dat India zich afscheidde van het Britse Rijk, begon Doshi in Bombay (het huidige Mumbai) aan een studie bouwkunde. Die opleiding vond hij onbevredigend, vertelde hij een paar jaar geleden in een door het Vitra Design Museum uitgegeven monografie over zijn werk. Het stoorde hem dat zijn studiegenoten en docenten het steeds maar over stijl wilden hebben: de islamitische stijl, de Griekse stijl, de Saraceense stijl. Zelf had hij meer belangstelling voor ruimte, vorm, structuur en technologie, de meer principiële uitgangspunten van de bouwkunde. Toen een vriend hem uitnodigde naar Groot-Brittannië te komen, brak Doshi zijn studie af en nam de boot naar Londen.

Op een congres in Engeland ontmoette hij een medewerker van Le Corbusier, de beroemde Frans-Zwitserse architect. Die medewerker vertelde hem dat zijn baas van de eerste onafhankelijke Indiase regering de opdracht had gekregen voor het ontwerp van de nieuwe stad Chandigarh, de beoogde hoofdstad van deelstaat Punjab. Doshi vroeg de medewerker of hij kon aansluiten.

Uiteindelijk zou Doshi tien jaar voor Le Corbusier werken. In Parijs maakte hij ontwerptekeningen en dwarsdoorsnedes voor gebouwen in Chandigarh. In 1954 zou hij terugkeren naar India om daar toezicht te houden op projecten van Le Corbusier.

Die periode heeft zijn denken sterk bepaald, vertelt Doshi’s kleindochter Khushnu Panthaki Hoof bij de onthulling van de Doshi Retreat in Weil am Rhein. „De jaren dat ik bij hem werkte herhaalde hij steeds: architectuur is een vorm van verhalen vertellen. Nadenken over hoe je door een ruimte beweegt, en wat je daarbij voelt. Een gebouw moest je volgens hem langzaam kunnen ervaren terwijl je erdoor wandelt.”

Naast overheidsgebouwen ontwikkelde Doshi stadscentra en bouwde hij woonwijken voor economisch zwakkeren, sloppenwijkbewoners en daklozen, zoals in 1989 het Aranya Low-Cost Housing-project in Indore, een miljoenenstad in de staat Madhya Pradesh.

Verstrengelde cobra’s

Khushnu Panthaki Hoof over de bijzondere samenwerking met haar grootvader: „We spraken veel met elkaar over de vraag waarom je bij een bezoek aan een tempel, kerk of moskee meteen kalmte ervaart. Dat gevoel hebben we met elkaar onderzocht. Is het de schaal, het licht, het idee van een pad dat je moet bewandelen dat voor die rust zorgt?”

Vaak spraken Doshi, Panthaki Hoof en haar man over de momenten in hun leven waarin ze zichzelf vergaten en iets nieuws ontdekten. Tijdens die soms „meditatieve dialoog”, zoals Panthaki Hoof het omschrijft, noteerde Doshi woorden als tijdloosheid, tijdgebondenheid, reizen, verdwalen. Vooral dat laatste woord, verdwalen, kwam steeds weer terug in de gesprekken, zegt ze.

Op een gegeven moment presenteerde Doshi aan zijn kleindochter en haar man een tekening met kronkellijnen met de woorden: „Dit is het ontwerp van mijn toevluchtsoord.” De basis voor zijn tekening, vertelde hij, was een droom over twee verstrengelde cobra’s. Dat is een slang die in hindoeïstische tradities symbool staat voor de Kundalini-energie, een krachtige spirituele energie die door yogatechnieken vanuit de wervelkolom kan worden opgewekt.

Provocatie

Die wat schimmige tekening was een provocatie, zegt Panthaki Hoof. „Doshi vond het heerlijk ons uit te dagen en verwarring te zaaien. Hij was een leraar die altijd vragen opwierp. Tijdens mijn studietijd woonde ik bij hem. Als we dan in de tuin zaten vroeg hij me: ‘Wat voel je bij dat vallende blad?’ Dat werd dan het begin van een diep gesprek waarin we elkaar uitdaagden.”

Zo stuurde Doshi het creatieve proces, zegt zijn kleindochter. „En zo ontstond het idee van de reis, het lopen, ademen en aankomen. We beseften dat het toevluchtsoord geen plek kon zijn waar je gewoon binnenstapt. Het moest een plek worden waar je aankomt.” De kronkelende cobra’s groeiden uit tot twee vervlochten, elkaar kruisende paden naar de stilteplek. De begeleidende klanken, vertelt Sönke Hoof, zijn bedoeld als katalysator voor een verruimd bewustzijn.

De jury van de Pritzker Prize oordeelde in 2018 dat geen enkele architect zo lang en zo veel heeft nagedacht over de spirituele dimensie van architectuur als Doshi. Panthaki Hoof: „Ik denk dat iedereen van Doshi kan leren. Als je in zijn nabijheid verkeerde, gebeurde er iets geks. Hij opende deuren naar dingen waar ik me eerder niet bewust van was, bijvoorbeeld mijn spirituele kant. Met zijn stilteplek nodigt Doshi ons uit voor een reis die het alledaagse overstijgt.”

De Doshi Retreat op de Vitra Campus in Weil am Rhein, Duitsland, is dagelijks geopend. Vitra.com

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Architectuur

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next