Er is een soort moeheid die je niet oplost met slapen. Ik ben haar de afgelopen maanden steeds beter gaan herkennen: de uitputting van mensen die hier door moeten gaan, terwijl elders hun land van herkomst, hun familie of hun geschiedenis in brand staat.
Sinds de bloedige protesten in Iran begin dit jaar is mijn telefoon geen telefoon meer. Het is een object geworden waar hoop en vrees elkaar aflossen. Ik pak hem op zodra ik wakker word, nog voor ik goed en wel in mijn dag ben aangekomen. Ik refresh, lees, zoek, kijk, leg hem weg, pak hem weer op. Niet omdat het iets oplost. Niet omdat mijn kijken de kogels tegenhoudt of de doden terugbrengt. Maar omdat niet kijken op sommige dagen nog ondraaglijker voelt.
Over de auteur
Sara Khosdelazad is psycholoog in opleiding tot gz-psycholoog, postdoctoraal onderzoeker en activiste. In de maand april is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Ik hoor hetzelfde bij vrienden met Afghaanse, Libanese en Syrische wortels. Andere landen, andere geschiedenissen, dezelfde uitputting. Van hen wordt verwacht dat zij hier blijven functioneren, terwijl elders de wereld waaruit zij voortkomen instort.
Wat dit gevoel zo venijnig maakt, is dat het zich nauwelijks laat uitleggen. Het heeft niet het heldere gezicht van verdriet. Niet de scherpe contouren van angst. Het is diffuser, hardnekkiger. Het kruipt in je dagindeling, in je concentratie, in de manier waarop je tijdens een gesprek toch weer naar je telefoon tast. In de schaamte waarmee je merkt dat je heel even hebt gelachen. In de haast waarmee je daarna weer naar je scherm gaat kijken, alsof je die lach meteen moet terugbetalen.
Misschien is dat wel de kern van deze uitputting: dat je niet alleen lijdt onder wat je ziet, maar ook onder de gedachte dat je moet blijven kijken. Elke minuut waarin ik niets deel, niets zeg, niets op social media plaats, voelt verdacht snel als zwijgen. En zwijgen voelt, in tijden als deze, gevaarlijk veel als verraad. Alsof mijn aandacht een dun draadje is tussen hier en daar, en ik dat draadje niet mag loslaten.
Dat is geen rationele gedachte. Ik weet heus wel dat mijn ene bericht op sociale media de loop van de geschiedenis niet verandert. Ik weet dat een mens niet dag en nacht op scherp kan blijven zonder daar zelf onder te bezwijken. En toch is daar steeds weer die innerlijke dwang: blijf kijken, blijf benoemen. Blijf trekken aan de aandacht van een wereld die slecht is in langdurig stilstaan bij andermans pijn.
De grootste angst is misschien nog wel dat de rest van de wereld verdergaat. Hoe moeiteloos de gruwel voor anderen weer een onderwerp wordt tussen andere onderwerpen, terwijl jij nog lang niet klaar bent met kijken. Omdat het voor jou nooit alleen nieuws is geweest. Omdat het niet buiten je plaatsvindt, maar door je heen.
Te veel mensen onderschatten wat het betekent om op afstand te kijken naar de ondergang van een land waar je niet woont, maar dat wel voortleeft in je huis, je familie, je naam en je eerste woorden. De afstand dempt de onrust niet. Je lichaam kan hier zijn, in een veilig land, terwijl je aandacht zich intussen gedraagt alsof die elders moet waken.
Daarom hoor ik dit gevoel dan ook terug bij mijn vrienden. Dat je hier aan tafel zit, naar je werk gaat, antwoord geeft, meedoet – en ondertussen elders wordt vastgehouden. Dat hoop, angst, schuld en waakzaamheid elkaar in hoog tempo afwisselen. Dat je moe bent op een manier die niemand aan je gezicht ziet.
Er zijn mensen voor wie nieuws iets is wat aan ze voorbijtrekt. En er zijn mensen voor wie nieuws iets is wat iedere dag opnieuw door hun lichaam gaat. Niet omdat ze weigeren los te laten. Maar omdat loslaten, terwijl men daar elke dag rouwt, vreest en overleeft, te veel op verlaten lijkt.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid. Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant