In de rubriek VI Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikelen uit ons rijke archief. Deze keer gaan we terug naar het najaar van 1993, toen Ronald Koeman werd geïnterviewd over onder meer het Nederlands elftal.
Destijds stond Oranje op het punt zich te kwalificeren voor het WK in de Verenigde Staten. De vraag was met welke bondscoach Nederland zou deelnemen. Dick Advocaat stond aan het roer, maar Johan Cruijff had min of meer zijn komst toegezegd. Koeman was destijds bezig aan zijn een na laatste seizoen bij Barcelona, dat elk jaar een beetje minder ging presteren na het winnen van de Europa Cup I in 1992.
Je hebt Barcelona vrijdag voor de Champions League eigenhandig ingedeeld bij Spartak Moskou, AS Monaco en Galatasaray. Een gunstige loting.
'Dat denk ik wel. Het zijn alledrie toch min of meer voetballende ploegen waartegen we goed uit de voeten kunnen. In de andere poule zitten lastige tegenstanders. Voetballen tegen Porto is echt verschrikkelijk. Stug, alleen maar verdedigen, niks aan. En voor je het weet, word je verrast door een luizige counter. Voor Werder Bremen geldt hetzelfde. Daar hebben we dit jaar weliswaar van gewonnen in de strijd om de Super Cup, maar het zijn wel Duitsers en dus zijn ze altijd gevaarlijk. We hebben het zelf twee jaar geleden ondervonden tegen Kaiserslautern. We komen met 3-0 achter, maken in de laatste minuut nog een doelpunt waardoor we verder komen, maar voor hetzelfde geld hadden we met 6-0 verloren. En kijk nu maar weer naar Karlsruhe, dat Valencia met 7-0 aan de kant zet. Echt ongelooflijk, want Valencia heeft een heel goed elftal.'
Johan Cruijff reageerde zaterdag anders vrij pissig op de euforie als zou Barcelona al zeker zijn van een finaleplaats.
'Ach, je weet dat de mensen hier zo reageren en leven met een hoog verwachtingspatroon. Ze gaan eraan voorbij dat je nog wel eerst zes poulewedstrijden en eventueel een halve finale moet spelen. En onze groep is natuurlijk ook niet kinderachtig bezet. Galatasaray is de meest onbekende. Maar als je Manchester United uitschakelt en op Old Trafford drie keer scoort, moet je wel een beetje kunnen voetballen. Met Turkse clubs weet je nooit welke kant het uitgaat. Ik heb het zelf in 1988 met PSV mee gemaakt. Thuis wonnen we met 3-0 van Galatasaray maar daarginds stonden we binnen tien minuten met 2-0 achter en met het grootst mogelijke geluk van de wereld is het uiteindelijk 2-0 gebleven. Spartak Moskou heeft veel kwaliteit, maar we hebben het geluk dat we pas in maart in Moskou spelen. Dan is het niet zo koud, en ontbeert Spartak na de lange winterstop misschien ritme. Monaco is aantrekkelijk. Qua sfeer en stad, maar ook vanwege het feit dat die ploeg wil voetballen.'
Barcelona en AC Milan zitten voor het eerst samen in de Champions League. Voor het voetbal zou dat een zeer interessante finale zijn. Voor jou ook, omdat jij Milan altijd het beste elftal van Europa hebt genoemd.
'Het beste elftal, ja. Niet de best voetballende ploeg. Dat is Barcelona. Alleen zijn wij kwetsbaarder. Wij spelen leuker, creëren meer kansen, maar geven ook meer weg. Bij ons zie je vanaf de keeper de opbouw beginnen en we benutten het hele veld. Milan hanteert de lange bal naar voren, zet de tegenstander dan in een hele kleine ruimte vast en spreekt van daaruit zijn individuele klasse aan. Dat is minder leuk om te zien maar wel effectiever. Komt ook doordat Milan altijd vasthoudt aan vier verdedigers en wij soms zonder echte mandekkers spelen. Als we beide de finale halen wordt het heel interessant om te zien hoe die botsing van speelstijlen uitpakt.'
Zonder Ruud Gullit, Frank Rijkaard en tijdelijk Marco van Basten lijkt Milan de oude niet meer.
'Ik weet niet exact hoe Milan er zonder hen voorstaat. Die drie hebben met hun persoonlijkheid en individuele, technische kwaliteiten de afgelopen jaren natuurlijk wel een behoorlijke extra klasse aan Milan toegevoegd. Je ziet nu dat Milan moeilijker een wedstrijd open kan breken, wat stugger voetbalt. Maar het is nog steeds een heel sterk elftal. Iedereen weet wat zijn taak is en verzaakt die niet. Als je die spitsen voorin ook verdedigende arbeid ziet leveren, ongelooflijk. Ze spelen goed op buitenspel, Franco Baresi regelt de pressing van achteruit gewoon perfect. Daar is gewoon heel moeilijk tegen te voetballen.'
Source: VI Nieuws