Aklilu Arefayne (21) geldt als een van de grootste wielertalenten van Eritrea. Maar sinds een half jaar woont hij in een Eindhovens azc. De lokale wielergemeenschap doet er nu alles aan om zijn comeback waar te maken.
Uit de mond van de tengere man in fietskleding ontsnapt een ‘wauw’. Het is een woensdag in maart in de Steentjeskerk, zoals de Kerk van de Heilige Antonius van Padua en Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen in Eindhoven bekendstaat. Tegenwoordig is het een strakke winkel met luxe racefietsen.
‘Ik was zo zenuwachtig. Vanochtend kon ik me amper concentreren in de taalles, alles ging langs me heen.’ Zijn zachte stem valt bijna weg onder het gewelf. ‘Dit had ik echt niet verwacht... moet je kijken...’ Met zijn wijsvinger streelt hij het voortandwiel van zijn gloednieuwe rood-zwarte koersfiets met een elektronische schakelgroep en een blinkende ketting.
‘Dit noemen we nou een ‘dikke bak’’, grijnst gulle gever John Knoops, een vlotte Brabander en eigenaar van de John Knoops Experience, een lokale keten van luxe wielerwinkels. ‘Als je volgende week naar de winkel in Mierlo komt, dan krijg je nog de aerowielen en een mooi fietspak met John Knoops erop.’
De jonge man haalt de fiets van de sokkel. Hij pakt het stuur vast, zwiert zijn been over het zadel en na een duw op de pedalen rolt hij elegant door de zaak. ‘Misschien moeten we voor de foto naar buiten? Dat ik hem duw?’, vraagt Knoops. ‘Dan heb je ook meteen de kop boven je artikel: ‘John Knoops helpt gevlucht Eritrees toptalent vooruit’.’
Want Aklilu ‘Akile’ Arefayne Gebretinsae (21), zoals de man heet, is niet zomaar iemand; hij geldt als een van de grootste Eritrese wielertalenten. En deze fiets is voor hem niet zomaar een fiets.
Nadat de Eritrese wielrenner Biniam Girmay zijn ogen heeft gedroogd, kijkt hij strak in de cameralens: ‘We mogen trots zijn.’ Het is juli 2024 en zojuist heeft voor het eerst in de 111-jarige geschiedenis van de Tour de France een zwarte Afrikaan een etappe gewonnen. ‘We horen erbij. En we gaan nog veel meer winnen’, bezweert Bini de kijkers. Zijn woorden richt hij tot het thuisfront, tot zijn miljoenen wielergekke landgenoten – en misschien ook wel aan Akile, zijn protegé. ‘Dit is ons moment.’
Het is de culminatie van een indrukwekkende zegereeks, die begon in maart 2022. Toen schreef Bini sportgeschiedenis door als eerste zwarte Afrikaan een wielerklassieker te winnen en een paar maanden later een rit in een grote ronde: in de tiende etappe van de Giro d’Italia klopte hij Mathieu van der Poel in de sprint.
Bini’s primeurs werden terecht breed uitgemeten. Hij was bovendien ‘goed’ voor het wielrennen in het algemeen en ‘in Afrika’ in het bijzonder – waarbij sommige duiders en ploegeigenaren nog net het kwijl in de mond wisten te houden als ze spraken over al die ‘nieuwe afzetmarkten’ en ‘commerciële kansen’. Het leek of Bini voor henzelf ten minste óók een bevestiging was dat wielrennen een serieuze, échte wereldsport was.
Maar dat is het kritische Europese perspectief. Vanuit Eritrees perspectief zette Bini werkelijk deuren open die lang dichtbleven – of niet eens leken te bestaan.
‘You can’t be what you can’t see’, luidt de uitspraak van de Amerikaanse burgerrechtenactivist Marian Wright Edelman: als je nooit iemand die op je lijkt succes hebt zien behalen, dan kost het simpelweg meer moeite om jezelf op die plek te zien, om te geloven in je eigen kunnen.
Maar enkel geloven is niet voldoende, je moet ook een kans krijgen. In het Parkpaviljoen in Eindhoven neemt Akile eerst een slok van zijn kamillethee, om vervolgens te vertellen waar hij die kans kreeg.
‘Ik fiets sinds mijn 14de. Eerst in het schoolteam, later ook bij de nationale kampioenschappen’, zegt hij. ‘Ik houd ervan om agressief te koersen, het liefst met heuvels en hoewel ik niet bepaald zwaar ben, kan ik ook sprinten en tijdrijden. Ik houd gewoon van winnen.’
In 2022 wordt Akile zowel Afrikaans als Eritrees kampioen tijdrijden bij de junioren. Later dat jaar vinden de wereldkampioenschappen plaats in de Australische stad Wollongong. In de slipstream van superster Bini mag de net 18-jarige Akile er Eritrea vertegenwoordigen bij de junioren.
Tussen de trainingen en wedstrijden door wil Akile alles weten van Bini: hoe is het om te koersen in Europa? Hoe voelt het om aan te zetten, écht aan te zetten, te schakelen naar het zwaarste verzet, met de kop omlaag en kont omhoog, en alles te geven? En om te zien dat je Van der Poel, die hijgt, stampt, raast en tiert, voor blijft, dat hij terug in het zadel zakt? Dat je wint?
Maar ook Bini heeft vragen. De ploeg waarmee hij zoveel succes behaalde, het Belgische Intermarché-Wanty, wil meer Eritrees talent aantrekken. En Bini dacht maar aan één iemand: Aklilu Arefayne. Wat zou hij ervan vinden om naar Europa te komen? Om het een kans te geven?
Het is ongeveer rond deze tijd dat Filmon, een landgenoot die nu in België woont, besluit een digitaal altaartje in te richten voor Akile. Zijn achternaam, appt hij, wil hij écht niet in de krant, want ‘dit verhaal gaat niet over mij’. Op de Aklilu Arefayne Fanpage post hij álles wat met Aklilu te maken heeft. ‘Ik deel er updates, foto’s en resultaten, zodat iedereen kan zien waar hij mee bezig is.’
‘Aklilu is voor mij een bijzonder mens’, schrijft hij, ‘niet alleen om zijn stijl, maar omdat hij laat zien hoe belangrijk het is om een kans te krijgen, zoals hij die kreeg van Biniam. Ja, hij heeft het talent en de fysiek, maar in het profrennen heb je ook op het juiste moment de juiste mensen om je heen nodig. En het is zo belangrijk dat Eritrese wielrenners zoals hij internationaal worden gezien, dat Eritrea meer is dan oorlog en ellende, en dat je ziet hoeveel meer doorzettingsvermogen zo iemand moet hebben om het te maken.’
Akile verruilt in maart 2023 de Eritrese metropool Asmara voor Aubel, een dorp met vierduizend inwoners in het noorden van de provincie Luik. De droom is werkelijkheid geworden, maar het blijkt een koude en harde werkelijkheid. Hij spreekt geen Engels, kan niet koken, mist zijn familie en heeft het vaak koud. Daarbovenop zijn de trainingen in de Ardense heuvels loeizwaar. ‘In Eritrea had ik mijn familie, in België was ik helemaal alleen. Het was echt een erg zware tijd’, zegt hij.
Maar al bij zijn tweede koers, de juniorenwedstrijd van de Duitse klassieker Eschborn-Frankfurt, doet hij wat niemand voor mogelijk houdt: hij eindigt op het podium. In een massasprint moet hij eigenlijk zijn ploeggenoot Alessio Delle Vedove naar voren loodsen, maar met nog 700 meter te gaan kan die niet meer. Akile waagt het erop. Hij schakelt op, duwt zijn kop omlaag en steekt zijn kont omhoog, zijn vermogensmeter schiet uit, vol gas. Hij maakt geen zegegebaar als hij derde wordt. ‘Mijn trainer was blij, maar ik was boos. Waarom ben je boos, vroeg hij. Ik zei dat ik Alessio wilde helpen, maar dat mislukte.’
Na twee verdienstelijke jaren verruilt hij de Belgische opleidingsploeg voor een Italiaanse, General Store. In meerdere opzichten is dat een betere match: er is pasta te over – dat als koloniale erfenis is blijven plakken in de Eritrese keuken – en het onderlinge contact en het weer zijn zachter. ‘Ze gaven daar echt om me’, zegt Akile. Hij mag zelfs mee op trainingskamp voor de Giro Next Gen, de juniorenvariant van de koers waarin Biniam drie jaar eerder geschiedenis schreef.
Daar keert het lot zich tegen hem. In en rondom zijn thuisland Eritrea – waar jonge mannen kunnen worden opgeroepen voor een dienstplicht die op papier 18 maanden duurt, maar in de praktijk vaak oneindig doorgaat – lopen de spanningen verder op.
Over wat hem precies is overkomen in Italië, kan Akile niet vrijuit spreken. Feit is dat hij zou moeten stoppen met fietsen. ‘Ik was woedend. Net nu ik deze kans kreeg. Ik besloot met een vriend te vluchten. Ik vroeg me af: wat zijn nou landen met een echte fietscultuur, waar begrijpen ze mij? België of Nederland. Het werd Nederland. Ik liet alles achter, ook mijn fiets, ik kon niet anders.’
Thomas van den Nieuwenhof (29) krijgt wel vaker lastige vragen. Hij werkt voor Wasbeer & Pauw, een organisatie die trainingen geeft aan bedrijven, bijvoorbeeld om bewuster te worden van verborgen beperkingen van medewerkers.
Nu zijn ze door de gemeente Eindhoven gevraagd voor een ander project: proberen de 250 mensen die tijdens hun asielprocedure in een opvang wonen bij de ijsbaan zoveel mogelijk te laten meedoen en aan het werk te krijgen. Stilzitten zorgt voor frustratie, wat zorgt voor overlast, wat weer zorgt voor meer stilzitten.
Hun filosofie: probeer asielzoekers vanaf dag één te laten meedoen door uit te vogelen waarin Eindhovenaar en asielzoeker elkaar het leven aangenamer kunnen maken. In de praktijk komt dat neer op het geven van cursussen rond werk en opleiding, en als vertrouwenspersoon dienen bij het uitzoeken van bank- en gemeentezaken.
Van den Nieuwenhof werd benaderd door iemand uit een van zijn groepen, zegt hij aan de telefoon. ‘Hij zei: de fietsenmaker in dit azc heeft een wielrenfiets nodig. Kun jij dat voor hem regelen? Mijn eerste reactie was: nee. Daar is geen geld voor, iedereen wil wel een racefiets, bovendien is dat niet mijn werk. Maar hij zette door: hij móét echt een fiets, dat is belangrijk voor hem.’
Van den Nieuwenhof is niet overtuigd. ‘Dan kent hij zeker Biniam Girmay, grapte ik, waarop die jongen zei: ‘ja, dat was zijn ploeggenoot. Google hem maar.’ In een azc zeggen mensen wel vaker dat ze profvoetballer zijn, waarna je een balletje met ze trapt en dat dan met een korreltje zout neemt, vandaar mijn scepsis.’ Hij haalt zijn telefoon tevoorschijn, tikt de naam in van de man die op dat moment al een paar weken stadsfietsen aan het repareren is. ‘Ik zag meteen: dit is een ander verhaal.’
Akile is een paar weken daarvoor aangekomen in Eindhoven. ‘Ik wilde naar de sportschool, maar kon geen abonnement nemen, want ik had alleen een Yoursafe-pas’, zegt hij, verwijzend naar de betaalpas die het COA verstrekt aan asielzoekers. ‘Het enige wat ik kon doen was op het veldje voetballen of basketballen. Ik was zo verdrietig en down. En de hele tijd moe. Uiteindelijk ben ik maar gaan helpen in de fietswerkplaats in het azc.’
Van den Nieuwenhof fietst zelf ook en stuurt een bericht naar wielervriend Nol van Loon (33). Die reed jarenlang op hoog niveau wedstrijden, wat hij combineerde met een baan als ingenieur. Zes jaar geleden besloot hij zijn leven te wijden aan de fiets. Niet aan de racefiets, maar de gravelfiets – een soort hybride van een mountainbike en een racefiets. Op zijn youtubekanaal Fat Pigeon doet hij verslag van zijn offroad-avonturen.
‘Thomas weet dat ik een goedgevulde schuur met fietsen heb en dat die daar toch maar staan te stofhappen’, zegt Van Loon aan de telefoon. ‘Ik hoefde niet lang na te denken toen ik zijn berichtje las.’
Hij leent Akile een snelle gravelfiets en doet er ook nog twee tassen kleren bij. ‘De fiets heeft mij zelf geholpen om in moeilijke tijden mijn kop leeg te maken. Ik heb er veel vrienden aan overgehouden. En hoewel ik niet weet hoe het is om te moeten vluchten, weet ik wel hoe belangrijk een fiets voor iemand kan zijn.’
Met een grote grijns zwaait Akile vanachter het hek van het azc. ‘Mijn vriend, hoe gaat het?’, vraagt hij in het Nederlands, om vervolgens in het Engels verder te gaan. ‘Waar zullen we eens heen?’
Hij stuurt de fiets behendig langs de poort. Hij draagt de Eritrese kampioenstrui. ‘Een vriend van me ging laatst terug naar Eritrea. Ik vroeg hem of hij langs mijn ouderlijk huis kon rijden om mijn pakken op te halen en die mee naar Nederland te nemen.’
Terwijl de kilometers voorbij vliegen, praat Akile honderduit. Over hoe hij dankzij Van Loon kan meetrainen bij het regioteam van de Nederlandse wielerbond. Over het wielervoorjaar en de kansen voor Bini. Over de woordjes die hij die week heeft geleerd: gras, boom, houdoe. Over dat hij níét het land uit mag zolang de procedure loopt, dus dat we niet per ongeluk België in moeten rijden. Over de fiets van de verslaggever, die volgens hem wel iets wegheeft van die van Mathieu van der Poel.
Na het passeren van een opgebroken straat in Valkenswaard, waar Akile laat zien dat hij niet alleen fitter maar ook stuurvaardiger is dan de verslaggever, moet hem toch iets van het hart. ‘Deze fiets gaat niet hard genoeg. Laatst trainde ik met triatleten, die reden met ruim 50 km/u. Ik zat in de zwaarste versnelling en moest ze laten gaan. Ik heb een groter tandwiel nodig.’
Wielrennen verschilt van bijvoorbeeld hardlopen doordat het een materiaalsport is. Zet Mathieu van der Poel op een mountainbike in een wegwedstrijd en hij finisht laatste. Een fiets moet de renner passen, maar de versnellingen ook. Daarbij geldt: iemand met veel kracht, kan zwaarder of ‘groter’ trappen en daarmee sneller gaan.
Voor gravelraces heb je vanwege de heuveltjes lichtere versnellingen nodig dan voor een sprint op de weg of voor tijdrijden. Zo kan het zijn dat een gravelfiets prima is voor een gravelrace, maar niet voor een profwegwielrenner als Akile. Alsof een voetballer moet trainen met een ballon (of alsof je in een auto rijdt zonder vijfde versnelling, maar dat is een minder fraaie metafoor).
Van den Nieuwenhof appt verder. Dit keer naar Teun Timmers. Als wegkapitein van de fietsclub Onyva is hij een bekend gezicht op de Eindhovense wegen. Daarnaast organiseert hij jaarlijks Brabants Mooiste, een 220 kilometer lange kruip-door-sluip-doortocht door het Brabantse land. ‘Ik gooide het weer in allerlei appgroepen’, zegt hij. ‘Maar we wilden echt iets goeds voor Akile regelen, dus ik dacht: ik bel gewoon John Knoops. Ik kende hem al als sponsor van onze tocht. John is misschien een simpel boerke, maar dan wel een met een gigantisch groot hart.’
‘Ik snap dat mensen die dit verhaal lezen zich kunnen afvragen: oké, dus omdat deze asielzoeker een wielertalent is, schiet half Eindhoven opeens in de hoogste versnelling’, zegt Van den Nieuwenhof aan de telefoon. ‘Het is altijd oppassen dat je iemand geen voorkeursbehandeling geeft. Daarom doen we hetzelfde voor bijvoorbeeld iemand die heel gepassioneerd is over lassen. Dan bellen we garages op: kunnen jullie niet iets betekenen voor die en die? Maar die verhalen halen de krant niet, dat is nu eenmaal zo.’
Wat hij maar wil zeggen: ‘Uiteindelijk is het aan de gemeenschap, de mensen eromheen, of de samenwerking een succes wordt. En ja, het heeft soms iets transactioneels. Maar is dat nou zo erg? Ik zie vooral iemand die weer een beetje mens wordt.’
Feit is dat ruim een half jaar nadat Akiles leven een dramatische wending nam, hij weer op een racefiets zit. De belangrijkste vraag is nog: wanneer eindigt dit? Want een asielprocedure die op papier zes maanden duurt, kan in de praktijk uitlopen tot bijna twee jaar; dure tijd wanneer je 21 bent en helemaal als je ook nog aan topsport doet.
Tot hij een verblijfsvergunning heeft, mag Akile dus het land niet uit. ‘Daarom is het belangrijk dat hij snel een goede Nederlandse ploeg vindt die hem onder zijn hoede neemt, die koersen toch voor 95 procent in Nederland’, zegt voormalige eliterenner Nol van Loon. ‘En misschien is het te kort door de bocht, maar het leven van een prof is eten, trainen en slapen – dat kun je in een hutje op de hei of in de Alpen doen, maar net zo goed in een azc. Althans, dat hoop ik voor Aki. Bovendien ben ik niet zo van de oppompende praat rond renners, dus hij moet gewoon snel zijn benen laten spreken. Maar dan moet iemand hem natuurlijk wel die kans geven.’
Onder de kale eikentakken, die zich als gewelven over het fietspad buigen, staat Akile met zijn nieuwe fiets. Hij is rechtstreeks uit de Steentjeskerk naar de Oirschotsedijk gereden, een kilometerslang kaarsrecht fietspad tussen Philips-landhuizen aan de rand van de stad. ‘Weet je wat het is? Met de juiste fiets, kun je doen wat je wil’, zegt hij. ‘Ik kan hier moeilijk Engelse woorden voor vinden. Fietsen is... vrijheid. Fietsen is je sterk voelen... alles kunnen.’
Met lange halen komt de groen-rood-blauwe machine op stoom. Duwen, trekken, duwen, trekken. Met de handen onder in de beugels duwt hij zijn kop omlaag en stijgt zijn kont op uit het zadel. De ketting kraakt als hij nog eens omhoog schakelt en nog dieper in de beugels duikt. Hij vliegt de andere fietsers voorbij.
Een dag later verschijnt een filmpje op de instagrampagina van John Knoops. John en Akile geven elkaar een ferme hand met op de voorgrond de fiets. Het wordt meteen doorgeplaatst door de Aklilu Arefayne-fanpagina. Eronder, in kapitalen: ‘We’re back. We’re so back.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant