Home

De mannencrisis krimpt bij de eerste kritische blik als een dwergkeeshond in bad

is verslaggever en columnist van de Volkskrant en schrijft veel over (sociale) media en emancipatie.

Het was niet de eerste keer en het zal niet de laatste zijn, maar het stond weer in onze krant: dat ‘jongens en mannen in westerse samenlevingen systematisch achterblijven in onderwijs en op de arbeidsmarkt’. Achterblijven bij vrouwen, wordt hier bedoeld.

Wouter van den Bos, universitair docent psychologie aan de Universiteit van Amsterdam riep op tot het creëren van ‘betere kansen’ voor jonge mannen, om hen uit de manosphere te houden. Klinkt op zich mooi, er speelt immers heel wat zorgwekkends: een deel van hen is veel strenger gaan denken over abortus, hun acceptatie van lhbti’ers is weer gedaald. Bestudeer vooral waarom, en hoe je ze terughaalt.

Toch stoort er iets: het stereotype van een universele mannenachterstand dat steeds wordt herhaald. Dit crisisbeeld wordt steeds gestut door het boek Of Boys and Men (2022) van de Amerikaan Richard Reeves.

Ook ik heb hem ooit aangehaald om de crisis te verkondigen, want wij van de media zijn dol op crises, maar we mogen ook weleens wat guller zijn in het relativeren ervan. Intussen hebben we namelijk ruim de tijd gehad Reeves’ Amerikaanse beeld naast dat van Nederland te leggen – en dat is dus een ander land.

Dan krimpt het crisisbeeld als een dwergkeeshond die een bad neemt. Kies maar één front: het onderwijs. Daar weerklinkt weer overal het geluid: jongens doen het minder goed, dat is een hedendaags probleem, en daarom moet het onderwijs op de noden van jongens worden aangepast. Alleen: de leerprestaties van meisjes begonnen eigenlijk al aan een inhaalslag sinds ze mochten doorleren, en liggen sinds de jaren negentig duidelijk wat voorop.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nu is mede dankzij Reeves weer overal te lezen en horen dat die achterblijvende leerprestaties te maken hebben met het grote aantal vrouwen voor de klas. Ook in een item van Lubach vorig jaar werd dit als oorzaak voor een mannencrisis aangewezen.

Het klinkt misschien best aannemelijk, maar dit idee wordt al jarenlang onderzocht, en er is geen bewijs voor. Een hardnekkige mythe, noemt universitair docent sociologie Margriet van Hek (Radboud Universiteit) dit aan de telefoon. Het zou ook gek zijn, want al die meesters hielden de meisjes in de jaren zeventig en tachtig ook niet tegen.

Volgens onderzoek van Van Hek zijn het vooral jongensvrienden onder elkaar (en hun gendertypische verwachtingen) die leerprestaties negatief beïnvloeden. Intussen blijven we horen dat het aan de juf en ‘doorgeslagen emancipatie’ in de klas ligt.

De kansengelijkheid van jongens in het onderwijs staat overigens al jaren op de overheidsagenda, er zijn rapporten over volgeschreven. En wat lees ik: de diplomakloof krímpt sinds enige jaren, en is alweer met de helft ingelopen door de jonge mannen. Go boys.

Vraag: wijst dat op een moderne danwel uitbrekende crisis, of op succesvolle inzet om jonge mannen vooruit te helpen?

Dan heb ik hier niet eens plek voor de arbeidsmarkt, want ook daar: grote mitsen en maren bij het platte beeld van ‘mannen die achterblijven bij vrouwen’.

Er is een groep praktisch opgeleide jonge mannen die inderdaad kwetsbaar is op de arbeidsmarkt, en mogelijk gevoelig voor de rancune van de manosphere. Bij hen is alleen vooral het verschil in inkomensgroei in vergelijking met hoogopgeleide mánnen opvallend. Ook de praktisch opgeleide vrouwen blijven in inkomensgroei inmiddels achter bij hoogopgeleide vrouwen − en intussen ligt daar altijd nog die oude vertrouwde loonkloof tussen mannen en vrouwen.

En is het nuttig de mentale malaise van jonge mannen te gebruiken om een crisis te illustreren, terwijl de suïcidecijfers onder álle jongeren toenemen? Mentale problemen groeien onder een hele generatie jongeren. Op sommige fronten zou de ellende van jongeren hen eerder moeten verenigen dan scheiden. Soms is het nuttig om naar sekse te kijken, soms niet.

Behoorlijk opvallend dus, de vanzelfsprekendheid waarmee jonge mannen het idee aangereikt wordt dat hun frustraties en culturele dwaaltochten logischerwijs voortvloeien uit ‘vrouwen die voorliggen’. Dat vóédt juist de vijandigheid jegens vrouwen die we allemaal zo vrezen uit de manosphere.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next