Films worden ingezet op scholen en jongerencentra bij vakken als burgerschap en maatschappijleer. Dat is van belang, omdat dat deuren opent in gesprekken die anders gesloten blijven.
Nederland investeert miljoenen in de preventie van jeugdcriminaliteit. Ondertussen kijken jongeren op eigen houtje naar series en documentaires over drugsbazen, true crime en snel geld verdienen, maar niemand begeleidt dat gesprek. Niet omdat de tools ontbreken, maar omdat we kunst niet serieus nemen als preventiemiddel.
Er zijn meerdere manieren om een film te maken over de verleiding van criminaliteit. De eerste: je brengt gemeenten, wetenschappers en filmmakers samen, formuleert een preventieve doelstelling en evalueert achteraf of de boodschap is geland. De film Zwijgrecht is daar een voorbeeld van, en het is waardevol. Het laat zien hoe serieus Nederland dit thema neemt.
Over de auteur
Julius Ponten is filmmaker en producent van Mijn Vader de Hasjkoning, Rabat, Wolf en De Oost en host van de podcast Tussen Kunst en Misdaad.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De tweede manier is een onafhankelijke film over een zoon die zijn vader wil begrijpen. Wij maakten Mijn vader de Hasjkoning met steun van Videoland, dat geloofde in de potentie van dat verhaal. Geen preventieve doelstelling, geen boodschap die van buitenaf wordt bepaald. Er is alleen de vraag: wie ben jij, vader, en wat heeft dat met mij gedaan?
Tijdens het maakproces stapte gemeente Venlo in om het educatieve plan te ondersteunen, zoals een lespakket en schoolbezoeken voor de gesprekken die de film op gang kan brengen. De artistieke onafhankelijkheid bleef volledig intact. De kunst maakt zichzelf, de samenleving organiseert de inzet ervan.
Beide films gaan over hetzelfde milieu, maar werken op een fundamenteel andere manier. En juist dat verschil verdient een plek in het debat over kunst, cultuur en de preventie van jeugdcriminaliteit.
Lector Jan Dirk de Jong (Hogeschool Leiden) begon onlangs een discussie over film als preventiemiddel, met Zwijgrecht als vertrekpunt. Een discussie die ik toejuich, maar waaraan één perspectief ontbreekt. Zwijgrecht is gemaakt mét preventieve intentie, met een boodschap die je wil overbrengen. Mijn vader de Hasjkoning is het tegenovergestelde: onafhankelijke kunst zonder agenda. Jongeren voelen dat verschil feilloos aan.
Toch wordt de film ingezet op scholen en jongerencentra bij vakken als burgerschap en maatschappijleer, omdat de authenticiteit deuren opent in gesprekken die anders gesloten blijven.
Het adviesrapport dat Trimbos schreef over Zwijgrecht beschrijft hoe complex het is om film bewust als preventiemiddel te ontwerpen. Tegelijk laat het rapport zien waarom film zo krachtig kan zijn: cognitieve weerstand wordt doorbroken via verhalen, niet via argumenten. Rolmodellen werken alleen als ze authentiek zijn. Dit zijn precies de mechanismen die onafhankelijke kunst van nature in zich draagt zonder interventie-ontwerp, zonder boodschappenlijst.
En daar zit de blinde vlek. Want wat als kunst die onafhankelijk is gemaakt juist breder inzetbaar is, omdat ze geen boodschap opdringt, maar ruimte laat voor eigen gedachtevorming? Jongeren kijken al naar documentaires en films over drugsbazen, truecrimeseries, verhalen over snel geld en loyaliteit. De vraag is niet of ze daarmee in aanraking komen, maar hoe professionals de film inzetten als ingang voor een echt gesprek over keuzes, rolmodellen en perspectief.
De professional die aansluit zonder te moraliseren, gebruikt kunst als een werkzaam bestanddeel dat nu grotendeels onbenut blijft.
Mijn uitdaging aan Jan Dirk de Jong en andere wetenschappers is concreet: er bestaat nog weinig onderzoek naar hoe onafhankelijke kunst, film, theater, muziek, en documentaires structureel ingezet kan worden als gespreksopener binnen educatie en preventie. Wij bouwen al, terwijl het fundament nog ontbreekt. Dat gat verdient dringend aandacht en ik geloof dat jullie de mensen zijn om het te dichten.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant