Home

China dwingt ‘theepotraffinaderijen’ olie te blijven kopen en verwerken

Ook in China, gezegend met grote oliereserves, worden de gevolgen van de Iranoorlog zichtbaar. Private olieraffinaderijen draaien daar nu verlies, maar worden door Beijing toch opgedragen de olieproductie op peil te houden.

is correspondent China voor de Volkskrant. Ze woont in Beijing.

De kleine raffinaderijen, ook wel theepotraffinaderijen genoemd, zagen de afgelopen weken hun verdienmodel in rook opgaan. Voor de oorlog kochten zij 80 tot 90 procent van de ruwe olie die Iran exporteerde. Dat was voordelig, maar ook risicovol: de Verenigde Staten had die olie onder sancties geplaatst. De kleine bedrijfjes bleven niettemin buiten het vizier van die sancties.

Dat veranderde toen de Verenigde Staten de sancties op Iraanse olie voor 30 dagen opschortten om olieprijsstijgingen te temperen. De internationale vraag naar deze olie steeg daardoor explosief. Tegelijkertijd verbood Beijing vorige maand pompstations om de gestegen olieprijs volledig door te berekenen aan de consument. Zo verdween de flinterdunne winstmarge van de kleine raffinaderijen, die daarom tijdelijk minder olie wilden gaan verwerken.

Maar dat staat Beijing ze niet toe. Als de theepotraffinaderijen dit jaar minder olie verwerken dan in 2025, dan mogen ze van Beijing volgend jaar minder importeren, zo meldden persbureau’s Reuters en Bloomberg. De Chinese autoriteiten hebben het beleid nog niet bevestigd.

Drie maanden voorraad

China is tot nog toe minder hard geraakt door de oliecrisis dan andere landen in Azië. Het is weliswaar de grootste olie-importeur ter wereld, maar heeft ook een van de grootste olievoorraden opgebouwd. Volgens het energiedatabedrijf Kpler, dat wereldwijde olievrachten en energiehandel volgt, kan China daarop minstens drie maanden op teren.

De theepotraffinaderijen zijn klein, maar samen zijn ze toch goed voor ruim 20 procent van de olieverwerkingscapaciteit in China, aldus olie-analist Muyu Xu van Kpler. Hun belang is sinds de Iranoorlog verder gegroeid, omdat aanvoer van Iraanse olie nog altijd doorgang vindt. ‘Het enige bezwaar is de prijs’, zegt Xu.

Staatsbedrijven zoals Sinopec kopen geen Iraanse olie en zijn daardoor wel sterk afhankelijk van de inmiddels grotendeels geblokkeerde aanvoer uit het Midden-Oosten. Xu leest aan het bevel aan de theepotraffinaderijen dan ook af dat het voor Beijing alle hens aan dek is om de energiezekerheid te waarborgen. ‘Gewoon de ruwe olie halen die je kunt krijgen en verwerken, en zo brandstoftekorten voorkomen.’

Geopolitieke kans

Maar volgens Alicia García-Herrero, senior fellow bij de Brusselse denktank Bruegel, ruikt Beijing ook een geopolitieke kans: de olie die de theepotraffinaderijen verwerken, kan China verkopen aan Aziatische landen zoals de Filipijnen, die door de blokkade van de Straat van Hormuz moeilijker aan geraffineerde brandstof komen. ‘In ruil voor geopolitieke gunsten’, zegt García-Herrero. ‘China kiest hier voor een langetermijnsstrategie.’

Op papier zijn de theepotraffinaderijen private bedrijven. Maar het is een publiek geheim dat ze de Chinese overheid in staat stellen gesanctioneerde olie te kopen zonder sancties te riskeren. García-Herrero: ‘Olie importeren uit Venezuela, Iran en Rusland: niemand zou dat doen als het niet op het verzoek was van de overheid.’ Dat de bedrijven nu feitelijk gedwongen worden om door te produceren terwijl ze verlies lijden, lijkt het beeld van de feitelijk hechte banden met de overheid te bevestigen.

Source: Volkskrant

Previous

Next