In de rubriek VI Tijdmachine brengen we met regelmaat nieuwe verhalen over toen, en elke dag van het weekeinde herplaatsen we een artikel uit ons rijke archief. In deze tijd van overdaad aan fantastische Nederlandse centrale verdedigers vergeten we weleens unieke exemplaren uit het verleden. Een dubbelinterview uit 1969 met sowieso het hardste en misschien ook wel beste Nederlandse centrale duo ooit, dat dat seizoen met Feyenoord de Europa Cup I zou winnen: Theo Laseroms en Rinus Israël.
Vind je Rinus/Theo hard, zo luidt de eerste vraag van VI’s Joop Niezen.
Laseroms: ‘Ja, Rinus is een keiharde voetballer. Naast zijn enorm klasse heeft hij ook de nodige hardheid. Je kunt er tegenwoordig niet buiten.’
Israël: ‘Theo is hard, maar in ieder geval niet gemeen. Zonder hardheid kom je er niet. Ik vind het niet zo erg dat het soms er hard aan toegaat, als het maar bij hard blijft.’
Waarom vormen jullie zo’n hecht koppel?
Laseroms: ‘In het veld passen we uitstekend bij elkaar, maar het typische is dat we buiten de lijnen praktisch geen contact hebben. Op de training ook nauwelijks. Ik denk dat hij mij aanvoelt en ik hem. We weten blindelings van elkaar wat we gaan doen. Vooral bij hoge ballen komt dat tot uitdrukking. Vaak weet je zeker dat je hem hebt, maar als je twijfelt kun je toch risico nemen omdat je weet dat Rinus achter je loopt. Soms laat je zo’n bal expres gaan. Rinus staat er toch wel.’
Het interesseert me ook niet, die Europese bekendheid
Israël: ‘Ik heb iemand nodig die sterk in de mandekking is, omdat ik zelf liever vrijer speel. Theo is sterk in de mandekking, eventuele gaten vang ik dan wel op.’
Is Rinus/Theo van Europese topklasse?
Source: VI Nieuws