Home

Wat leveren de Sami in om Noorwegen groen te maken?

Om uit mijn bubbel te komen had ik een zelfverklaarde ‘kneiterrechtse’ opiniemaker gevraagd of er ‘linkse’ en ‘rechtse’ levenswijsheden zijn. Ja, leverde hij. Linkse mensen zijn idealistisch, die ‘hopen’ van alles; rechtse mensen zijn realistischer en weten dat er altijd een trade-off is.

Aan alles hangt een prijskaartje, maar de vraag is wie de prijs betaalt van die trade-off? Op het Movies that Matter Festival zag ik onlangs een geweldige documentaire die klip en klaar duidelijk maakt waar de rekening doorgaans komt te liggen. Let Our Mountains Live gaat over drie Sami-families in Noord-Noorwegen, zeventien mensen in totaal, rendierherders. In 2017 werd gestart met de bouw van een windmolenpark met 151 windmolens – kosten 11 miljard Noorse kronen (bijna 1 miljard euro). De rendieren werden daardoor weggedreven, en het inkomen van deze Sami-families verdampte. Ze klaagden de Noorse staat aan en het Noors Hooggerechtshof stelde ze in het gelijk.

Vervolgens gebeurde er niets, de windmolens bleven gewoon staan. Behalve het verpeste Noorse natuurschoon toont de documentaire de slepende rechtszaken die volgen: de overheid beroept zich bij monde van de minister op groene energie, en de noodzakelijke trade-off: zeventien mensen die hun activiteiten moeten verplaatsen tegenover miljoenen mensen van stroom voorzien.

De drie families krijgen na het negeren van de uitspraak onverwachts grote bijval van andere Sami’s (er zijn er zo’n 80.000) en van jonge stadse activisten. Samen organiseren ze zitstakingen voor het ministerie waar ze al zingend hun ongenoegen belijden. Het is een lieflijk protest: er wordt niks vernield, niemand heeft er last van, er worden truien gebreid en koffie uitgedeeld. Door de publiciteit en de aard van het protest winnen ze steeds meer de sympathie van de Noren.

Je gaat een beetje van ze houden, zeker als een ingetogen Noor na ellenlang procederen constateert: „Ik merk dat ik nu wel boos begin te worden.” Het staat in schril contrast met de minister met zijn smoesjes en ambtelijke taal, over wie de Sami (terecht) grappen maken: „Het gezegde is onderweg naar ontvangen en begrepen worden” (de minister is de informatie aan het verwerken en gaat er niets mee doen verder). Toegegeven, de documentaire is geschreven en geproduceerd door een Sami (Johannes Vang) en belicht vooral één kant van de zaak; ik zou ook niet graag in de schoenen van de minister staan die het energieprobleem moet oplossen.

De term indigenous people roept een bepaalde beeldvorming op; de veganistische (linkse) kijker zal ongetwijfeld even moeten slikken bij de beelden waarbij rendieren worden geslacht; de rechtse (maar ook heel linkse) kijker zal wellicht schamperen over de in traditionele gehulde Sami klederdracht stadse vrouwen (cultural appropriation?) die zich afgesneden voelen van een leven dat ze nooit hebben kunnen leiden. Ook wonen de betrokken Sami-families niet bepaald in zielige tentjes, ze leiden een gerieflijk leven met moderne technologie op grote boerderijen.

Wat we zien is Europa in optima forma – een juridische uitputtingslag waarbij de aanhouder en degene met de diepste buidel wint, namelijk de overheid; de advocaat van de Sami werkt pro bono. De Sami doen intussen hun hartstochtelijke best om het vertrouwen in het recht, dat hun gelijk gaf, niet alsnog te verliezen. Uiteindelijk sluit de Noorse overheid in 2024 een deal met de drie Sami-families: ze krijgen, zo vertelde de regisseur in een nagesprek over de documentaire, jaarlijks 160.000 euro en beloven tot 2045 hun mond te houden over de windmolens.

De Noorse situatie is een fraaie pars pro toto voor het wereldwijde verhaal van (groen) kolonialisme, en het in de periferie van een land delven naar grondstoffen. Denk aan de Groningers. Voor het afstaan van hun land kregen sommigen geld (van de NAM), en voor de prijs die ze betaalden kregen anderen weer schadevergoeding van de overheid. Ze dachten dat daarmee de kous af zou zijn, maar alles staat weer op losse schroeven. Of denk aan Groenland, waar Denemarken al jaren grondstoffen ontgon ten koste van de Inuit, ook Trump bood de Inuit een smak goudstaven. Alles van waarde is weerloos tegen de trade-off-filosofie, om er maar even een kneiterlinkse levenswijsheid tegenaan te gooien.

In 2045, als de Sami weer mogen beslissen over de windmolens, ben ik 73. Het kan zomaar zijn dat u dan nog niet van me af bent, maar voor het geval dat geef ik vast mijn voorspelling. In 2045 is Noord-Noorwegen de nieuwe Méditerranée. Het aantal windmolens is verdrievoudigd, je kunt er nu van abseilen. De generatie idealisten is opgevolgd door de uitgeputte realisten; zij verlengen het contract met de overheid, krijgen geld, runnen een bloeiende toeristenindustrie en worden platgelopen door bezoekers die de rendierparken willen zien.

Ik hoop van niet, natuurlijk. Maar hoop, orakelde de sombere filosoof Schopenhauer al, is de verwisseling van de wens dat iets gebeurt met de waarschijnlijkheid ervan. Dezelfde Schopenhauer gaf trouwens de voorkeur aan het gezelschap van een poedel boven de mens.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Energie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next