Religie De laatste jaren stijgt het aantal volwassenen dat zich laat dopen in de kerk. Vooral met Pasen wordt het druk voor de pastoor. „Dat ik ze mag dopen, dat ze volledig deel van de kerk worden… dat doet wel iets met je.”
Anouk en Max in katholieke kerk De Krijtberg in het centrum van Amsterdam.
In een wereld waarin wat zeker was niet langer zeker is, zijn Max de Bree (28) en Anouk Snelders (34) stapje voor stapje tot hun geloof gekomen. Ze groeiden op met het idee dat alles mogelijk is. Hard werken, geld verdienen, consumeren. Huisje, boompje, beestje. En dat in een veilige wereld, zonder oorlog.
De Bree, opgegroeid in een ongelovige omgeving in Beverwijk, was altijd op zoek naar „iets hogers” of „iets meer”. Als puber zocht hij het in punk, in politiek. Rebels was hij, tegen religie. In coronatijd, als student aan het conservatorium in Amsterdam, kwam hij via YouTube-filmpjes over psychologie en filosofie uit bij het christelijk gedachtegoed. In die tijd liet hij een tatoeage zetten met een verwijzing naar een Bijbelvers. Toen de muzikant afgelopen november naar Amsterdam verhuisde, durfde hij voor het eerst naar een mis te gaan.
Katholieke kerk De Krijtberg in Amsterdam.
Snelders kwam als kind in aanraking met spiritualiteit, haar moeder had affiniteit met de New Age-beweging. Afgelopen jaren verdiepte ze zich in de spirituele bewegingen hermetische filosofie, rozenkruisers en kabbala, maar streefde ze ook naar perfectie met haar start-up in voedseltechnologie. Alles leek onder controle, totdat afgelopen september een goedaardige zenuwtumor bij haar geconstateerd werd en haar vader ternauwernood een hartaanval overleefde.
Als zijn herstel goed verliep, zou ze zich laten dopen, besloot ze. En zo zal geschieden.
Dit weekend wordt Snelders namelijk, net als mede-geloofsleerling De Bree, gedoopt in katholieke kerk De Krijtberg in Amsterdam, tijdens de Paaswake van zaterdagnacht. Ze vertellen erover in de aangrenzende pastorie, waar ze tien weken lang de geloofscursus volgden. Halverwege werden ze als geloofsleerling gepresenteerd tijdens een mis op Aswoensdag, dit weekend volgt de doop.
Een doopschaal en een dooplepel.
Ze zijn niet de enige volwassenen die zich laten dopen in de katholieke kerk. Dat zijn er steeds meer in Nederland: waren het er in 2020 nog 275, in 2024 was het aantal 515 – de meest recente cijfers. Nog altijd worden er meer kinderen gedoopt, in 2024 waren dat er ruim zesduizend. Over vorig jaar en dit jaar bleef het aantal nieuwelingen in de katholieke kerk stijgen, blijkt uit een inventarisatie bij haar bisdommen voor NRC. Het merendeel van hen wordt gedoopt met Pasen. De rest treedt tot de kerk toe zonder doopsel, bijvoorbeeld omdat ze als kind al zijn gedoopt maar vervolgens niet actief waren in de kerk.
Jongvolwassenen staan heel vrij tegenover religie, merkt pastoor René Wilmink van de Sint Jorisparochie in Eindhoven. Ze willen het serieus onderzoeken, vertelt hij in het pastoraal centrum. Zo’n twintig mensen laten zich dit jaar met Pasen dopen in zijn parochie. Allemaal twintigers, op één dertiger na.
Twintig jaar geleden kwam het ‘sporadisch’ voor dat mensen langskwamen bij de kerk omdat ze christen wilde worden, vertelt Wilmink. Nu gebeurt dat steeds vaker en niet meer schoorvoetend. „Ze hebben vaak al een hele route afgelegd, via internet, TikTok of YouTube.” Mensen laten zich aanspreken door religie, zegt hij. „Het geeft ook een soort nieuwe openheid aan.”
Max de Bree.
Jongvolwassenen staan minder afwijzend tegenover religie dan voorgaande generaties, ziet onderzoeker Joris Kregting van de Radboud Universiteit Nijmegen die afgelopen jaren cijfers over het aantal doopsels verzamelde. De meeste jongvolwassenen zullen niet toetreden tot de kerk en waarom sommigen dat wel doen, wordt volgens Kregting momenteel onderzocht. Vooralsnog lijken jongvolwassenen zich aangetrokken tot een „eeuwenoude bron van normen en waarden”, zegt Kregting. Daarbij worden ze af en toe in deze richting geduwd door sociale media.
Het traject naar de daadwerkelijke doop, komend weekend tijdens de Paaswake, is niet kort. Maandenlang worden catechumenen, zoals de aanstaande dopelingen worden genoemd, over het geloof onderwezen in bijeenkomsten. Wat betekent het als je gelooft? Wáár geloof je dan in? Wat zijn de sacramenten? Pastoor Wilmink noemt het „de verkenning van de kerk, van de gemeenschap waarin je wordt opgenomen.”
Dat gevoel herkent De Bree. Het geloof was lange tijd een „intellectuele oefening”, veilig op zijn zolderkamertje. In gesprekken met andere catechumenen, tijdens de bijeenkomsten in aanloop naar de doop, vulden ze elkaar aan over hun geloofsbeleving en alles wat daarbij komt kijken. Zoals hoe hun omgeving daarop reageert. Na zijn geloofsbelijdenis appte De Bree zijn moeder dat hij zich zou laten dopen. Eerst was ze verrast, daarna dacht ze: dit klopt. Snelders leerde te accepteren dat niet iedereen haar bekering snapt.
Anouk Snelders in katholieke kerk De Krijtberg in het centrum van Amsterdam.
Zaterdag is het zover. Dat pastoor Wilmink dan volwassenen mag dopen, heeft voor hem iets heel speciaals. „Je bent bevoorrecht. We mogen sowieso optrekken met mensen op bijzondere scharniermomenten in het leven. Als een koppel gaat trouwen, als er een kindje wordt gedoopt. Maar zeker bij volwassenen, met wie je langdurig optrekt en ontwikkeling ziet, is dat heel mooi. En dat ik ze mag dopen, dat ze volledig deel van de kerk worden… dat doet wel iets met je.”
Voor zijn doop heeft De Bree „een beetje plankenkoorts”, maar hij kijkt ernaar uit „meer te leven in dienst van anderen”. Het vooropstellen van zijn eigenbelang wil hij achter zich laten. Snelders voelt „vlinders” voor de doop. Ze hoopt dat haar gevoel van controle en prestatiedruk plaats kunnen maken voor vertrouwen en acceptatie.