Maan Eén zijde van de maan is vanaf de aarde nooit te zien. Het is „een troosteloze, geteisterde plek” met kraters en bergkammen.
De achterkant van de maan op een beeld uit 1996 door Galileo.
„Tot ziens aan de andere kant.” Het waren de laatste woorden van piloot Jim Lovell, voordat de Apollo 8 in de radiostilte achter de maan verdween. Om in de goede baan rond de maan te komen moest de hoofdmotor op precies het juiste moment vier minuten en zeven seconden worden ontstoken. En dat moment viel terwijl de capsule zich achter de maan bevond. Eén fout en drie astronauten zouden voor eeuwig de ruimte in zweven of neerstorten.
Op aarde is het 24 december 1968. Na 34 bloedstollende minuten spreekt Lovell opnieuw. „Burn complete”, zegt hij. „Good to hear your voice”, antwoordt Houston.
Luna 3, een Sovjet-satelliet, maakte in 1959 de eerste foto’s van de achterkant van de maan. Jim Lovell, Frank Borman en Bill Anders waren de eersten die het met eigen ogen zagen.
Apollo 8 maakte tien omlopen. Orion, de capsule van de Artemis II-missie, zal maar één keer achterlangs de maan vliegen, op maandag 6 april vanaf 23.00 uur Nederlandse tijd. Orion beweegt in een ‘wijdere’ baan op zo’n 10.000 kilometer afstand, waardoor de passage (en de radiostilte) drie uur zullen duren.
De Artemis-missie is vooral een testvlucht ter voorbereiding van nieuwe maanlandingen en latere reizen naar Mars, die draait om de fysieke gesteldheid van de vier astronauten. Toch zullen ze met foto en video intussen ook studie maken van met name het zuidpoolgebied van de maan. Bij daglicht.
Noem de achterkant dus nooit dark side of the moon, ingeburgerd sinds het gelijknamige Pink Floyd-album uit maart 1973. De achterkant is niet duister, onverlicht. Gedurende een maand ontvangt ze net zoveel licht van de zon als elk ander deel. Bij nieuwe maan, als de maan zich tussen de aarde en de zon bevindt, staat de achterkant in het volle zonlicht. Dan is ‘onze’ kant de dark side.
Op 6 april nadert de maan in het laatste kwartier. Vanaf de aarde gezien. Aan de verre kant is juist volop ‘daglicht’.
In de tijd waarin de maan één keer rond de aarde draait maakt de maan ook precies één omwenteling om de eigen as. Daarom toont de maan de aarde steeds maar één en hetzelfde gezicht. Duister is de achterkant alleen in de betekenis van ongezien, een blinde vlek, luna incognita.
De sonde Luna 3, twee jaar gelanceerd na de Spoetnik, waarmee de Sovjet-Unie in 1957 de eerste race naar de ruimte won, maakte in totaal 29 foto’s. Daarvan werden er uiteindelijk zeventien min of meer intact naar de aarde geseind. Samen genoeg voor een grove ‘atlas’ van de achterkant. Opvallend: aan die zijde bevinden zich minder en kleinere ‘zeeën’ – relatief gladde en donkere delen – en juist veel kraters en bergkammen.
Beelden van de achterkant die Luna 3 in 1959 heeft gemaakt.
Wat de maan met de aarde doet, weten we wel zo’n beetje. Ze dicteert – met in mindere mate de zon – eb en vloed. Sommige insecten navigeren op maanlicht. Er zijn aanwijzingen dat de maanstand onze slaapcyclus beïnvloedt. En de ergste lunatics trof men vroeger, zoals bekend, aan bij volle maan.
Maar er is nog steeds geen breed aanvaarde theorie over waarom beide kanten van de maan zo verschillend zijn. Zelfs na talloze vluchten rond de maan en landingen waarvan monsters naar de aarde mee terug zijn genomen – in 2019 door de Chinese Chang’e 4-missie ook van de achterkant – blijft het een mysterie.
Apollo 8-astronaut Bill Anders beschreef de achterkant later als „een troosteloze, geteisterde plek”. Maar, zei hij, „het maakte de aarde des te mooier”.
Het oostelijk gedeelte van de achterkant van de maan. De foto is genomen tijdens de missie van Apollo 16 in april 1972.
Lovell zou het zich zo herinneren: „Terwijl we onze baan voortzetten, begonnen zonnestralen de toppen van de kraters, slechts honderd kilometer beneden ons, te verlichten. Uiteindelijk baadde de achterkant in zonlicht en staarden we in stilte toe terwijl de oeroude kraters aan de achterkant langzaam onder ons voorbij wentelden. Ik zag het deel van de maan dat miljoenen jaren voor de mens verborgen was gebleven.”
En daarna zagen de drie wat alleen zichtbaar is als je op die manier rond de maan vliegt: de opkomst van de aarde. Earthrise, de kleurenfoto die Anders daarvan maakte tijdens hun vierde omwenteling, werd door tijdschrift Life uitgeroepen tot „een van de honderd foto’s die de wereld veranderden”.
In 2018, precies vijftig jaar na zijn vlucht met de Apollo 8, zei Bill Anders: „We gingen op weg om de maan te verkennen, maar we ontdekten de aarde.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin