Home

Simone Weimans: ‘Het vertellen van verhalen vind ik niet activistisch’

Journalist Simone Weimans maakte voor Omroep Zwart een programma over het koloniale verleden. Haar belangstelling voor haar eigen Surinaamse wortels is de laatste jaren gegroeid. „Ik wilde niet in die hoek gedrukt worden.”

Simone Weimans in Museum Van Loon te Amsterdam.

Met potten klotsend water op het hoofd rennen de vrouwen naar voren. „Verjaag de Nederlanders! We moeten ons verdedigen! Onze kinderen, onze mannen, onze gewassen.” Er sluipt een gewapende Nederlander naderbij, maar – hopsa! – daar werpt een van de vrouwen hem kokend water met pepers in het gezicht. De soldaat valt, de vrouw trekt een mes en steekt enkele malen toe. Even later loopt journalist Simone Weimans – die tot dan toe van een afstandje heeft toegekeken – naar het lichaam van de man en raapt ze een paar pepers op. De repetitie is voorbij.

Eerder in de tweede aflevering van het programma Simone en de Roofstaat (dat vanaf 2 april wordt uitgezonden door Omroep Zwart op NPO2) heeft Weimans gehoord wat de achtergrond van dit toneelstuk is: in 1646 werd het Braziliaanse dorpje Tejucupapo overvallen door soldaten uit de Nederlandse kolonie aan de kust bij Recife. Het dorp werd verdedigd door de vrouwen, onder leiding van ‘de vier Maria’s’: Maria Camarão, Maria Quitéria, Maria Clara en Maria Joaquina. Jaarlijks wordt de slag als toneelstuk nagespeeld onder leiding van Luzia Maria da Silva, die Weimans’ handen in de hare neemt en uitlegt dat ook Nederlanders deze geschiedenis moeten kennen: „Ik wil dit verhaal vertellen zodat het volk weet wat er is gebeurd. De vrouwelijke kracht is de grootste kracht. Wij willen vrouw zijn en trots; zwart zijn en trots.”

Voor Weimans (54) is de reisserie een nieuw genre. De presentator is vooral bekend van haar werk voor de NOS, waar ze sinds 2011 werkt. Destijds verwachtte ze „een jaar of drie” te blijven, maar inmiddels is ze uitgegroeid tot een van de voornaamste gezichten van de omroep, waarvoor ze ook onder meer Met het Oog op Morgen presenteert en het onlineprogramma Rondje Binnenhof maakt.

Voor Simone en de Roofstaat reisde ze naar voormalige Nederlandse koloniën in de VS, Brazilië, Indonesië en Zuid-Afrika, op zoek naar de sporen van de Nederlandse aanwezigheid. De documentairereeks sluit aan bij het omvangrijke boek Roofstaat. Wat iedere Nederlander moet weten uit 2016, waarin Ewald Vanvugt inventariseerde wat koloniaal Nederland overzee heeft aangericht. „In dat boek wordt een tsunami aan ellende over je uitgestort”, zegt Weimans in een café in haar woonplaats Amsterdam. „Zoiets hadden we natuurlijk ook kunnen doen, een programma met heel veel feiten waarover je ‘verschrikkelijk, verschrikkelijk’ kunt zeggen, maar ik denk dat mensen dan vrij snel afhaken. Dus zitten er ook verhalen in zoals dat over de theatervoorstelling in Brazilië. Dat is relatief klein, maar het gaat over onze link met dat land. En de koloniale geschiedenis heeft daar nog steeds impact.”

Weimans werd door Omroep Zwart benaderd met het idee voor het programma, dat ze graag wilde maken met eindredacteur en regisseur Carry Waalderbos en cameraman Mladen Vekic. „Met hen ben ik vier jaar geleden naar Suriname geweest voor een aflevering van Verborgen verleden. Zij kunnen heel goed historische verhalen vertellen.”

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd van de serie?

„In de eerste plaats waren er feiten die ik nog niet kende, zoals dat de Nederlanders in 1740 een slachting aanrichtten in de Chinese gemeenschap in Batavia. Dat werkt nog steeds door. ‘Doorwerken’ is natuurlijk een abstract begrip, maar je ziet hoe in de Chinese buurt van Jakarta huizen stalen deuren hebben omdat de mensen weten: eens in de zoveel tijd gebeurt er iets en worden wij als zondebok weggezet. Verder is me bijgebleven hoe mensen wereldwijd bezig zijn de verhalen van hun voorouders te vertellen. Dat schept een band.”

Soms formuleren mensen die je interviewt het letterlijk zo: de Nederlanders moeten weten dat…

„Ja, die behoefte is er. En niet vanuit een verwijt. In Nederland is de reflex al snel: O God, ben ik schuldig? Probeer je de geschiedenis te herschrijven? Het koloniale verleden is een polariserend onderwerp geworden, terwijl het gedeelde geschiedenis is.”

Het viel me op dat je nadrukkelijk een band probeerde te scheppen met de mensen die je sprak. De leider van de inheemse Lenape-gemeenschap bij New York gaf je op ceremoniële wijze tabak cadeau. Is de serie ook bedoeld als eerbetoon?

„Dat was niet zozeer een eerbetoon, maar een vorm van respect. ’s Avonds stond ik met Chief Mann en anderen op een berg om met een ceremonie zijn voorouders te eren. We stonden in de natuur en zagen in de verte de skyline van New York, waar zijn voorouders ooit woonden. Het was een soort fysieke representatie van wat marginalisering is. Dan denk ik: dit gaat ook over mijn voorouders.”

Toen schoot je vol.

„Op zo’n moment komt dat enorm binnen. Terwijl… ik vind huilen op tv eigenlijk verschrikkelijk, maar oké.”

Weimans wilde graag dat de foto’s bij dit verhaal gemaakt zouden worden in Museum Van Loon in Amsterdam, het oude woonhuis van een familie met een lange koloniale geschiedenis. „Ik vind het heel knap wat zij daar nu doen. Ze proberen heden en verleden te vermengen, door kunstenaars van kleur een podium te geven en gesprekken te organiseren over hun verleden en dat van nazaten van tot slaaf gemaakten.”

Terwijl je ook kunt zeggen: als Nederland een roofstaat is, dan ligt daar de buit.

CV

Simone Weimans werd in 1971 in Rotterdam geboren. Als tiener werkte ze mee aan het VARA-radioprogramma Schuurpapier. Tijdens haar studie communicatiewetenschap in Amsterdam begon ze bij de Wereldomroep. Later werkte ze bij de VARA-radio.

In 2011 begon ze als presentator van het NOS journaal. Voor die omroep presenteert ze verder onder meer het radioprogramma Met het Oog op Morgen (sinds 2017) en verschillende thema- en verkiezingsuitzendingen. Ze was tot januari dit jaar bestuurslid van de Roosevelt Foundation, die jaarlijks de Four Freedoms Award uitreikt.

Simone Weimans woont in Amsterdam.

„Dat is feitelijk zo. En het is heel goed om te zien wat het heeft opgeleverd. Kijk naar de Gouden Bocht, naar alle gebouwen hier aan de gracht. Ik vertel er ook over in de wandelingen door Amsterdam, Delft, Middelburg en Groningen die we hebben gemaakt voor de NPO Podwalks-app. Maar ook daarin vind ik het belangrijk om over te brengen dat die geschiedenis een gezamenlijk verhaal is. Zodat je er een gesprek over kunt hebben, in plaats van te blijven hangen in wie waaraan schuldig is. Dat is zo vermoeiend.”

Vermoeiend, maar hardnekkig.

„Het is heel hardnekkig, maar je merkt dat mensen wel meer open staan. Bijvoorbeeld op 1 juli, bij Keti Koti. De allereerste keer dat we met de NOS een uitzending maakten over de herdenking in het Oosterpark, tien jaar geleden, waren er alleen Surinamers. Het was een beetje regenachtig, een beetje treurig. Ik dacht: gaan we zó onze voorouders herdenken. Maar elk jaar hebben meer mensen, historici en schrijvers, aandacht gevraagd voor het onderwerp. En drie jaar geleden zat de koning er en maakte hij excuses. Dan denk je: wow. Dit is levende geschiedenis. Om dat mee te maken.”

De NOS streeft naar neutraliteit en Omroep Zwart geldt als een uitgesproken omroep. Heb je lang moeten overleggen of dit project paste binnen de bandbreedte van wat je kon doen?

„We hebben het natuurlijk uitgebreid gehad over waarom ik dit wilde. Ik vind Omroep Zwart heel belangrijk. Het is een vrij jonge omroep die probeert om perspectieven die je niet vaak hoort op televisie aan de orde te laten komen. Wat mij betreft word je daardoor niet minder objectief; je probeert juist een completer beeld te geven. Het vertellen van verhalen vind ik niet activistisch. De journalistieke standaarden neem ik altijd met me mee. Dit verhaal gaat over mijn eigen geschiedenis, over een gedeelde geschiedenis. En het is door allemaal serieuze mensen gemaakt.”

Dadelijk na de aankondiging van de serie werd je aangevallen op Geen Stijl en zag ik hoe mensen op X ‘(Omroep Zwart)’ aan je naam toevoegden.

„Op zich is de vraag wat je als NOS-journalist wel en niet kunt doen legitiem, maar het is moeilijk om er een gesprek over te voeren als de eerste reactie is dat je ontslagen moet worden bij de NOS, voordat er ook maar een seconde uitgezonden is. Sommige mensen stellen geen vragen, maar zetten meteen een elektrische zaag op je enkels. Maar er is nu eenmaal een ophefindustrie, met mensen die snel iets willen roepen en daar vervolgens weer een podcast over willen maken. De NOS is wel vaker de Kop van Jut. Op een gegeven moment wen je eraan, wordt het een soort ruis.”

Je ouders zijn als studenten vanuit Suriname naar Nederland gekomen. Je hebt wel verteld dat je je relatief laat voor je wortels bent gaan interesseren. Wanneer begon dat?

„In onze opvoeding speelde Suriname geen rol. Natuurlijk zijn we er wel geweest, maar mijn vader vertelde nooit veel. Het meeste wat ik van zijn achtergrond wist, had ik van mijn moeder. Ze waren er heel erg op gefocust dat we ons hier in Nederland zouden ontwikkelen. Mijn vader was leraar, mijn moeder maatschappelijk werker. Pas later kwam de bewustwording over wie mijn voorouders waren geweest en ben ik met Verborgen verleden naar Suriname geweest. Het is iets van de laatste vijf á tien jaar. Als radioverslaggever wilde ik het altijd ook gewoon over staalslakken in Groningen hebben en niet degene zijn die alle onderwerpen deed die gingen over wat toen nog allochtonen heetten.”

Was je huiverig voor stereotypering?

„Ik wilde niet in die hoek gedrukt worden. Dat was wel een bewuste keuze. Die kant laten we even liggen, dacht ik.”

Je zus [modeontwerper Marga Weimans] en jij werden vernoemd naar Marga Klompé en Simone de Beauvoir. Dat zijn feministische rolmodellen, maar wel witte rolmodellen.

„Absoluut. Ze had een van ons natuurlijk ook Sophie kunnen noemen, naar de Surinaamse arts Sophie Redmond. Maar zij vond: we zijn nu in Nederland. Hier gaan we het doen.”

Er was toen minder bewustzijn over zaken als institutioneel racisme. Denk je dat je moeder heeft onderschat hoe makkelijk haar dochters de wereld in konden?

„De wereld ingaan heb ik nooit als een strijd ervaren. Al waren er de kleine dingetjes, bijvoorbeeld toen ik na de lagere school een mavo-advies kreeg. Mijn ouders dachten: dat gaat niet gebeuren, maar het werd niet benoemd als iets wat met onze afkomst te maken had. Mijn moeder zei niet: dat komt daar en daar door. Ze zei: jij gaat gewoon naar de scholengemeenschap Libanon – en daar ging ik in een rechte lijn naar het vwo.”

Je hebt niet het idee dat je je moest invechten, om Mark Rutte er maar bij te halen.

„Nee, ik dacht: radio is iets voor mij. Ik ga dit gewoon doen. Zoals mijn zus dacht: mode is iets voor mij. Natuurlijk kom je ook passieve agressie tegen en soms moet je ergens voor vechten. Dingen komen je niet aanwaaien, maar als je naar de lange lijn kijkt, helpt het om rustig te blijven.”

Onverstoorbaarheid is toch al een goede eigenschap voor een  nieuwslezer. Heb je dat buiten je werk ook?

„Het is ook een rol, hè. Ik kan in het echte leven heel goed emotioneel of boos zijn. Soms zijn mensen daar verbaasd over. Die denken dat dat kleine boxje waar je in staat je hele persoonlijkheid is. Dat merkte ik toen ik meedeed aan Wie is de Mol?.”

Ik zag je uitzinnig karaoke zingen met Paul de Leeuw in Boerderij van Dorst.

„Dat vind ik ook heel erg leuk. Zoals ik ook een keer als jurylid heb meegedaan aan Make Up Your Mind, een programma van RTL4 met dragqueens die helemaal opgetut op zúlke palen staan.”

Vijf jaar geleden zei je in de Volkskrant dat je meer en andere dingen wilde doen naast je werk voor de NOS, maar dat je inmiddels had begrepen dat je niet moest wachten tot men op je af komt.

„Het is zo‘n twee jaar geleden dat we het eerste gesprek over Simone en de Roofstaat voerden. Maar dan moet iets gepitcht worden, moeten the powers that be op het Mediapark er iets van vinden, moet er geld worden gevonden. Als je bij de NPO programma’s wil maken, moet je geduld oefenen.”

Je maakt ook het online programma Rondje Binnenhof, met de Haagse verslaggevers Jorn Jonker en Marleen de Rooy. De dag na de gemeenteraadsverkiezingen zag ik jullie in de wandelgangen Freek Jansen van Forum voor Democratie interviewen. Je hebt je onder meer in je Vrijheidscollege [2021] scherp uitgesproken tegen het belagen van journalisten, waar Forum een van de aanjagers van is. Maar in zo’n setting kun je daar eigenlijk niets over zeggen.

„Het onderwerp was op dat moment de gemeenteraadsverkiezingen en in hoeverre andere partijen met Forum willen samenwerken. Daar heeft Jorn hem vrij kritisch over ondervraagd. De relevante vragen hebben we gesteld. Ik kan dan wel beginnen over wat zij verder allemaal doen en wat ik daarvan vind, maar dat was op dat moment niet waar het over ging. Als het wel relevant zou zijn, voel ik geen enkele weerstand om een gesprek te beginnen.”

Ik heb het idee dat je een aantal onderwerpen hebt waarbij je jezelf de ruimte geeft om heel scherp en helder te zeggen wat je vindt.

„Ik heb dat wel voor mezelf afgebakend. Als het over het belagen van journalisten gaat, dan gaat het over mezelf, als het over racisme gaat, ook. Het zou heel gek zijn als ik daar niets over zou vinden.”

Rondje Binnenhof is een relatief nieuwe vorm. Vind je dat de journalistiek erin slaagt om jongere doelgroepen te bereiken?

„Ik ben daar wel optimistisch over. Er kijken echt veel jonge mensen naar, studenten ook, die steeds minder naar het journaal kijken. Iets anders is het gesprek met de minister-president, dat wij veertig jaar lang op vrijdag in Met het Oog op Morgen hadden, verplaatst is naar NOS Stories. In eerste instantie denk je: shit, het is toch wel een instituut. Maar als je nu ziet hoeveel mensen daar nu naar kijken, dan word je daar wel optimistisch van.”

Hoelang blijf je het Journaal nog lezen, denk je? Je kwam er destijds terecht nadat je was afgewezen bij NOS op 3. Moet je niet alsnog daarheen?

Lachend: „Of het Journaal voor 50 Plus, als dat zou kunnen bestaan.” Ze vervolgt: „Ik weet het niet. Als ik alleen het Journaal zou hebben, zou dat niet genoeg zijn. Maar ik heb nu een mooi pakket. En de dynamiek van het journaalwerk is verslavend.”

Je zou niet persoonlijker programma’s als Simone en de Roofstaat als belangrijkste baan willen hebben? Waarbij je je breder kunt uitspreken?

„Ik heb niet het gevoel dat ik me moet inhouden. Op een gegeven moment ben je ook op een leeftijd dat je niet meer het idee hebt dat je met je toetertje overal een mening over moet geven. Dan denk je: ik ga nog even rustig een boek lezen of een serie kijken.”

Simone en de Roofstaat wordt vanaf 2 april wekelijks uitgezonden om 20.25 uur op NPO2 en is te streamen via NPO Start. De wandelingen door Amsterdam, Delft, Middelburg en Groningen zijn vanaf 1 april te beluisteren in de NOS Podwalks App.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Film en series

Wat moet je deze week kijken? Tips en achtergronden over boeiende films, series en tv-programma’s

Suriname

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next