Precies een jaar geleden lanceerde Donald Trump zijn handelsoorlog met torenhoge strafheffingen op buitenlandse import. Heeft hij zijn belofte ingelost om ‘Amerika weer welvarend te maken’? Of heeft de Amerikaanse president vooral een eigen doelpunt gescoord?
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over de financiële sector.
Het liefst was Trump vorig jaar al op 1 april begonnen aan zijn handelsoorlog tegen vrijwel de hele planeet aarde. De Amerikaanse president vreesde echter dat men zijn importboetes tegen 185 handelspartners, van Afghanistan tot Micronesië en van Nicaragua tot Zimbabwe, zou aanzien voor een 1 aprilgrap.
Veel te lachen viel er niet toen Trump op 2 april 2025 strafheffingen van 10 tot 50 procent oplegde aan de exportnaties waardoor de Verenigde Staten in zijn ogen decennialang waren ‘geplunderd, beroofd en verkracht’. ‘Liberation Day’, noemde Trump het. Hij hekelde de buitenlandse ‘aaseters’ die jaar na jaar meer spullen wisten te verkopen aan de Amerikanen dan dat ze zelf van de Amerikanen kochten. ‘Dit is onze economische onafhankelijkheidsverklaring’, zei Trump.
Daarmee begon een jaar vol chaos. Al snel bleek dat Trump onder meer een handelsoorlog was begonnen tegen een subantarctische eilandengroep waar weliswaar veel pinguïns en zeeolifanten leven, maar geen mensen. De rekenkundige formule achter de importboetes bleek bovendien zo willekeurig als een belasting op het aantal klinkers in iemands naam, constateerde The Economist. Zo kon het gebeuren dat uitgerekend het straatarme Lesotho van alle 185 ‘valsspelers’ de hoogste boete kreeg (50 procent), terwijl de EU zwijnde met 20 procent.
Trump had zijn heffingen amper aangekondigd of de beurzen panikeerden. De Nasdaq verloor in vier koersdagen ruim 13 procent, mede doordat China terugsloeg met wraakheffingen van 34 procent op Amerikaanse import. De rust keerde pas terug toen Trump een uiteindelijk vier maanden durend staakt-het-vuren afkondigde, waarbij alleen China draconische boetes aan de broek kreeg (145 procent), terwijl de rest er tot in augustus vanaf kwam met 10 procent.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof maakte de verwarring in februari nog groter door Trumps heffingen ongrondwettelijk te verklaren. In allerijl stofte de regering-Trump een wet uit 1974 af om alle handelspartners toch importboetes van 10 procent te kunnen blijven opleggen.
De eerste verjaardag van Trumps handelsoorlog roept een simpele vraag op: heeft hij zijn beloften aan de Amerikanen waargemaakt?
‘Banen en fabrieken zullen ronkend terugkeren in ons land’, beloofde Trump. De cijfers geven hem vooralsnog geen gelijk. Van april tot februari verdwenen er juist 89 duizend fabrieksbanen in de VS, tonen cijfers van de Amerikaanse centrale bank. Dat de Amerikaanse maakindustrie nog geen renaissance beleeft, blijkt ook uit de fors gedaalde uitgaven aan de bouw van nieuwe fabrieken en andere industrieprojecten. En uit de teruggelopen investeringen in machines, gebouwen en andere vaste activa.
Met zijn strafheffingen zou Trump ‘biljoenen en biljoenen dollars’ verdienen voor de schatkist, beloofde hij. Daarmee zouden de Amerikanen hun belastingen en staatsschuld kunnen verlagen. Hoewel de belofte van biljoenen (dus duizenden miljarden) dollars grootspraak lijkt, beurde de Amerikaanse schatkist in 2025 287 miljard dollar (247 miljard euro) aan douanerechten en verwante belastingen, bijna drie keer zoveel als in 2024.
Het probleem is alleen dat vooral Amerikanen opdraaien voor Trumps strafheffingen. De Federal Reserve concludeerde dat Amerikaanse bedrijven en burgers 90 procent van de importboetes betalen, een studie van de universiteit van Chicago hield het op 94 procent en het Duitse Kiel Institut op 96 procent.
Ondanks de strafheffingen maken buitenlandse bedrijven hun export namelijk amper goedkoper. Daardoor zijn Amerikaanse importeurs meer geld kwijt bij de douane, wat ze weer doorberekenen aan consumenten. Een eigen doelpunt van Trump, aldus het Kiel Institut.
Van een lagere staatsschuld, zoals Trump voorspiegelde, is nog niets terechtgekomen. De Amerikaanse staatsschuld steeg juist, van 120 naar 122 procent van het bbp.
Successen waren er ook voor Trump. Zo stemde het Europees Parlement onlangs in met het handelsakkoord met Trump. Het akkoord staat de Amerikanen toe om importboetes tot 15 procent op te leggen, terwijl de EU haar eigen heffingen juist verlaagt.
In een verkleining van het Amerikaanse handelstekort heeft het nog niet geresulteerd. En dat was nu juist het expliciete doel van het presidentiële decreet waar Trump een jaar geleden zijn krabbel onder zette. Tot Trumps afgrijzen importeren de Amerikanen namelijk al sinds 1976 meer spullen uit het buitenland dan dat ze naar het buitenland weten te exporteren.
Het Amerikaanse goederenhandelstekort – oftewel: import minus export – kwam over heel 2025 uit op meer dan 1.200 miljard dollar, een nieuw record, annex dieptepunt, voor de Amerikaanse handel. De laatste maanden beweegt het handelstekort echter in de door Trump gewenste richting: in januari steeg de Amerikaanse goederenexport, terwijl de import daalde.
Een teken aan de wand is ook dat China voor het eerst in decennia niet langer ’s werelds grootste veroorzaker is van het Amerikaanse handelstekort. Die rol is overgenomen door Vietnam, al heeft dit dan te maken met een ontwikkeling die Trump niet zal zinnen: steeds meer Chinese fabrikanten maken hun laptops en telefoons voortaan in Vietnam, om via deze zuidelijke achterdeur Trumps strafheffingen te ontwijken.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant