Tentoonstelling Wanneer wordt een ontwerp zo succesvol dat het uitgroeit tot nationaal symbool? Aan het ontwerp zelf ligt het niet altijd.
'Corn Dog Turlip Festival Orange City Iowa', uit de serie 'EUSA', 2008-2015. Tijdens het jaarlijkse tulpenfestival in het plaatsje Orange City, Iowa, wordt een sterk geromantiseerde versie van de Nederlandse cultuur gevierd met parades in klederdracht.
Eigenlijk is het niet meer dan een rol afplakband, de tompouce-tape van HEMA. Plakband in drie kleuren: oranje, geel, bruin, zodat je de associatie met de feesteditie van de tompouce zou moeten krijgen. Een paar Koningsdagen terug lag hij nog in de schappen, bedoeld om op de vrijmarkt je eigen gereserveerde plekje af te bakenen.
In de HEMA valt zo’n designvondst allang niet meer op, tussen de tompouce-sokken, rookworst-onderbroeken en andere olijke variaties op Hollandse klassiekers. Maar echt gewoon is het toch ook weer niet. Juist dit soort ontwerpen laat een intrigerende ontwikkeling zien: hoe de afgelopen twintig jaar commerciële ontwerpen een opvallende rol zijn gaan spelen in het creëren van het verhaal van een natie.
Ineens waren ze er, begin 21ste eeuw, die reeks ‘nationale symbolen’, zoals Jip & Janneke, Nijntje, de rookworst en de tompouce, waarop de bedrijfsontwerpers van HEMA hun variaties maakten. Ze waren grappig, en tegelijk pasten ze onmiskenbaar bij brede maatschappelijke discussies over de natie: rechtse bewegingen verhieven ‘de nationale identiteit’ tot thema, progressieven benadrukten juist de etnisch diverse samenleving.
Maar de vraag wat in de 21ste eeuw ‘typisch Nederlands’ is, werd toch ook in de ontwerpafdeling van HEMA onderzocht. Tompoezen en Nijntjes dus. Maar chocoladeletters in Arabisch schrift bleven in 2006 maar kort in de HEMA-schappen liggen. Wanneer wordt een ontwerp zo succesvol dat het tot een nationaal symbool kan uitgroeien?
Achteraf lijkt succes logisch, maar dat is het niet, vertelt Tomas van den Heuvel, samensteller van de tentoonstelling Vorm en vaderland die vanaf 18 april in het Design Museum Den Bosch is te zien. In Vorm en vaderland, een woordspel met de titel van het weekblad van de NSB, Volk en Vaderland, worden honderden ontwerpen samengebracht die de rol van design in verschillende nationalistische en patriottistische bewegingen van de afgelopen tweehonderd jaar moeten laten zien: sommige uit Europa, andere daarbuiten, soms bekende nationale symbolen zoals de Nederlandse vlag of de Palestijnse keffiyeh, soms grappige kleine ontwerpen zoals de tompouce-tape.
Aan het ontwerp zelf ligt het niet altijd, laat de expositie zien, ook zoiets ongrijpbaars als de tijdgeest speelt een rol. Zo gebruikte Rob Jetten (D66) eind 2025 ineens de nationale driekleur voor zijn verkiezingscampagne. De keuze voor de vlag zou eind 20ste eeuw voor een links-liberale partij met de nadruk op Europa nog moeilijk denkbaar zijn geweest, maar nu werd dat door veel kiezers ineens als een welkom statement gezien tegen het veelvuldige gebruik van de vlag door rechtse partijen.
‘Mexican Father and Son’, Brezno, Tsjechië, uit de serie ‘EUSA’, 2008-2015. Een vader en zoon in het Tsjechische dorpje Brezno gaan gekleed in Mexicaans kostuum.
Een goed symbool is niet statisch, of natuurwet, maar weet zich aan te passen. Nationale symboliek is vanaf het begin een ‘invention of tradition’ geweest. Vanaf de 19de eeuw werd er veel over ‘het volk’ en zijn vermeende onveranderlijke eigenschappen gefilosofeerd. Maar een echte culturele eenheid bestond ook toen niet. Lokale klederdrachten en oude historische verhalen werden op een nationaal voetstuk geplaatst, terwijl er bijpassende beelden en producten werden geschapen, zoals in Duitsland beeldjes en prenten van Germania en in Nederland van Willem van Oranje. De staat speelde hierbij vaak een hoofdrol, maar of een beeld aanslaat hangt ook af van hoeveel mensen het daadwerkelijk omarmen.
Er blijken echter wel duidelijke grenzen aan zo’n ‘invention of tradition’ te zitten, en daarmee aan het vermogen van ontwerpers om met een ontwerp het thema natie te kunnen invullen. De Arabische chocoladeletter van HEMA in 2006 kon je zien als een olijke versmelting tussen oude en nieuwe tradities in Nederland. Maar ze verdwenen uit de schappen toen bleek dat ze niet verkochten. Het is een van de opvallende leemtes van de ontwerpgeschiedenis in de afgelopen 25 jaar, dat er nauwelijks nieuwe ontwerpen zijn ontstaan, passend bij een diverse samenleving, die breed zijn aangenomen.
In plaats daarvan zie je een opvallende terugkeer van het vertrouwde. Als er tussen de vele voorbeelden in Den Bosch één ontwerp het gevolg van deze trend voor het dagelijks leven laat zien, is het wel de nieuwe elektrische Renault 5. Bij het ontwerpen van elektrische auto’s doen ontwerpers er aan de ene kant alles aan hun nieuwe elektrische modellen een technologisch vooruitstrevende uitstraling te geven: de lijnen ogen futuristisch, het zoemende geluid evenzeer. Maar de nieuwe elektrische Renault 5 kreeg in 2024 wel een ouderwetse rieten baguette-houder naast de bestuurderstoel, als een symbool van het oude Frankrijk.
‘Gardehussar, Denmark’ uit de serie EMPIRE’, 2007
‘Evzones Greece’ uit de serie ‘EMPIRE’, 2005
De Renault met baguettehouder toont de paradox van de zoektocht naar nationale symboliek, zowel vroeger als nu: vanaf het moment dat de grenzen na 2000 in versneld tempo wegvielen – met een groter Europa, meer etnische diversiteit, meer technologie en meer globalisering – begon een naarstige zoektocht naar dat wat ‘eigen’ is aan het land. Precies daar zit de overeenkomst met de 19de eeuw: ook dat was een periode van snelle vooruitgang én van een herbezinning op de traditie, een periode van globalisering én van het afbakenen van nationale grenzen.
Nieuw is wel dat in de 21ste eeuw de rol van de commerciële bedrijven groter dan vroeger is geworden, vertelt Tomas van den Heuvel. Daarmee wordt een antwoord op de vraag welk ontwerp een potentieel symbool kan zijn, ineens ook heel meetbaar: ontwerpen die goed verkopen. De meest succesvolle ontwerpen sluiten op dit moment aan bij een breder verlangen naar veilige, apolitieke en „knusse” nationale associaties, zoals Van den Heuvel het omschrijft.
De tompouce-tape past er goed bij: een gebruiksvoorwerp met nationaal tintje, dat er alles aan doet vriendelijk en huiselijk te ogen. Maar op Koningsdag wordt zo’n rol tape natuurlijk gebruikt voor de afbakening van het eigen territorium: dit is mijn land, met tompouce-tape afgeplakt.
Vorm en vaderland. Design van de natiestaat, van 18 april t/m 20 september, Design Museum Den Bosch. designmuseum.nl. De foto’s bij dit artikel zijn ook opgenomen in de tentoonstelling.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden