Home

Olieprijzen in de achtbaan: hoe komt de marktprijs eigenlijk tot stand?

Oliemarkt De olieprijzen schieten deze weken omhoog en omlaag. Elk bericht van de Amerikaanse president Trump over zijn plannen met de energie-infrastructuur in Iran brengt de prijs in beweging. Analisten vragen zich intussen af of oliehandelaren de ernst van de fysieke situatie rond de oliesector in de Golfregio wel goed inschatten.

Handelaren houden scherp in het oog wat president Donald Trump zegt over het bombarderen van olie-infrastructuur in Iran.

De Amerikaanse president Trump hoeft maar iets te roepen en de olieprijs reageert. In een toespraak op televisie zei hij gisteravond dat hij Iran nog „twee tot drie weken” hard zal treffen. De olieprijs ging meteen acht dollar omhoog. Vorige week postte hij op zijn sociale medium na eerdere dreigingen dat hij aanvallen op energiedoelen toch nog even uit zou stellen, waarna de prijs prompt twaalf dollar daalde. En zo ging het vaker in maart, terwijl iedereen kan weten dat het allerminst zeker is of klopt wat Trump over de oorlog roept.

De olieprijzen zitten in een achtbaan sinds de oorlog in Iran eind februari begon. Van de wereldwijde olietoevoer komt normaal gesproken 20 procent door de Straat van Hormuz. En die is voorlopig dicht. De olieprijs ging sinds de afsluiting van de zeestraat gestaag omhoog. Toch vragen analisten zich af of de financiële werkelijkheid de ernst van de fysieke oliewerkelijkheid goed weerspiegelt. „Er is meer optimisme in de markt dan de gebeurtenissen in het Midden-Oosten rechtvaardigen”,  zegt Florence Schmit, energiestrateeg van Rabo Research in Londen.

Brent als handelsinstrument

Dat roept de vraag op: hoe komt de marktprijs voor olie eigenlijk tot stand? En wat valt er te verwachten?

Olie wordt op vele markten verhandeld. Wat meestal als ‘de’ olieprijs wordt aangehaald, betreft de prijs van een vat (159 liter) Brent, vernoemd naar een groot olieveld in de Noordzee. Inmiddels wordt daar niks meer gewonnen. Wat nu als Brentolie wordt verhandeld, lijkt qua chemische eigenschappen wel op de originele Brent; het is een standaard geworden.

Belangrijker is dat Brent ook breed geaccepteerd is als handelsinstrument. In die handel gaan veel contracten om voor koop en verkoop van Brentolie op termijn – zonder dat fysieke vaten over en weer gaan. Omdat er zoveel in gehandeld wordt, is Brent een goede indicator voor de wereldwijde oliemarkt. De prijs van olie wordt grotendeels op deze puur financiële markt bepaald, zoals ook de prijs van goud niet bepaald wordt door het goud dat daadwerkelijk in kluizen ligt, maar door de waarde die de handel eraan toekent.

Dubai Crude nu interessant

Omdat de oorlog de olieproductie in het Midden-Oosten raakt, houden handelaren en analisten nu ook Dubai Crude in het oog. Die markt geldt als de graadmeter voor olie uit het Midden-Oosten. „Eerder hoorde je daar weinig over, ook bij mij stond die niet bovenaan het lijstje”, zegt Gerben Hieminga, sectoreconoom energiemarkten bij ING. „Nu is wat daar gebeurt interessant, want op die markt wordt precies de olie verhandeld die normaal gesproken door de Straat van Hormuz gaat. Anders dan Brent is het een markt die bepaald wordt door fysieke levering.”

Brent staat donderdagochtend op 107 dollar per vat en Dubai Crude staar al ruim een week rond de 130 dollar. „Dat de prijzen verschillen is op zich niet gek, want de verstoring is juist daar gaande”, zegt Schmit. „Opvallend is wel dat Brent en Dubai Crude normaal gesproken grotendeels dezelfde bewegingen maken – olie is immers een product dat de hele wereld over gaat – maar nu uit elkaar lopen. Waar dat verschil door komt, begrijpen wij ook niet helemaal.”

De Financial Times schreef dinsdag dat TotalEnergies hier wellicht de oorzaak van is. Het oliebedrijf kocht in maart een opvallende hoeveelheid Dubai Crude op, waardoor het die markt nu domineert.

Dat zo’n actie van TotalEnergies zoveel invloed kan hebben, komt doordat maar weinig vaten op de markt zijn. Omdat de Straat van Hormuz dicht is, kan de keten daarachter amper produceren: de volumes zijn te groot om alles wekenlang op te slaan. Normaal komen er twintig miljoen vaten per dag uit de regio. Nu vaart er af en toe nog een tanker, voornamelijk met olie uit Iran zelf. En er is ook een pijpleiding, waar maximaal vijf miljoen vaten per dag doorheen kunnen.

Hieminga had de prijs van Dubai Crude vanwege deze schaarste nog veel hoger verwacht: „Minder aanbod betekent normaal gesproken fors hogere prijzen. Maar juist bij een markt die zo sterk verbonden is met fysieke levering, zoals Dubai Crude, kan het omgekeerde optreden. Als er nauwelijks nog vaten te verhandelen zijn, komt er ook geen betrouwbare prijs meer tot stand. Dat klinkt tegenstrijdig, maar is precies wat we nu zien: de fysieke markt schreeuwt schaarste, terwijl de financiële markten al vooruitlopen op een normalisatie van het conflict. Zodra er weer schepen gaan varen, kan de prijs van Dubai Crude zijn functie als graadmeter terugpakken.”

Dat de olieprijzen zo direct reageren op socialemediaberichten en uitspraken van Trump komt dus niet door veranderingen in de fysieke toestand van de oliesector in de regio. Het geeft vooral de verwachting van de handelaren voor de toekomst weer – en die zien ze nog altijd vrij rooskleurig in.

Onterecht optimisme

Dat optimisme lijkt niet terecht. „Zelfs als de oorlog deze week stopt, zou de verstoring nog weken aanhouden”, zegt Hans van Cleef van EqoLibrium, een onderzoeksbureau voor energiescenario’s. „Het duurt lang voordat de hele keten van pompen tot raffinaderijen weer volledig op gang is en schepen weer met vertrouwen door de Straat van Hormuz durven varen.”

Weekblad The Economist vroeg zich vorige week zelfs af hoe het kan dat handelaren zich zo tegen-intuïtief lijken te gedragen. Het verschil tussen de (relatief) lauwe reacties op de markten en de waarschijnlijk langdurige verstoorde olieproductie in het Midden-Oosten is groot. Niet alleen de oliemarkt reageert opvallend tam, schrijft het blad, ook op andere markten zouden veel heftiger reacties alleen maar logisch zijn.

Voorlopig zijn er nog geen grootschalige aanvallen door de VS op Iraanse energie-installaties geweest, en grootschalige vergelding door Iran – gericht op energie-doelen in andere landen – blijft ook nog uit. Maar de dreiging is bepaald niet weg. „Als het gebeurt, zou dat een escalatie zijn waardoor de olieprijs jarenlang hoog zal blijven”, zegt Van Cleef.

Hij maakt een vergelijking met de gasmarkt. „In Qatar zijn op 19 maart gasinstallaties gebombardeerd en het herstel daarvan gaat jaren duren. Op de langjarige gasmarkt zag je daarvan meteen het effect. Toen de oorlog net begon, stegen alleen de prijzen voor de relatief korte termijn, sinds die aanval laat de prijsgrafiek die jaren vooruit kijkt hoge prijzen zien. Dat is geen voorspelling, maar het zegt wel hoe de markt de risico’s inschat.”

Van Cleef is intussen gestopt elke minuut de olieprijzen in de gaten te houden en elke beweging te verklaren. „Ik probeer uit te zoomen en te kijken naar wat er fysiek met de olieinfrastructuur gebeurt. Dat is de beste indicator voor de langere termijn.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Energie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next