Universiteiten
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
De invoering van het bindend studieadvies (bsa) voor eerstejaarsstudenten is een maatregel die zijn doel voorbij is geschoten. Sinds 2014 moeten studenten bij vrijwel alle universitaire studierichtingen aan het einde van hun eerste jaar een bepaald aantal studiepunten hebben gehaald. Hoeveel precies verschilt per studie. Halen ze dat niet, dan moeten ze van de opleiding af. Dat heeft er niet voor gezorgd dat meer studenten een studie voltooien, noch dat studenten sneller door hun studie gaan. Integendeel zelfs: de kans dat een student uiteindelijk afstudeert is er iets door afgenomen, terwijl de studieduur vrijwel gelijk is gebleven. Voor universiteiten is er dus alle reden om de invoering van dit middel te herzien, zoals meerdere hogescholen al hebben gedaan.
Dat het negatieve effect van het bsa nu onomstotelijk vastligt is te danken aan grondig onderzoek van een nieuwsgierige promovendus die zich verbaasde over het ongefundeerde debat dat al jaren tussen voor- en tegenstanders van deze maatregel wordt gevoerd. Er was wel onderzoek gedaan, maar dat richtte zich óf op een beperkte groep studenten óf op de korte termijn. Niemand was nog op het vermetele idee gekomen om de héle studieloopbaan te volgen van álle 712.000 studenten die in de periode dat het bsa werd ingevoerd begonnen aan een universitaire studie.
Door deze hele periode (1994 tot 2014) in ogenschouw te nemen, kon de onderzoeker een vergelijking maken tussen de loopbanen van studenten bij studies waar het advies aan het einde van het eerste jaar nog een vrijblijvend karakter had en studies waar dit inmiddels bindend was geworden. Om een lang verhaal kort te maken: bij de studies met een bsa stopten meer studenten in het eerste jaar, en daar zaten helaas ook studenten bij die kansrijk waren om hun diploma te behalen. Dat blijkt uit de gedaalde percentages geslaagden bij deze studies.
Voor tegenstanders van het bsa, zoals de Landelijke Studentenvakbond (Lsvb) en het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO), is dit extra munitie. Zij betogen al jaren dat de opgelopen prestatiedruk in het hoger onderwijs het mentaal welzijn van studenten aantast. Nu blijkt ook nog eens dat het bsa een averechts effect heeft op de prestaties van studenten.
Daar komt bij dat voor universiteiten de werkdruk door het bsa niet is afgenomen, eerder toegenomen. Zij krijgen te maken met extra administratie en begeleiding rondom het bsa en met studenten die onnodig switchen van studie of hun negatieve studieadvies aanvechten.
Drie jaar geleden lag er een plan, van toenmalig minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf (D66), om het bsa te versoepelen. Dat ging niet door: universiteiten kwamen ertegen in het geweer en het kabinet-Schoof zette er definitief een streep door. Eigenlijk is een ministeriële ingreep in de manier waarop universiteiten studenten adviseren, ook niet nodig. Hoger onderwijsinstellingen zijn weliswaar verplicht studenten aan het einde van hun eerste jaar advies te geven over voortzetting van de studie, maar zij mogen zélf bepalen of dat bindend is en hoeveel punten nodig zijn. Nul punten eisen en inzetten op betere begeleiding, zoals sommige hogescholen al doen, is ook een optie. Laten de universiteiten het onderzoek ter harte nemen en het bsa zo snel mogelijk afschaffen.