Home

Roy Meijer, voorman van de jonge boeren, vertrekt: ‘We hebben de koers verlegd, nu moet de olietanker gaan varen’

Vijfenhalf jaar verdedigde Roy Meijer de belangen van jonge boeren. Stikstof wierp al die tijd een schaduw over de toekomst, maar bij zijn vertrek is hij optimistisch. ‘De verhaallijnen bewegen naar elkaar toe.’

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

‘We moeten elkaar niet afmaken’, zegt Roy Meijer aan het slot van een lang betoog over het belang van duidelijkheid én menselijkheid in het stikstofbeleid. ‘Dat is misschien de kern. Als je dat wel doet, gaat niemand ooit nog een stap zetten. Dan is iedereen bang.’

De scheidend voorzitter van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) betoogde het steeds: boven alles heeft zijn achterban van jonge boeren behoefte aan duidelijkheid over de toekomst. Hij hamerde er ook op dat die duidelijkheid gepaard moet gaan met een minder rigide houding van de overheid richting agrariërs met een uitgestoken hand. ‘Dan denken die: ik ga meedoen, in plaats van tegen jou zijn.’

Het is kenmerkend voor hoe Meijer (33) zich de afgelopen vijfenhalf jaar opstelde: als een verbinder, een genuanceerde stem in een gepolariseerd debat. Hij zoekt naar oplossingen die voor meer partijen werken, zonder het belang van zijn eigen achterban uit het oog te verliezen. In zijn cowboylaarzen was hij bovendien een opvallende verschijning. Hij gaf de NAJK een duidelijk en herkenbaar geluid, van zelfbewuste jonge boeren die vooruit willen kijken.

Meijer droeg op 1 april het stokje over aan zijn opvolger Gerben Boom. De Volkskrant spreekt hem twee dagen daarvoor, als de overdracht in volle gang is. ‘We gaan met 130 kilometer per uur eruit’, zegt Meijer nadat hij zijn bezoek heeft ontvangen. Tijdens het gesprek moet hij herhaaldelijk telefoontjes wegdrukken. ‘Ik doe mee tot het einde en dat past wel bij me. Het is alles of niks.’

In het Drentse Witteveen runt hij met zijn ouders en een team van medewerkers een melkveebedrijf met 250 melkkoeien. Aan de keukentafel blijkt hij een handige prater: zelfverzekerd waar hij een punt wil maken, voorzichtig waar hij niet op tenen wil trappen.

Het boerenleven trok Meijer niet altijd. Hij studeerde geschiedenis in Groningen, waar hij zich onder meer verdiepte in de modernisering van de Nederlandse landbouw na de Tweede Wereldoorlog. Toen hij toch besloot het ouderlijk bedrijf over te nemen, meldde hij zich ook bij het Drents Agrarisch Jongeren Kontakt om andere jonge boeren te leren kennen.

Hij werd bestuurslid en later voorzitter van de Drentse afdeling (DAJK) en daarna in 2020 van NAJK. Meijer trad aan in een roerige tijd. De stikstofcrisis was losgebarsten, D66 pleitte voor een halvering van de veestapel. Na een protest op het Malieveld volgden demonstraties bij provinciehuizen.

Dat stikstof bij zijn aftreden nog steeds het belangrijkste thema zou zijn, had hij nooit bedacht. ‘Ik dacht toen dat het binnen een jaar of twee opgelost moest zijn. We hebben wel stappen gezet, maar zijn eigenlijk nog steeds met dezelfde vraagstukken bezig.’

Zitten jonge boeren anders in de wedstrijd dan hun oudere collega’s?

‘Dat wordt vaak gezegd. Ik zeg ook niet dat het niet waar is, maar op veel punten hebben we dezelfde visie. Het verschil is dat onder de oudere boeren ook een categorie stoppers bestaat. Onze leden willen over dertig jaar ook nog boer of tuinder zijn. Daarvoor moet je een visie ontwikkelen over hoe de toekomst eruitziet en hoe je daar komt. Dat betekent ook kleur bekennen: houden we onze handen schoon en zien we waar anderen mee komen? Of komen we zelf met oplossingen?’

Andere boerenorganisaties waren niet altijd blij met die opstelling.

‘Ik denk dat men heeft moeten wennen aan het feit dat wij een eigen geluid lieten horen. Ik stond zeker volle bak in de wind. De druk op mij, op mijn familie en medewerkers, dat was nieuw.’

Vooral rond de onderhandelingen over het Landbouwakkoord in 2023 kwam Meijer volop in de aandacht. Toenmalig minister van Landbouw Piet Adema (ChristenUnie) probeerde de gemoederen in de sector tot bedaren te brengen door met alle betrokken partijen om tafel te gaan en een toekomst voor de landbouw in Nederland te schetsen. Meijer en NAJK zagen het als een kans. Het akkoord strandde toen Agractie en later ook LTO Nederland wegliepen.

Hoe kijkt u daarop terug?

‘Het is een gemiste kans, maar we komen er alsnog wel. Het moet nu ook wel een keer gebeuren. Dit kabinet heeft een goede landing gehad, en het maatschappelijk middenveld staat redelijk welwillend klaar om na te denken. Als er een moment is om iets te doen, dan is het nu.’

In juli vorig jaar zette Meijer zijn handtekening onder een gezamenlijk stikstofplan van provincies, gemeenten en waterschappen. Ook LTO sloot zich erbij aan. De kern: 42 tot 46 procent minder stikstofuitstoot in 2035. Bedrijven die het niet halen, moeten hun veestapel inkrimpen of productieruimte overkopen, mits die beschikbaar is. Het vormt de basis voor de voorstellen van het nieuwe kabinet, maar krijgt ook felle kritiek van meer activistische boerenorganisaties als Agractie en Farmers Defence Force.

Niet het hele maatschappelijke middenveld staat dus welwillend klaar.

‘Nee, daar kunnen we eerlijk over zijn.’ Zoekend: ‘Hoe je kijkt naar de wereld, de politiek, naar oplossingen, maar ook welke problemen je ziet, dat is heel divers. Je zult mij weinig horen zeggen over anderen. Ik heb altijd geprobeerd uit te leggen hoe NAJK in de wedstrijd zit.’

De duidelijkheid waar u om vraagt vereist dat de politiek keuzes maakt. Dat is lastig met zulke weerstand.

‘Het gaat niet alleen om keuzes. Keuzes maken is niet moeilijk, maar je moet er ook naar handelen en mensen meekrijgen. Het stikstofprobleem is een herverdelingsvraagstuk. Wie iets krijgt is blij, maar wie iets niet krijgt, moet je menselijk behandelen. Zodat die zich ook onderdeel voelt van de oplossing. Anders gaat die de overheid niet meer zien als steunpilaar, maar als vijand.’

Loop je dan niet het risico dat de langzaamste de snelheid bepaalt?

‘We spreken met elkaar doelen af, en die moeten ook gehaald worden. Maar als dat niet lukt en je kan er als ondernemer niets aan doen, omdat je bijvoorbeeld de benodigde vergunning niet kon krijgen, dan moet de overheid daar menselijk mee omgaan.’

Meijer beschreef de vele stikstofoverleggen waar hij aan mocht schuiven weleens als ‘therapiesessies’. Alle partijen hadden zich ingegraven, en hadden tijd nodig om nader tot elkaar te komen.

‘De verhaallijnen over stikstof bewegen voor het grootste gedeelte naar elkaar toe’, ziet hij nu. Het kabinet-Jetten bouwt met zijn stikstofbeleid voort op de plannen van oud-minister Femke Wiersma (BBB) en het voorzetje van NAJK, LTO en de decentrale overheden. Boeren mogen zelf bepalen hoe ze hun uitstoot beperken, en kunnen daarop afgerekend worden, zogeheten doelsturing. Daarbij is hun uitstoot leidend, niet hoeveel daarvan in de natuur neerslaat. Emissie kan een boer immers beïnvloeden, depositie niet.

‘Het is dus niet zo dat er niks is gebeurd’, zegt Meijer. ‘Er is heel veel gebeurd: we hebben een olietanker van koers veranderd. Alleen die moet nu gaan varen.’

Welke rol heeft de regeerperiode van de BBB daarin gespeeld?

‘Een kabinet dat elf maanden zit, heeft niet genoeg tijd om beleid te implementeren. Ze hebben een belangrijke rol gespeeld in het bijsturen van de olietanker, door doelsturing te omarmen. Maar na elf maanden was de stuurhut leeg. Daarvoor al ging men rollebollend over straat. De partijen gunden elkaar weinig tot niets.’

Het hielp niet dat het stikstoffonds van 20 miljard euro weggegeven werd.

‘Voor niets gaat de zon op, natuurlijk. Je kan wel van ons verwachten dat we enorme stappen gaan zetten, maar ergens zal een rekening betaald moeten worden.’

Hoe denkt u als historicus dat toekomstige historici op deze episode van de Nederlandse landbouwgeschiedenis zullen terugkijken?

‘Poeh!’ Meijer wrijft met zijn handen door zijn haar. ‘Dat heb ik mezelf vaak afgevraagd, zal ik je bekennen. Het is moeilijk om daar iets zinnigs over te zeggen, omdat je niet weet hoe de tijdgeest dan is. Als in een zwart scenario bijvoorbeeld de wereld uiteenvalt in blokjes die zichzelf moeten redden, dan zou je kunnen zeggen: wat maakten we ons toch druk om de planeet, terwijl we onszelf moeten voeden.

‘Vanuit een ander perspectief kun je zeggen: we hebben een paar flinke waarschuwingen gehad over het klimaat. Iedereen maakte zich druk om zijn omgeving, en wij zijn er in Nederland in geslaagd daar verdienmodellen voor te ontwikkelen. Dan kijk je terug op een transitie, of laat ik zeggen, een verschuiving.

‘Wat ik hoop is dat men terugkijkt en denkt: die jonge boeren en tuinders van toen hebben een nuttige bijdrage geleverd aan het niet alleen verleggen van de koers van de olietanker, maar ook het laten uitvaren en veilig op een andere plek laten aankomen. Dan zou ik tevreden zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next