Home

Marcel van Roosmalen over zijn cabaretdebuut: ‘Heb ik dit echt zelf verzonnen? Wat een verschrikking’

Cabaret Deze week gaat de cabaretvoorstelling Ik mag niet klagen van Marcel van Roosmalen in première. Hij neemt het publiek mee in zijn succes, en in zijn mislukkingen. Het is zijn debuut als cabaretier. „Nu is er publiek voor, nu moet ik het doen.”

Marcel van Roosmalen

Op een steenworp afstand van Betondorp, de Amsterdamse buurt die hij een paar jaar geleden noodgedwongen verruilde voor het Noord-Hollandse Wormer, neemt Marcel van Roosmalen plaats in een ouderwets Amsterdams café. De verhuizing naar Wormer was – zoals in veel columns in NRC terug te lezen was – geen doorslaand succes. „Ik dacht: we komen hier nooit meer weg.” Inmiddels heeft hij zich met zijn gezin gevestigd in de Amsterdamse Watergraafsmeer: vriend en collega Gijs Groenteman noemde het een wijk voor „brave, linkse, well-to-do mensen„. In zijn nieuwe cabaretvoorstelling Ik mag niet klagen, die volgende week in première gaat, neemt Van Roosmalen de toeschouwer mee in zijn leven en hoe dat naar eigen zeggen „volledig uit de hand is gelopen”. Het is zijn debuut als cabaretier.

Sinds een paar jaar is Van Roosmalen een „alom aanwezige vlek” (zijn eigen woorden) in de media. Voor zowel vriend als vijand is er geen ontkomen aan: hij maakt televisieprogramma’s, theatervoorstellingen en schrijft columns. Samen met Gijs Groenteman maakt hij de dagelijkse podcast Weer een dag, daarnaast presenteert het duo een wekelijkse talkshow op NPO3, Van Roosmalen en Groenteman. Hij schrijft twee keer per week een column voor NRC en is regelmatig te gast bij televisieprogramma’s om te praten over zijn grote passie: de Arnhemse voetbalclub Vitesse.

In 2021 maakte hij ook al een theatervoorstelling: De Pannenkoekencaravan, over zijn ondernemersavontuur als pannenkoekenbakker (wederom een coproductie met Groenteman). Hij stond eerder al op het podium met zijn vriendin, journalist Eva Hoeke. „Die voorstelling met Gijs beviel zo goed dat ik toen met Eva een voorstelling over onze verhuizing naar Wormer heb gemaakt.” Ergens in het afgelopen jaar besloot hij „in een vlaag van verstandsverbijstering” solo te gaan. „Nu is er publiek voor, dus nu moet ik het doen. Anders wordt het tragisch.”

Voelt het kwetsbaar, je eerste cabaretvoorstelling?

„Jawel. Zeker bij de eerste try-outs. Je ziet jezelf op dat podium en denkt: ‘Wat zit ik hier nou te doen? Pretendeer ik nu dat ik grappig ben?’ Ik vind mezelf namelijk niet per se grappig. Nou ja, stiekem ook wel, anders zou ik er niet gaan staan.”

Toeschouwers verwachten waarschijnlijk ook een grappige avond. Hoe was het om deze voorstelling te schrijven met dat idee in je achterhoofd?

„Het was pionieren. Ik wilde eerst helemaal niets opschrijven. Dat zal Arnhems zijn, maar in oktober wilde ik nog dat ik anderhalf uur uit mijn hoofd zou gaan lullen. Ik kwam erachter dat het om meer gaat dan alleen grappige verhalen: je hebt ook een rode draad nodig. Bij de try-outs kom je er dan achter wat werkt. Ik wilde bijvoorbeeld een Vitesse-lied zingen, maar eenmaal op het podium dacht ik: mijn hemel, heb ik dit echt zelf verzonnen? Wat een verschrikking.”

„Hoe heeft mijn leven zo gigantisch uit hand kunnen lopen?” Dat staat in de aankondiging. Wat is er uit de hand gelopen?

„We konden de huur niet meer betalen in Amsterdam en het huis was te klein geworden. Zo belandden we in Wormer. Ik had me eigenlijk al neergelegd bij de nederlaag. Ik was in de veertig en had twintig jaar lang reportages geschreven, maar dat was niet erg rendabel. We komen hier nooit meer weg, dacht ik. Van eergevoel kun je niet leven, dus toen heb ik een uitgever zo gek gekregen om mijn reportages te bundelen in een boek. Op datzelfde moment werd de podcast met Gijs een succes en toen ging de bundel ook verkopen.”

Hoe voelde dat?

„‘Wat gebeurt er?’, dacht ik. Maar het was een goed gevoel, en ik wilde en wil het zo lang mogelijk oprekken.”

Marcel van Roosmalen

In die podcast neem je regelmatig bekende figuren op de hak. Soms word je een pestkop genoemd.

„Ik vind het allemaal heel mild wat ik doe. Er zijn mensen die er iets gemeens achter zoeken, maar voor mij is dat gewoon humor, hele milde humor.”

Mensen met een idealistische boodschap zijn vaak het mikpunt van je grappen, is dat toeval?

„Mensen die zich laten voorstaan op hun idealen, die eigenlijk zeggen dat hun ideeën zo goed zijn dat ze verrijkend zijn voor anderen, daar loop ik graag met een grote boog omheen.”

Zoals Jan Terlouw, die je ook in je voorstelling noemt?

„Jan Terlouw staat voor de goede Nederlander. Hij verwoordde altijd op een goede manier de juiste mening. Jan Terlouw was het ideaal, niet voor alle Nederlanders, maar wel voor de twee miljoen Nederlanders die De Wereld Draait Door keken. Schijnbaar is dat de groep die behoefte heeft aan een opgelegde mening.”

Wie zijn die twee miljoen mensen, wonen die bij jou in de Watergraafsmeer in Amsterdam?

„Ze zitten hier ook, maar in het echt zijn ze super aardig. Ik dacht eerst: jezus christus, ga ik in die mediabubbel wonen? Maar ik ontmoet hier niets dan vriendelijkheid: ‘Je fiets staat niet op slot’, ‘Je veters zitten los’.”

Dat lijkt een beetje op Jan Terlouws verhaal over het „touwtje uit de brievenbus”.

„Eigenlijk wel, maar ik gedij er goed bij. Het is echt heel moeilijk om je cynisch te verhouden tot die vriendelijkheid.”

Waar komt die afkeer van idealen dan vandaan?

„Ik kom uit een Vinexwijk in Velp, uit een doodsaai ambtenarengezin. Wij hadden nooit de goede mening, we hadden helemaal geen mening. In Nijmegen, waar ik studeerde, hadden we allemaal juist de goede mening, maar wat die dan was, dat wist ik niet. Nijmegen was toen in ieder geval een ultralinkse stad en ik werkte bij een kraakzender op de radio. Wat ik daarvan heb meegenomen is dat ik het verafschuw om met elkaar dezelfde mening te hebben.”

Je bent een vader van jonge kinderen. Als je dochters straks gaan studeren en hun tijd van idealen breekt aan, ontstaat er dan een Marcel 3.0?

„Er komt geen nieuwe Marcel meer. Ik vind al hun idealen, wat ze ook nastreven, prima. Ik ga niet met ze in discussie, daar moet ik niet aan denken. Af en toe denk ik nu al: ‘Oké… is dat je mening?’ Maar daar ga ik mijn eigen kind niet op aanvallen.”

Denk je dat mensen een diepere betekenis zoeken achter je werk?

„Zou kunnen, maar die is er niet. Het is ook niet zo dat ik doorlopend bezig ben met ergernissen, ik vind hooguit dingen grappig. Maar toen Vitesse bijna haar proflicentie kwijtraakte was ik wel echt boos. Dat was louterend.”

Wat deed dat met je?

„Het raakte me tot in mijn vezels. Ik kom uit Arnhem. Zonder Vitesse zou ik geen reden meer hebben om naar Arnhem te gaan. Mijn ouders zijn allebei dood, er woont geen familie meer, mijn vrienden wonen er niet meer. Dan valt ook het Arnhemse gevoel voor humor weg: lompheid gemengd met slachtofferschap. Daar herken ik mezelf heel erg in.”

Was het de eerste ‘crisis’ die je persoonlijk raakte?

„Ja, dus moet je nagaan in wat voor luxepositie ik ben opgegroeid. Ik voelde gewoon de klassenjustitie. ‘Moeten ze ons weer hebben’, dat gevoel. Ajax of Feyenoord zouden ze nooit laten verdwijnen. Tegelijkertijd dacht ik: de hele wereld staat in de fik en ik wind me hierover op. Maar blijkbaar is dit mijn ding. Toch een soort vorm van identiteitsbehoud.”

Je maakt op elke plek waar je de voorstelling straks speelt een videoreportage. Keer je altijd weer terug bij de reportage?

„Voorafgaand aan elke voorstelling ga ik met een camera door zo’n dorp lopen en alles becommentariëren. Ik heb het maken van reportages altijd geïdealiseerd. Maar het is de hel. Tegelijkertijd is die verschrikking ook juist de lol. Dat je ergens naartoe gaat waar je eigenlijk niet wil zijn en dan achteraf denkt: wat heb ik gelachen, wat heb ik hier om die mensen gelachen. Met deze voorstelling geef ik die mensen wat terug.”

Ik mag niet klagen van Marcel van Roosmalen gaat op 9 april in première in de Kleine Komedie in Amsterdam. Info: ikmagnietklagen.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next