Home

De onzekerheid van twee ouders in vechtscheiding komt knap naar voren in ‘A Family’

In A Family brengt regisseur Mees Peijnenburg het huis-tuin-en-keukenmijnenveld rond twee scheidende ouders en hun kinderen in beeld. Zonder kunstgrepen of uitleggerige dialogen is de emotionele lading voelbaar.

is filmredacteur van de Volkskrant.

Sophie’s Choice geldt als het schoolvoorbeeld van de onmogelijke keuze; de filmklassieker uit 1982 van Alan J. Pakula waarin een Poolse moeder (Meryl Streep) bij aankomst in Auschwitz wordt gedwongen te kiezen tussen haar twee kinderen.

Het leed in de nieuwe Nederlandse speelfilm A Family mag veel kleiner, alledaagser en menselijker zijn, ook broertje Eli en zijn iets oudere zus Nina staan voor een prangend dilemma: kiezen tussen hun vechtscheidende ouders. Bij wie ga je wonen, vraagt de kinderrechter in de openingsscène. En wat zeg je dan? Geen kind wil zomaar een van zijn ouders afwijzen.

Regisseur Mees Peijnenburg en cameraman Jasper Wolf maken de allesomvattende lading van die ene vraag invoelbaar zonder kunstgrepen, door precies voldoende (en niet te veel) gezichtsuitdrukking van de kinderen in beeld te brengen. Zie de stille Eli turen naar zijn meer uitgesproken puberzus; haar keuze kan ook zijn leventje bepalen.

A Family, eerder dit jaar in wereldpremière op het filmfestival van Berlijn, is zo’n film waarin ogenschijnlijk weinig voorvalt, maar waarin, als je goed oplet, juist van alles gaande is. We volgen de plots uit het lood geslagen levens van de twee kinderen; eerst vanuit het gezichtspunt van de zus (Celeste Holsheimer), daarna dat van haar broertje (Finn Vogels). Met op de achter- en soms ook voorgrond vader en moeder die elkaar het leven zuur maken, waarbij hun jonge kinderen krassen oplopen die mogelijk een leven lang meegaan. Peijnenburg blijft dicht bij het perspectief van de kinderen. Middelbare scholier Nina worstelt zelf met haar prille relatie, Eli doet een door niemand opgemerkte poging om aansluiting te vinden bij de jongens van zijn zwemteam. Eenzaam ogen ze. En dan drijven de zus en broer ook nog uit elkaar.

A Family kent een opvallende coproducent: de Vlaamse cineast Lukas Dhont (van het bekroonde Close), met wie Peijnenburg ooit in het prestigieuze Cinéfondation-talentklasje van het filmfestival van Cannes zat. Dat was tijdens de conceptie van zijn later voor de Berlinale geselecteerde debuutspeelfilm over een drietal op drift geraakte jongeren, Paradise Drifters (2020).

In fragmentarische en rap opeenvolgende scènes, zonder ook maar een hint naar de voorgeschiedenis of uitleggerige dialogen, trekken Peijnenburg en (co)scenarist Bastiaan Kroeger in A Family een huis-tuin-en-keukenmijnenveld op. Vader Jacob, woedend over de breuk, ontvlamt al als Nina en Eli iets te laat (‘elf minuten!’) bij hem worden afgeleverd. Ondertussen manipuleert moeder Maria de kinderen; ze is als de dood dat Nina en Eli straks liever bij hém blijven wonen, in hun oude huis.

De onzekerheid van vader Jacob en moeder Maria, vlak onder alle twist en het emotionele getrek aan hun kinderen, komt knap naar voren in het spel van de Vlaming Pieter Embrechts en Carice van Houten – haar eerste rol in een Nederlandse film sinds Halina Reijns Instinct (2019). A Family vormt de spiegel die je deze ouders zou willen voorhouden.

Drama

★★★★☆

Regie Mees Peijnenburg

Met Carice van Houten, Pieter Embrechts, Finn Vogels, Celeste Holsheimer

90 min, in 52 zalen

Source: Volkskrant

Previous

Next