Home

Regisseur Mees Peijnenburg over zijn scheidingsdrama ‘A Family’: ‘Het is vooral een verhaal over onmacht’

In de film A Family wordt het verhaal van een scheiding volledig verteld vanuit het perspectief van de kinderen. Regisseur (en ervaringsdeskundige) Mees Peijnenburg: ‘Ik wilde de ouders niet expliciet veroordelen.’

is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.

Die weekendtas, altijd weer die weekendtas. Het is de nieuwe werkelijkheid waar tieners Nina (Celeste Holsheimer) en Eli (Finn Vogels) in zijn beland nu hun ouders in scheiding liggen. En dat verloopt, natuurlijk, niet soepel. Een breuk verloopt immers zelden soepel.

Ineens hebben Nina en Eli daardoor twee huizen, maar hoeveel huis is dat nu eigenlijk? Het ene huis hangt letterlijk vol met herinneringen, het andere huis is een volstrekt steriele omgeving, een omgeving die nog een geschiedenis moet krijgen. De enige constante is die weekendtas, die voortdurend in- en uitgepakt moet worden.

Aan echtscheidingsdrama’s geen gebrek in het filmlandschap, met klassiekers als Kramer vs. Kramer, Marriage Story en A Separation. Maar wat die films zelden doen, is het verhaal vertellen vanuit het perspectief van de kinderen. En dat is precies wat regisseur Mees Peijnenburg (Paradise Drifters) wilde met zijn film A Family, waarin het verhaal eerst verteld wordt vanuit Nina’s perspectief, en in de tweede helft vanuit dat van Eli. Het is Peijnenburg daarbij niet te doen om het ‘waarom’ van de scheiding, maar toch vooral om het ‘hoe’.

Want ja, als kind van gescheiden ouders moet je doorgaans in sneltreinvaart volwassen worden. Dat weet regisseur Peijnenburg zelf ook; zijn ouders gingen uit elkaar toen hij nog een kind was. A Family, dat op het filmfestival van Berlijn een eervolle juryvermelding kreeg in de Generations-competitie, begon voor Peijnenburg dan ook als iets heel persoonlijks, maar al vrij vroeg in het maakproces had hij door dat het bij velen iets losmaakte, vertelt hij in een Amsterdams café. ‘Ook bij anderen kwamen voortdurend allerlei verhalen en anekdotes naar boven.’

Spiegel voor ouders

‘Bij een scheiding zijn er veel herkenbare patronen: eenzaamheid, veel pijn en verdriet, en toch ook een soort hoop of verlangen dat alles weer goedkomt. En ook in de verplaatsing tussen die huizen zit een bepaald soort eenzaamheid: je vergeet een boek, je vergeet een trui, je moet voortdurend op en neer, dat neemt veel stabiliteit weg.’

En toch moest A Family ook geen film worden die een scheiding als een groot kwaad ziet. Peijnenburg: ‘Ik ben niet tegen scheiden. Als je in een liefdeloos, vervelend of gewelddadig huwelijk zit, moet je absoluut niet bij elkaar blijven. Ik wilde voorkomen dat het beeld ontstaat dat scheiden het einde van de wereld is. Elke breuk doet pijn, omdat er altijd een gevoel van falen in zit, maar dat betekent niet dat iets mislukt is.’

‘Met de film wil ik vooral ouders een spiegel voorhouden. De ouders doen kinderachtige dingen, terwijl de kinderen de volwassen keuzes moeten maken. Het kind wil in zo’n situatie dat in ieder geval één van de twee ouders het goede doet, maar als dat wegvalt omdat de ouders zich kleinzerig gedragen, raakt het zijn houvast kwijt.’

Toch was het voor Peijnenburg belangrijk om de ouders niet te veroordelen. In A Family zijn de ouders dader noch slachtoffer, en vooral onmachtig. Peijnenburg: ‘Dat is de nuance waar ik naar wilde zoeken, en dat is een leuk spel als filmmaker: je wilt de personages niet eendimensionaal neerzetten, maar wel hun grilligheid tonen.’

Ongeduld en frustratie

‘Ik wilde de ouders nooit expliciet veroordelen, ook omdat ik het gedrag heel goed kan begrijpen. Ik snap het ongeduld, de frustratie. Dat komt niet voort uit iets kwaadaardigs, maar eerder uit wanhoop. En ja, dan ga je ruziemaken als de andere ouder elf minuten te laat is, of de kleding niet gewassen heeft. In die zin is het toch vooral een verhaal over onmacht. Die onmacht verblindt.’

Peijnenburg vervolgt: ‘De worsteling van de ouders vloeit vaak voort uit de grote genegenheid die er ooit was. Als je elkaar zo in de haren vliegt, dan moet er een heel grote liefde zijn geweest vroeger. Je kent elkaar zó goed, hebt zó veel intimiteit met elkaar gedeeld. Dat leidt ertoe dat je nog angstiger bent op het moment dat alles wegvalt.’

Iemands kant kiezen

De rol van de moeder (gespeeld door Carice van Houten) was daarbij een belangrijke balanceeract, omdat we volgens Peijnenburg vaak anders kijken naar de moeder dan naar de vader. ‘Uit veel van onze research kwam naar voren dat we als kijkers ‘verkeerd’ gedrag van mannen vaak makkelijker tolereren dan dat van vrouwen. Het is enorm teleurstellend dat dit nog steeds aan de orde is.’

‘Met deze film wilde ik daarom dat dit echt volledig in balans was. Ik wil niet dat het publiek de kant van één van de ouders kiest, maar naar ze kijkt zonder ze meteen te veroordelen. Het was hard werken tegen de stereotypen en aannamen die ons wereldbeeld, onbewust, hebben gevormd. Die aannamen wilden we doorbreken om gelaagde vrouwelijke personages neer te kunnen zetten die ook onaangenaam zijn, mogen schuren, net zoals de mannelijke personages.

‘Het was een groot voorrecht om met Carice te mogen werken, omdat zij een zeldzame emotionele intelligentie bezit. Ze slaagt erin om de pijnlijke gelaagdheid in zo’n personage te laten zien, waardoor de kijker niet te hard over dat personage zal oordelen. Pieter Embrechts, die de vader speelt, heeft hetzelfde: een mix van warmte en lichtheid, maar ook verdriet en een zekere neiging tot manipuleren in hoe hij reageert op dingen.’

Toch is A Family uiteindelijk een film van de kinderen, en dan vooral van de weergaloze jonge acteurs die de hoofdrollen spelen. Peijnenburg noemt de casting ‘de emotionele hartslag’ van zijn film. ‘Daarom hebben we er ook zoveel tijd voor genomen, en veel mensen op auditie laten komen. Wat het extra uitdagend maakte, is dat we daadwerkelijk een gezin zochten, niet één personage in een groter geheel. We moesten zoeken naar mensen die bij elkaar horen, die een bepaalde gevoeligheid en chemie met elkaar delen en ook nog enigszins op elkaar lijken.’

‘Daarom laat ik auditanten niet alleen scènes spelen, maar zoek ik ook naar gevoelens. Soms zit de kracht juist in wat níét gezegd wordt. Bij een casting ben ik daarom ook niet per se geïnteresseerd in een acteur die perfect de teksten kent, maar ben ik meer op zoek naar een emotionele reikwijdte.’

‘Ik wilde in de film echt dienstbaar zijn aan de kinderen, en dat mocht best op een andere manier dan we vaak gewend zijn.’ Peijnenburg wijst bijvoorbeeld op Nina: ‘We zien aan de lopende band films met tienermeisjes die boos zijn, hard schreeuwen, woedend zijn op alles en iedereen. Maar ik vond het in dit geval veel interessanter om de spanning langzaam bij haar naar binnen te laten keren.’

Opgedragen aan zijn zus

‘Daarom is de relatie met haar vriendin ook zo belangrijk in de film, omdat dat ook weer een spiegel is. Dat ze denkt: ik heb nu een heel leuk vriendinnetje, maar wat als mijn relatie met haar hetzelfde wordt als die van mijn ouders? Is dit dan ook niet gedoemd om te falen? Die angsten kunnen zo ver doorslaan dat je jezelf gaat saboteren.’

Al die complexe emoties en angsten zorgen ervoor dat de film veel losmaakt bij het publiek, merkte Peijnenburg bij de wereldpremière in Berlijn en bij voorpremières. ‘Bij een thema als scheiding zijn er veel ervaringsdeskundigen en daardoor levert de film mooie gesprekken op. Dat zie ik als het grootste compliment. De film is geen aanklacht of aanval en ook geen reconstructie, maar eerder een soort liefdesbrief.’

Dat is ook de reden dat Peijnenburg de film uiteindelijk opdraagt aan zijn eigen zus en aan alle andere broers en zussen. ‘Ik ben heel blij dat mijn zus en ik samen waren toen de scheiding van onze ouders speelde. Samen hebben we heel wat stormen doorstaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next