Klassiek De ‘Matthäus-Passion’ door ensemble Pygmalion onthutst niet (meer) zo als de ‘Johannes-Passion’ vorig jaar. Toch zou geen enkel Nederlands ensemble nu dit niveau van verwondering kunnen halen.
Bachs Matthäus-Passion door Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon dinsdagavond in het Amsterdamse Concertgebouw.
J.S. Bach – Matthäus-Passion door ensemble Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon. Met o.a. Julian Prégardien, Stéphane Degout, Julie Roset, Zachary Wilder en kinderen uit het Nationaal Kinderkoor en Nationaal Jongenskoor. Gehoord: 31/3, Concertgebouw Amsterdam. Geen herhaling in Nederland.
Het begint voorspelbaar te worden, hè? Weer vijf ballen voor Pygmalion, het Franse barokensemble van dirigent Raphaël Pichon dat elke vereiste om in 2026 een spannend barokconcert te laten klinken afvinkt. Jong en gretig? Check. Weergaloos muzikaal topniveau? Check. Niet bang om risico’s te nemen en een beetje tegen heilige huisjes te trappen? Check.
Dat ze Bachs Matthäus-Passion kunnen opnemen, wisten we al van de cd. Maar een live Matthäus, daar moesten we nog even op wachten. We kregen vorig jaar eerst de Johannes-Passion, met bonusnummers. Daarvoor onder andere een Brahmsconcert en een Elias van Mendelssohn. Allemaal mooi, maar in Nederland bereik je de top natuurlijk pas echt met een live Matthäus. Die klonk dinsdagavond dan eindelijk in het Concertgebouw in Amsterdam.
Hoe? Niet zó geweldig verrassend als de Johannes vorig jaar.
Dat zit ‘m misschien in Pichons inmiddels herkenbare theatrale aanpak. En dan bedoel ik niet het op zich leuke trucje dat een van de twee koren in het openingskoor door het gangpad aan komt lopen. Ik bedoel dat hij enorme muzikale accenten legt. Hij denkt meer verticaal (puls-puls-puls) dan horizontaal (lijnen, richting), wat goed is voor de verstaanbaarheid, maar net wat minder voor het blijven hangen in een trance. Koorpartijen maken op de vierkante centimeter enorme emotionele verhaallijnen door: „Herr, bin ich’s?” (als Jezus tegen z’n apostelen zegt dat een van hen ‘m gaat verraden, en de apostelen zich allemaal afvragen: ‘ben ik het?’) gaat in een paar maten van klein bang, naar blinde paniek, naar ongeloof.
Daar vaart de Johannes, die wat meer op actie en wat minder op gevoel focust, goed bij. Pygmalion wist vorig jaar in de Johannes de binnenwerelden van de personages in het verhaal te schilderen. Maar diezelfde aanpak bij de Matthäus is een beetje alsof je de kleuren op de Nachtwacht toch nog even wat kracht bijzet met waskrijt.
Ook de solisten, die vlijtig allerlei posities op het podium innemen, moeten met woordaccenten spelen. Alt Lucile Richardot spant de kroon in ‘Buß und Reu’ („Boete en berouw”), waarin „Buß” bijna wordt weggemoffeld ten faveure van een wild uitgeroepen „Reu!”. Sopraan Julie Roset heeft een engelachtige stem, maar bereikt niet de hele zaal. Bas Christian Immler mist laagte en is als Hogepriester en Pilatus net niet autoritair genoeg.
Maar dan nog: zulke kritiek, een kniesoor. Een uitvoering als deze blijft met de ensembles die we nu in Nederland hebben ondenkbaar. Hoe je het ook wendt of keert, in Nederland is de Matthäus behalve een heilig stuk ook een verplichte melkkoe. Door jaren en jaren herhalen door deels dezelfde mensen, is het stuk vastgeroest en sleets geworden. Maar voor de musici van Pygmalion is deze muziek duidelijk nog een ontdekkingsreis. Voor hen neemt deze muziek nog in heiligheid toe. Dat is een lust om naar te luisteren.
Pichon hoeft maar met zijn hand te draaien om een draaikolk te veroorzaken in het koor, dat al zo verbluffend transparant en duidelijk gelaagd klinkt. Over de orkestmusici ook niets dan goeds. Bas Stéphane Degout zet een machtige, ietwat bozige Christus neer. De prestatie van tenor Julian Prégardien als evangelist, de verteller, verdient een apart stuk. Zijn persoon is zó echt, dat alles om hem heen een poppenkast lijkt bij zijn vertellingen. Pichon heeft goed gezien dat zijn rol sterker wordt als Prégardien een beetje mag rondlopen. Soms houdt hij zijn vingertoppen tegen elkaar aan, alsof hij aan een TEDtalk bezig is. ‘En dan wil ik nu even handen zien in de zaal: wie heeft er allemaal weleens iemand verloochend?’ ‘Ik, ik meneer Prégardien!’ (Bij wijze van dan, hè.)
Dan komt alles samen als Jezus na zijn wanhopige uitroepen („Mijn god, waarom hebt u mij verlaten?!”) sterft. Ineens legt Pichon de muziek, de puls, de zaal, de tijd, de wereld stil. Om dit moment gaat het hem, blijkt als het koor uit de stilte opdoemt, plotseling zonder puls, intens menselijk: „Als ik eenmaal moet sterven, blijf dan bij mij. Als ik de dood moet lijden, ben dan mij nabij.”
Pygmalion bracht dit jaar de Johannes-Passion uit op cd. Dat wil zeggen dat je nu thuis en onderweg naar Pygmalion-geweldige uitvoeringen van Bachs twee grote passies kunt luisteren:
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden