Home

Defensie leert lessen van Oekraïne en richt als eerste NAVO-land ‘drone-troepen’ op

Oorlogsvoering Drones zijn in korte tijd onmisbaar geworden op het slagveld. Nederland wil een voorloper zijn in de ontwikkeling van drones. Vandaag werden de eerste drone-troepen paraat gesteld in Oirschot.

Tjjdens een militaire ceremonie op de legerplaats Oirschot werd de eerste drone-tropen officieel paraat gesteld.

Het is goed om je dat even te realiseren, zegt generaal Joland Dubbeldam terwijl er soep wordt opgediend: „Tijdens het uurtje dat wij hier bij elkaar zitten, sneuvelen er in Oekraïne tachtig Russische militairen door de inzet van drones.”

Dubbeldam is de commandant van de Nederlandse Task Force Drones, die het afgelopen jaar in een ijltempo heeft gewerkt aan het vormen van drone-troepen. De zogeheten taakgroep wordt vandaag tijdens een militaire ceremonie op de legerplaats Oirschot officieel paraat gesteld. Nederland is daarmee het eerste NAVO-land dat over zulke eenheden beschikt. In totaal zullen de drone-troepen uit zo’n 1.200 militairen bestaan – een belangrijke uitbreiding van de gevechtskracht van de landmacht (nu zo’n dertigduizend militairen).

De actualiteit in Oekraïne dwingt tot handelen zegt Dubbeldam, die een briefing geeft tijdens een werklunch, een dag voor de ceremonie. In Oekraïne zijn drones inmiddels verantwoordelijk voor 80 procent van de Russische gesneuvelden, zo blijkt uit cijfers van het Oekraïense ministerie van Defensie – het ijzingwekkende aantal van zo’n achthonderd à duizend doden per dag. Oekraïne is niet het enige land dat vooroploopt in de drone-revolutie: ook Rusland heeft zijn aanvankelijke achterstand voor een belangrijk deel ingehaald.

Waar dat toe zou kunnen leiden bleek eind vorig jaar tijdens een NAVO-oefening in Estland, waar een klein team van zo’n tien Oekraïense drone-operators binnen een dag een hele Britse Brigade (enkele duizenden militairen) in de pan hakte. Europese krijgsmachten kunnen zich nu nauwelijks verdedigen tegen drones – laat staan dat ze er aanvallen mee kunnen uitvoeren. 

Dubbeldams opdracht is om daar zo snel mogelijk verandering in te brengen. De generaal toont de doelen die hij wil realiseren. In eerste plaats is dat het voorkomen van verliezen aan eigen zijde. „Survival”, zo zegt Dubbeldam, „is een missie-op-zich geworden” op een slagveld dat is veranderd in een niemandsland van zo’n twintig kilometer breed, waarin alles en iedereen door drones wordt opgeblazen. 

De nieuwe eenheden gaan met steeds nieuwe typen drones werken, want de ontwikkelingen gaan razendsnel.

Lessen uit de oorlog in Oekraïne

Om beter beschermd te zijn, worden de gevechtseenheden van de landmacht daarom uitgerust met drone-teams die zijn gespecialiseerd in het neerhalen van Unmanned Aerial Systems (UAS), zoals militairen drones noemen. Dat gebeurt op allerlei manieren, van het storen van radiofrequenties tot het inzetten van onderscheppingsdrones en snelvuur van mitrailleurs en kanonnen. De tweede taak van de drone-troepen wordt het aanvallen van de vijand met drones die worden bestuurd door een operator met een videobril en een controller.

De pijlsnelle vorming van de taakgroep is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met Kyiv. Nederland investeerde ruim 800 miljoen euro in de ‘Drone Line’, een project dat vorig jaar in het leven werd geroepen door president Zelensky om de inzet van drones te versnellen. In ruil daarvoor deelt Oekraïne informatie. Tijdens haar eerste bezoek aan Kyiv kondigde minister van Defensie Dilan Yesilgöz (VVD) vorige maand aan dat Nederland toegang krijgt tot data over de inzet van drones op het slagveld. Dergelijke battle field data gelden als de heilige graal voor de industrie. Wat het kabinet-Jetten betreft worden Nederlandse bedrijven voorlopers op drone-gebied. Afgelopen december tekende Yesilgöz’ voorganger Ruben Brekelmans (VVD) al de eerste samenwerkingsovereenkomsten.

Welke Nederlandse bedrijven operationele drones in productie hebben wil Dubbeldam niet vertellen – de drone-revolutie is omgeven met behoorlijk wat geheimhouding. Wat hij wel wil zeggen is dat Nederland niet alles uit Oekraïne kan kopiëren. Voor de Oekraïense strijdkrachten draait alles om schaal (zo veel mogelijk) en kosten (zo goedkoop mogelijk). „Mensen zeggen soms: we kopen toch al drones voor Oekraïne, we kopen meteen die voor Nederland erbij. Maar wij hebben te maken met andere eisen, zoals de vliegveiligheid.”

Maar Dubbeldam en zijn team hebben veel lessen getrokken uit de oorlog in Oekraïne. Zoals: de drone die je vandaag hebt gekocht, kan morgen alweer verouderd zijn. Blijven vernieuwen is een voorwaarde, zegt de commandant, en daarbij hoort ook dat er fouten worden gemaakt, en dat er soms geld wordt verspild. „Als straks blijkt dat de drones die we hebben gekocht niet werken, dan is het een dagje uithuilen en weer door.”

Vernieuwingen kunnen ook té snel gaan

Om zich niet al te veel problemen op het lijf te halen beginnen de nieuwe eenheden met twee types beproefde drones: radiografisch bestuurde en drones die worden bestuurd door een kilometerslange flinterdunne glasvezeldraad. Autonome drones, die met behulp van AI het laatste stukje naar het doel zelfstandig kunnen afleggen, staan wel op de radar, maar zijn nog niet aangeschaft. Vernieuwingen kunnen ook té snel gaan, zo leerde Dubbeldam tijdens zijn tijd in Uruzgan, waar hij leiding gaf aan het team dat oplossingen probeerde te verzinnen tegen de bermbommen van de Taliban. „We beginnen met de basis.”

De nieuwe drone-operators worden géén nerds zonder conditie die hun dagen in de luie gaming chair door te brengen – hoewel vaardigheden met de controller absoluut vereist zijn. Een groot deel van de nieuwe rekruten zijn al dienende infanteristen, die eerder hebben geëxperimenteerd met drones. Ook zal er naar verwachting veel animo zijn onder jongeren die hebben gekozen voor het vrijwillige dienjaar. „Ik verwacht geen problemen bij de werving”, zegt Dubbeldam.

Maar hoe zit het straks met de psyche? Op de duizenden filmpjes op X is goed te zien dat drone-operators hun slachtoffer in de ogen kunnen kijken in de split second voordat hij wordt opgeblazen. Ook hier put Dubbeldam uit zijn ervaringen in Afghanistan. „Aan het einde van een dag bespreek je dat met elkaar. Wat hebben we meegemaakt? En wat doet dat me je? Bij ons is dat allang niet meer soft.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Defensie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next