Dwalend door het huis van Jan bleef ze hangen bij het wc-haakje. De witte verf was afgebladderd, duizenden slingerbewegingen hadden een perfect boogje uitgesleten in het hout. Ze boog voorover en zag de oudere lagen verf zitten. Haar opa en oma, herinnerde Jacqueline Dersjant zich, hadden precies zo’n haakje aan de deur.
Het was 2022, Jan was eerder dat jaar overleden. Zijn huis – een monumentaal Amsterdams pand waarin hij vijftig jaar had gewoond – zou tot verdriet van zijn dochter in de verkoop gaan. Op haar verzoek kwam Jacqueline Dersjant, die ook Jans uitvaart had gefotografeerd, het huis vastleggen. De bakelieten lichtknopjes. De verwilderde tuin. De sierplafonds, de kachel met de kolenkit, de luie stoelen met bruine bloemetjesprint, het biljart, de antieke hometrainer. De twee telefoons: één volgeschreven met nummers, één met fotoknoppen van toen zijn geheugen hem in de steek liet. Het rommelkastje met de collectie binnenbanden – je wist maar nooit.
Eigenlijk is ze een fotograaf van „mensen en momenten”, vertelt Dersjant (62) in het kantoor dat ze deelt met andere creatieven. Haar werkplek zit pal onder het spoor; af en toe dendert een trein over ons heen. Al sinds haar opleiding aan de Fotoacademie werkt ze intuïtief. „Ik grijp niet in. Ik leg vast wat ik zie”, legt ze uit terwijl ze een theedoos aanreikt. Vaak zijn dat dingen die anderen niet opmerken. „Bij mij komt alles binnen. Een van de voordelen van adhd, denk ik.”
Ze specialiseerde zich in bruiloften – een genre waar in de professionele fotografiewereld lang op werd neergekeken. „Op de academie zeiden ze: trouwfotograaf word je als al het andere is mislukt.” Sommige reclamebureaus waarvoor ze opdrachten deed, hekelden de trouwfoto’s in haar portfolio. (‘Als je die erin laat, gaan we je niet meer aan klanten voorstellen.’) Maar juist de chaos van een trouwdag bleef haar aanspreken. De ongefilterde momenten: een verveeld kind, een hond die door het beeld rende. Ze won internationale prijzen met haar werk.
Afscheidsfotografie was er min of meer toevallig bijgekomen. De timing was bijzonder: in de dagen na het overlijden van haar moeder zag Dersjant een oproep in haar netwerk: met spoed een uitvaartfotograaf gezocht. Ze aarzelde. Kon ze dit aan, midden in haar eigen rouw? Zou ze zich geen ramptoerist voelen van andermans verdriet?
Ze ging, en huilde die dag achter haar camera tranen met tuiten. Op de terugweg voelde ze gek genoeg geen zwaarte, maar iets wat leek op geluk. Afscheid, weet Dersjant inmiddels, gaat over veel meer dan verdriet. Het gaat net zo goed over liefde, troost en samenzijn. Soms zelfs over kracht. „Hier bijvoorbeeld”, zegt ze, terwijl ze een boekje van haar bureau pakt. Ze slaat een pagina open: een vrouw die met haar familie de datum voor haar euthanasie vastlegt. Verderop is te zien hoe ze haar afscheid voorbereidt: ze zoekt kleding uit en drinkt een laatste biertje met haar geliefden. Haar echtgenoot was blij met de foto’s, zegt Dersjant. „Hij ziet erin terug hoe zij de regie hield.”
Na de sessie bij Jan zit ‘Dag Huis’ in Dersjants repertoire: een fotoreportage voor wie afscheid moet nemen van een dierbare plek. Ook spullen, zegt Dersjant, vertellen vaak een heel levensverhaal. Ze moet denken aan een bezoek aan tachtiger Joke en haar dochters. „Maar mam, dit kan toch wel weg?” vroeg een van hen in de schuur die uitpuilde van de vazen, schotels, potjes en mandjes. Nee, had Joke uitgeroepen, niks daarvan. „Dat zijn allemaal herinneringen!”
Anne-Martijn van der Kaaden vervangt deze week Gemma Venhuizen.
De mooiste fotografie en de beste tips geselecteerd door de fotoredactie