De drie mannen die worden verdacht van het aansteken van de grote brand in Arnhem vorig jaar, stonden dinsdag en woensdag terecht. ‘Ik stond daar alleen, zo alleen. En jullie stonden lachend op het balkon’, zei een slachtoffers over hen.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Kort voordat een grote brand woedt in het centrum van Arnhem, staan om 2.55 uur drie mannen bij de plek waarvan later wordt vastgesteld dat het de brandhaard is. Ze zijn, zullen ze later verklaren, voor sigaretten onderweg naar een nachtwinkel. In de Varkensstraat zegt de een tegen de anderen: ‘Kankerdekak, hoerenstad!’
Koert H. (58) reageert en wijst met zijn wandelstok: ‘Is het ook, hè, laten we dit ding in de fik zetten, vind ik leuk.’
Waarop een ander begint te grinniken en zegt: ‘Ja, laten we dat maar doen.’
‘Lachen.’
In de elf minuten die volgen, zijn de mannen buiten beeld, maar is volgens de politie wel te horen: ‘Dat wil niet branden daar’, ‘die zijn te nat’, ‘begint te gloeien in het midden’, ‘leuk, leuk’. Op 6 maart 2025, om 3.06 uur ’s nachts, wordt in de Varkensstraat op camerabeelden de eerste rook zichtbaar in een rolcontainer met karton. Die staat ter hoogte van de zijgevel van feestwinkel SoLow, waar die nacht, behalve de drie, niemand anders meer is gepasseerd.
De uitslaande brand die volgt, is volgens forensisch onderzoek ‘zeer aannemelijk’ daar ontstaan. Deze zal tientallen huizen onbewoonbaar maken, tot sloop leiden van meerdere (historische) panden, vele bewoners beroven van al hun bezittingen en opzadelen met een trauma. Volgens de diensten is het ‘een wonder dat er geen doden’ zijn gevallen. ‘De ontruiming had geen minuten later moeten beginnen.’
Dinsdag en woensdag verschenen ze voor de Arnhemse rechter, de drie mannen die samen een jaar geleden in de Varkensstraat door camera’s werden vastgelegd op beeld en met geluid. Justitie eiste vrijspraak voor het medeplegen door twee verdachten, hoofdverdachte H. zou volgens de officier tien jaar de cel in moeten. Voor onder meer het ‘opzettelijk vuur maken’ met het risico op ‘levensgevaar en zwaar letsel voor slapende mensen’.
Alle drie de verdachten werden daags na de brand opgepakt. Ze kampen allen met verslavingsproblematiek (drank en/of drugs) en zijn in het bezit van een strafblad (van vermogensdelicten, diefstal, belediging en vernieling tot huisvredebreuk). Voor het (mede)plegen van brandstichting staan ze voor het eerst terecht.
Ten onrechte, beweren naast H. ook Mark V. (32) en zijn advocaat namens de afwezige Ricky N. (42). Zij ontkennen niet dat zij in dialoog waren, die bewuste nacht in de Varkensstraat, maar houden vol dat ze daarna niet de daad bij het woord voegden.
Er is daar wel brand ontstaan. ‘Is dat stom toeval?’, wil de rechter weten. ‘Ik kan alleen vertellen: wij hebben geen brand gesticht’, zegt H., in wiens huis de verdachten die nacht verzamelden. Hij werd het afgelopen jaar als enige van de drie niet vrijgelaten uit voorlopige hechtenis. ‘Hoe verschrikkelijk ook voor alle mensen die ermee te maken hebben: wij zijn óók slachtoffers.’
De publieke tribune zit vol met mensen die in deze zaak vooralsnog als enigen worden erkend als slachtoffers. Een aantal spreekt ‘onbegrip’ uit over de houding van hoofdverdachte, die ze ‘gebrek aan empathie’ en ‘onverschilligheid’ verwijten, blijkt als ze gebruikmaken van hun spreekrecht.
‘Een lolletje met een papiercontainer had gevolgen die ik niet kon overzien’, zegt de eigenaresse van Fleur Art Gallery, waar zij weken niet terechtkon. Een week na de brand werd haar moeder opgenomen, vijf weken later overleed zij. ‘Ik ben verscheurd geraakt tussen het redden van mijn onderneming en zorgen voor mijn moeder. De gemiste tijd met haar komt nooit meer terug.’
Als de brand hevig woedt, worden die nacht op het balkon van H. de verdachten door getuigen gezien. Jolig zouden zij de brandweer de weg hebben gewezen.
‘Ik stond daar alleen, zo alleen’, zegt een jonge vrouw, die een posttraumatische stressstoornis opliep nadat ze had moeten vluchten en alles in haar huis had verloren, onder meer de enige foto van haar biologische moeder. ‘Als ik niet zelf wakker was geworden, dan was ik er nu niet geweest. En jullie stonden daar lachend op het balkon. Alles wat mij mij maakte, mijn identiteit, verbrandde die nacht.’
In paniek probeerden sommigen, terwijl hun huis in lichterlaaie stond, nog die nacht tevergeefs een brandverzekering af te sluiten. Van de 21 slachtoffers die tijdig een schadevergoeding indienden, somde de rechters de vorderingen op: miljoenen voor een winkelier, 65 duizend euro voor bewoners. Behalve ter compensatie van verloren spullen ook voor psychologische kosten en opgelopen studievertraging.
H. wordt mede vanwege een belastende verklaring van V. gezien als hoofdverdachte. Bij de politie vertelde V. ‘uitgebreid’ dat ‘Koert (H. red.) met zijn aansteker’ in de weer was bij het karton. Die verklaring wil hij in de rechtszaal niet herhalen.
‘Heeft u de waarheid gesproken of gelogen bij de politie’, willen de rechters, die 24 april uitspraak doen, weten. Iedere keer als V. die vraag krijgt, is hij lang stil, beweegt zenuwachtig met zijn handen van tafel naar gezicht en wacht op advies van zijn advocaat. ‘Ik geef daar geen antwoord op.’
V. wordt door de psycholoog die hem heeft onderzocht gekenmerkt als iemand die ‘antisociale gedragingen’ vertoont en ‘beperkt verantwoordelijkheid neemt’. H., die de jongere V. vaak onder zijn hoede neemt, heeft volgens een psycholoog onder meer ‘veel moeite met autoriteit’ en is ‘niet geneigd tot het tonen van emoties’.
Hij doet in de rechtszaal nog wel een poging tot dat laatste: ‘Ik voel en zie de pijn van betrokkenen. Maar ik word verdacht van een feit dat ik niet heb gepleegd. Als ik meeleef met de slachtoffers, voelt dat als een schuldbekentenis.’
Source: Volkskrant