Zaanstad probeert grip te krijgen op een familie-imperium van glazenwassers dat met intimidatie, geweld en belastingontduiking de markt domineert. Maar de vergunningplicht die de gemeente in 2024 heeft ingesteld werpt weinig vruchten af. ‘Iedereen is bang voor die familie.’
Wat nog het meest opvalt is de rol van twee figuranten, gefilmd vanuit een bovenwoning in Zaandam, mannen in donker jack en spijkerbroek. Op hun dooie gemak kijken ze toe hoe onder een stralend blauwe hemel midden op straat een kalende man volledig in elkaar wordt geslagen. Een vent in een witte trui begint met slaan en schoppen. Als de man op de grond ligt, beukt de witte trui zonder ophouden in op zijn gezicht. De twee figuranten slaan het tafereel gade, als om vast te stellen dat het zo goed is.
Het is een filmpje op Facebook uit oktober vorig jaar. De maker heeft er deze tekst bij geschreven: ‘Een glazenwasser was bezig in mijn straat, toen er andere glazenwassers bij kwamen. Ze riepen: ‘Dit is mijn straat, nu wegwezen, anders maak ik je dood, wij zijn van Finaal.’ En ineens verandert het in een vechtpartij.’
Ook al bestaat de naam van het glazenwassersbedrijf niet meer, menigeen in Zaandam weet dat Finaal een van de vele ondernemingen is van de Turks-Nederlandse familie Y. Zaanstad is de hoofdstad van de glazenwasserij in Nederland. Sinds jaar en dag gaan elke dag bij het ochtendgloren honderden overwegend Bulgaarse arbeidsmigranten vanuit de achterstandswijken Poelenburg en Peldersveld uit ramen lappen. Overal in het land duiken de busjes op, in Utrecht en Meppel, in Oosterhout en Zwijndrecht.
Het is de zichtbare kant van een imperium dat volgens overheidsinstanties voor een belangrijk deel rust op een patroon van intimidatie, geweld, uitbuiting en zwart geld. Boven op de Olympus zetelt de Turks-Nederlandse familie Y. Een intern bericht van de politie Haarlem, begin 2021: ‘Omstreeks 08.35 uur kreeg de politie een melding dat er op straat een groep van ongeveer tien mannen aan het vechten was.’ Het betrof een vechtpartij tussen glazenwassers uit Haarlem en Zaanstad, in de prille ochtend. Uit het rapport: ‘Namens de glazenwassers uit Zaanstad waren er drie leden van de familie Y. betrokken.’
De clan van ten minste twintig familieleden is ‘leidend in de malafide Zaanse glazenwassersbranche’, vermeldt een politierapport uit 2023, in handen van de Volkskrant. Uit een nota van de Arbeidsinspectie, voorjaar 2024: ‘Naar alle waarschijnlijkheid heeft één Zaanse familie een groot deel van de organisatie en verdiensten van de glazenwassersbedrijven in handen.’
De Arbeidsinspectie heeft al jaren geleden vastgesteld dat Bulgaarse migranten en hun Turkse bovenbazen bonafide glazenwassers met intimidatie en geweld uit hun wijk verdrijven. Een glazenwasser uit Appingedam deed in 2018 aangifte bij de politie: ‘Bulgaren achtervolgen me en zeggen dat ze mijn hoofd eraf snijden.’
De macht van de familieclan spreekt ook uit de tientallen rapportages van gemeentelijke controleteams, waarin de Volkskrant inzage kreeg na een beroep op de Wet open overheid (Woo). Begin 2024 besloot de gemeenteraad met overgrote meerderheid dat Zaanse ondernemers die in stad en land uit lappen gaan, een vergunning dienen aan te vragen. Elfhonderd bedrijven werden aangeschreven, 130 glazenwassers dienden een aanvraag in, tachtig kregen een vergunning. De bedoeling van de vergunningplicht is het kaf van het koren te scheiden, door malafide glazenwassers te dwarsbomen die vanuit Zaanstad opereren.
De aanpak stuit op bezwaren van bestuurskundigen; de gemeente zou geen bevoegdheid hebben om elders in het land mensen te controleren. Wat heeft Zaanstad te zoeken in Meppel of Valkenswaard? Het gemeentebestuur brengt daartegen in dat het om glazenwassers uit Zaanstad gaat die zich aan gemeentelijke verordeningen onttrekken. Het lijkt een zaak te worden voor de bestuursrechter.
Een Zaanse beleidsambtenaar over de aanpak: ‘Wij rijden achter hen aan, waar ze ook gaan in Nederland. Als ze beginnen te lappen, controleren wij of ze een vergunning hebben. Ik zie het zo: uiteindelijk gaat het om ontmaskering. Wij als overheid moeten laten zien hoe deze lui weerloze mensen misbruiken voor hun verdienmodel van miljoenen.’
Met een beroep op de Woo wilde de Volkskrant zicht krijgen op de praktijk van de vergunningplicht, aan de hand van bestuurlijke rapportages over de controles. Twee zaken springen in het oog: met de vergunningplicht wordt op slinkse wijze de hand gelicht. Leden van de familie Y. spelen daarin een prominente rol.
Om aan de vergunningplicht te ontkomen hebben veel Zaanse glazenwassers hun bedrijf verplaatst naar een andere gemeente. Vaak blijkt het een papieren werkelijkheid. Eén illustratie uit vele andere: Glow Multidiensten verhuisde volgens de Kamer van Koophandel van Zaandam-Oost naar de Slotermeerlaan in Amsterdam. (Bedrijfsnamen en persoonsnamen zijn in de geopenbaarde dossiers zorgvuldig afgeplakt, maar via andere bronnen toch herleidbaar).
In werkelijkheid is het bedrijf vanuit Zaandam-Oost blijven opereren. Bij controle bleek de nieuwe vestiging in Amsterdam het kantoor te zijn van Topoffice, een bedrijf dat ondernemers voor 33 euro per maand een zakelijk adres verschaft: ‘Binnen 24 uur ontvang je een huurovereenkomst die je officieel kunt gebruiken voor je KvK-registratie. Een moeiteloos proces dat jouw zakelijke ambities direct een vliegende start geeft.’ Glow Multidiensten staat bij de Kamer van Koophandel ingeschreven op naam van een lid van de familie Y.
De lobby van een hotel, een paar kilometer buiten Zaanstad. De Nederlandse glazenwasser van Turkse afkomst heeft een gedrongen postuur, borstelig haar. Hij kent de familie van nabij, hij vindt het belangrijk zijn verhaal te vertellen, maar alleen in anonimiteit. Laten we hem Hasan noemen. Hasan zegt: ‘Je voelt je nooit veilig als je aan het werk bent. Je hoort een auto aankomen en je draait je om. Iemand komt aanlopen en je houdt hem in de gaten. Hij zou je weleens van je ladder kunnen schoppen.’
Drie jaar geleden werd Hasan gebeld met de mededeling: ‘Ik ga jou dood maken.’ In de kop van Noord-Holland had hij ontevreden klanten overgenomen van een Turkse Nederlander. Hasan: ‘Aan de telefoon kreeg ik te horen: ‘Jij moet naar de moskee komen.’ Ik weigerde, want ik wist dat ik dan klappen zou krijgen. Hij zei: ‘Jij bent geen vrouw, je bent een man, je moet nu komen.’ Uiteindelijk heeft Hasan toegegeven, het kostte hem 14 duizend euro. ‘Ik durfde geen aangifte te doen, ik had geen keuze.’ Vorig jaar zag hij hoe een jonge vent ramen lapte in zijn wijk. Wat moet je hier, vroeg glazenwasser Hasan. ‘We hebben deze wijk gekocht van een Hollander die is overleden. Dus de wijk is van ons.’ Uiteindelijk moest hij 5.000 euro betalen om zijn klanten terug te krijgen. Weer durfde Hasan niet naar de politie te gaan uit vrees voor represailles: ‘Ik had geen keuze.’ Aan wie moest hij betalen? ‘Aan de familie.’
De Bulgaarse arbeidsmigranten, afkomstig uit een Turks sprekend, straatarm gebied in hun thuisland, zijn tegelijk dader en slachtoffer, blijkt uit rapportages van politie en Arbeidsinspectie. De methode die wordt beschreven ziet er kortweg zo uit: bij aankomst in Nederland worden de Bulgaren onder begeleiding van de Turks-Nederlandse ronselaars langs de loketten gevoerd van de vaderlandse bureaucratie. Zonder het te beseffen zijn ze daarna eigenaar van een bij de Kamer van Koophandel geregistreerd bedrijf in glasbewassing en schoonmaak en staan ze aangemeld als niet-ingezetene met een eigen BSN-nummer. Ze zijn klaar om door de Turkse bovenbazen uit lappen te worden gestuurd.
Glazenwasser Hasan: ‘Het is allemaal schijnzelfstandigheid. Die jongens werken op percentage. Ze vangen 30 of 40 procent van de opbrengst, dat krijgen ze aan het eind van de dag in handen, het is zwart geld, de rest is voor de ‘patron’, de opdrachtgever.’ De Bulgaren leven verscholen in Zaanstad. Hun huisvesting is meestal in handen van Turkse bovenbazen. Het is opgestapeld wonen tegen woekerprijzen. Elitsa Yordanova is Bulgaarse die al 25 jaar in Nederland woont. Ze is vertrouwenspersoon voor landgenoten: ‘Waarom klagen ze niet over hun uitbuiting? Ik smeek ze soms om te protesteren tegen hun Turkse bazen. Maar ze staan met de rug tegen de muur. Wie vandaag protesteert, staat morgen op straat.’
In 2014 stonden vier leden van de familie Y. voor de rechtbank. Tussen 2007 en 2010 was een omzet van 7,3 miljoen euro voor de belastingen verzwegen. Uit een rapport van het RIEC, een samenwerkingsorgaan tegen ondermijnende criminaliteit: ‘Een groep van ongeveer vijftien mensen zorgt voor geldtransporten naar Turkije (-) telkens met 10.000 euro per persoon.’ Toeval of niet, in de stad Kars, in het oosten van Turkije verrichtte begin 2011 Recep Tayyip Erdogan, toen premier, de opening van een hotel van acht verdiepingen, 64 kamers. Kosten 10 miljoen euro. Het hotel was eigendom van zakenman Ahmet Y. Volgens diverse dossiers die in bezit zijn van de krant is hij een van de sleutelfiguren in het Zaanse familiebedrijf.
Ofschoon in hoger beroep het gerechtshof drie van de vier familieleden veroordeelde voor onder meer deelname aan een criminele organisatie, waren uiteindelijk de straffen mild. Het leidde niet tot ander gedrag. In een recente inventarisatie van het RIEC staat: ‘Het is opvallend en verontrustend dat in de praktijk de werkzaamheden van dit glazenwassersnetwerk worden voortgezet.’ Eerder noteerde de Arbeidsinspectie het vermoeden dat ‘de verdachten een verbeterde modus operandi hebben ontwikkeld’.
De Arbeidsinspectie heeft in 2024 een schatting gemaakt van de inkomsten uit de malafide glazenwasserij in Zaandam. ‘Een groot deel van de verdiensten’ gaat naar de familie Y. De inspectie berekende dat de woekerhuren voor de Bulgaren jaarlijks 4,8 miljoen euro opleveren. De glazenwasserij is goed voor 3,1 miljoen. Of deze bedragen ook op het aangifteformulier aan de Belastingdienst voorkomen, valt te betwijfelen. Uit een notitie van het ICOV, Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen: ‘De bedrijfsvoering in het netwerk Y. is erop gericht de omzet zo laag mogelijk te houden, zodat het enigszins overeenkomt met de omzet van bonafide bedrijven.’
Hoe is het te begrijpen dat zo’n omvangrijke praktijk van ondermijning jaar na jaar kan voortduren? Het RIEC kent een technische verklaring: de klanten betalen contant, de Bulgaarse glazenwassers worden zwart uitbetaald. ‘Het is voor (fiscale) overheidspartijen zeer moeilijk’, aldus een rapport, ‘om op te treden tegen de praktijken, omdat verdiensten veelal buiten zicht blijven.’
Er is tenminste nog één andere verklaring, van bestuurlijke aard: overheidsbureaucratieën zitten gevangen in een eigen cultuur, waardoor men, aldus de Arbeidsinspectie, ‘in een eilandenstructuur blijft hangen’. Er wordt in Nederland, vrij vertaald, bar slecht samengewerkt tussen overheidsinstanties. Het verklaart waarom het gemeentebestuur van Zaanstad maar zelf aan de slag is gegaan.
Voorspoedig verlopen de controles niet. Zo is in Zaanstad een storm opgestoken over de controles op woonfraude. Waar leven de duizenden Bulgaarse arbeidsmigranten; waar is sprake van illegale bewoning? De kritiek lijkt vooral gericht op de uitvoering. Sommige bewoners uit de overwegend Turkse achterstandswijken spreken van ‘een verbeten jacht op eventuele ondermijners’, van ‘overwegend grote mannen in het zwart’ die plotseling voor de deur staan, waardoor het gemeentebestuur ‘een heel stadsdeel met onschuldige inwoners’ zou intimideren en discrimineren. De spanningen lopen hoog op.
Inhoudelijk lijkt wel degelijk grond te bestaan voor de stevige aanpak. In een rapportage uit juli 2024 bijvoorbeeld bleek een sociale huurwoning te zijn onderverhuurd aan vier Bulgaarse arbeidsmigranten. De officiële huurder woonde feitelijk niet meer in Zaandam, maar in Turkije. Vanuit Turkije beklaagde hij zich tegenover de controleurs over zijn lot: ‘Ik ben ziek. Ik heb een heel zwaar leven gehad. Ik kan niet werken.’ De huurder bleek de pater familias van de familie Y. te zijn, de man die volgens de opsporingsdiensten aan de touwen trekt in het criminele netwerk. Het huis is afgesloten.
Glazenwasser Hasan: ‘Iedereen is bang voor de familie. Niemand durft iets te zeggen. De mensen glimlachen als ze hen op straat tegenkomen, ze geven een hand. De familie is gewoon de baas hier. Zo moet je het zien.’
Dit verhaal over de macht van een criminele familie in Zaandam is voor een deel gebaseerd op rapportages van gemeentelijke diensten die de Volkskrant in handen kreeg na een beroep op de Wet open overheid (Woo). Daarnaast kon de krant op basis van eigen nieuwsgaring beschikken over documenten van diverse overheidsdiensten, van Arbeidsinspectie tot Belastingdienst. De advocaat van de familie noch de familie zelf reageerde nadat het verhaal was voorgelegd.
Source: Volkskrant