Jeugdzorg De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd maakt zich grote zorgen over de jeugdhulp op het Gelderse Hoenderloo-terrein. Volgens de inspectie krijgen jongeren er nauwelijks onderwijs of dagbesteding en is sprake van „middelengebruik, bedreiging, geweld, nachtelijke activiteiten en vernielingen”.
Jeugdinstelling van Pluryn, De Hoenderloo Groep.
Het is niet de eerste keer dat instellingen voor jeugdhulp op de vingers worden getikt door de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd. „Te veel jeugdigen krijgen niet, te laat, of onvoldoende bescherming, begeleiding en hulp. Dit blijft onacceptabel en moet beter”, luidde ruim een half jaar geleden nog de conclusie na grondig onderzoek. Maar een maandag verschenen rapport beschrijft dan toch weer een nieuw dieptepunt; op een groot terrein in het Gelderse Hoenderloo, op de Veluwe nabij Apeldoorn, is er bij de hulp aan jongeren met veelal complexe problemen van alles mis.
Bijvoorbeeld met enkele medewerkers van jeugdzorg; die waren tijdens een politiecontrole op het zogenoemde Hoenderlooterrein „onder invloed van verdovende middelen”. Zes medewerkers bleken bekend bij justitie, „een aantal vanwege handel in verdovende middelen”.
Het ‘Hoenderlooterrein’, waar de inspectie vorig jaar zomer onderzoek deed naar de verschillende jeugdzorgaanbieders die daar actief zijn, ligt afgelegen van de bewoonde wereld en wordt bevolkt door „een mix van jongeren en volwassenen” met uiteenlopende problemen – van verstandelijke beperkingen tot zware gedragsproblemen of drugsverslaving. Op het terrein wonen tevens arbeidsmigranten en zijn verschillende bedrijven en organisaties gevestigd. Door deze „optelsom” ziet de Inspectie „potentieel grote risico’s” voor de veiligheid van de 111 jongeren die er ten tijde van de inspecties woonden.
Er is sprake van „middelengebruik, bedreiging, geweld, nachtelijke activiteiten en vernielingen” op het terrein. „Meerdere jongeren hebben aangegeven zich onveilig te voelen op het terrein”, aldus het rapport. De jeugdinstellingen zelf signaleren „een grotere verleiding tot middelengebruik door de combinatie van doelgroepen op het terrein”.
Het overgrote deel van de jongeren met jeugdhulp in Hoenderloo komt niet uit de directe omgeving. Ze zijn hier vanuit alle hoeken van Nederland geplaatst omdat er op de Veluwe nu eenmaal plek is, „maar niet omdat het de meest passende plek is”, aldus een woordvoerder van de inspectie. Gemeenten slagen er dikwijls niet in om passende hulp te bieden aan jongeren met complexe problemen, door geldgebrek, personeelstekorten en wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren. Dus verwijzen ze de jongeren door naar ‘Hoenderloo’. „En aanbieders springen daar op in”, legt de woordvoerder uit.
Jeugdinstelling van Pluryn, onderdeel van De Hoenderloo Groep.
Zo werden jongeren en volwassenen vanuit 83 verschillende gemeenten naar de Veluwe gestuurd. Terwijl een van de voorwaarden voor succesvolle jeugdhulp juist is dat deze hulp voor jongeren in een instelling dichtbij de eigen woning is. Zo kan familie hen bezoeken; is er meer overleg tussen de verwijzer en de jeugdhulpverleners en controle op de kwaliteit en kunnen jongeren naar hun eigen school of vereniging blijven gaan. De fysieke afstand tot Hoenderloo „bemoeilijkt dit”, aldus de inspectie.
Twee jaar geleden wees de inspectie op het gebrek aan alternatieve hulp voor jongeren in Nederland die voorheen in een gesloten instelling werden behandeld. Ze krijgen geen of onvoldoende specialistische hulp, de jeugdhulpverleners zijn vaak onvoldoende bekwaam en werken op locaties met te grote groepen en ongeschikte woningen. Ook krijgen de jongeren onvoldoende onderwijs of dagbesteding én veel instellingen gebruiken vrijheidsbeperkende maatregelen, terwijl dat nu juist niet is toegestaan. De situatie op het Hoenderloo is in dat opzicht niet verrassend. „In Hoenderloo zien we de gevolgen van hoe het landelijk nu in elkaar steekt. Op zo’n terrein komt het allemaal samen”, aldus een woordvoerder.
De lijst aan geconstateerde gebreken op het terrein is lang. Lang niet alle medewerkers hebben de juiste papieren; een goede analyse van gemelde incidenten ontbreekt regelmatig; klachtenregelingen en interne tegenspraak schieten nogal eens tekort en na een crisisopvang is vaak lang onduidelijk welke hulp de jongere moet krijgen. Negen van de tien onderzochte jeugdinstellingen in Hoenderloo werken met bijvoorbeeld cameratoezicht, deurverklikkers, sloten op deuren, kamercontroles en vaste kamertijden, dit alles „terwijl dit niet is toegestaan”.
Sommige leerplichtige kinderen krijgen geen of nauwelijks onderwijs; ook is er onvoldoende dagbesteding en dat „vergroot het risico op negatieve groepsvorming en incidenten uit verveling”. Behalve de afgelegen ligging staat ook de „negatieve beeldvorming over het Hoenderloo-terrein” het vinden van school en dagbesteding in de weg.
De bevindingen zijn voor de Inspectie opnieuw aanleiding kabinet en gemeenten op te roepen „stevige regie” te voeren op met name de kwetsbare jongeren die intensieve hulp behoeven maar die, bij gebrek aan hulp in de eigen regio, terechtkomen in instellingen met onvoldoende kwaliteit. „Durf met stevig leiderschap de problemen aan te pakken”, besluit het rapport. Een woordvoerder van de inspectie: „We blijven het zeggen. Er is meer nodig dan alleen ons toezicht. We blijven op de trom slaan.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen