Home

Rotraut, de weduwe van Yves Klein, exposeert in Nederland: ‘We hebben telepathisch contact, hij is mijn soulmate’

Beeldende kunst In het Stedelijk Museum Schiedam is een tentoonstelling te zien met werk van de Franse kunstenaar Yves Klein, zijn vader, moeder en weduwe Rotraut Klein-Moquay. In de opstelling worden de artistieke uitwisselingen tussen de familieleden zichtbaar.

Rotraut Klein-Moquay, de weduwe van Yves Klein, in Stedelijk Museum Schiedam.

‘Yves is een deel van mij. Hij is hier [zij legt haar hand op haar hart] en overal. We hebben telepathisch contact, hij is mijn grote inspiratie. We hadden dezelfde visioenen, we zijn met elkaar verbonden door onze fascinatie voor de ruimte, de Melkweg en de sterren. Wij waren soulmates.”

Ik spreek Rotraut Klein-Moquay, de weduwe van de Franse kunstenaar Yves Klein (1928-1962), in het Stedelijk Museum Schiedam. Ze is aanwezig bij de opening van een tentoonstelling waarin het werk van Yves Klein te zien is, samen met dat van zijn naaste familie: moeder Marie Raymond, vader Frits Klein en echtgenote Rotraut. Yves Klein, wereldberoemd geworden met zijn monochrome schilderijen in diepblauw, roze en goud, werd gedreven door een diep verlangen naar leegte en oneindigheid. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste voorlopers van de conceptuele kunst en was een pionier van de performancekunst.

Rotraut Klein-Moquay (Rerik, Duitsland, 1938) is een kleine, energieke vrouw van 87 jaar. Zij woont in Phoenix, Arizona, waar zij naast schilderijen monumentale kleurrijke sculpturen maakt van half-abstracte dansende mens- en dierfiguren. Ze is regelmatig in Europa, voor tentoonstellingen van haar eigen werk en als beheerder van de nalatenschap van Klein, ondergebracht in de Yves Klein Archives in Parijs. Hoe wil ze genoemd worden, vraag ik haar: Rotraut Uecker (haar meisjesnaam), Rotraut Klein, Rotraut Klein-Moquay (haar tweede man)? Ze wuift het lachend weg: „Het is allemaal goed! Rotraut is het makkelijkst.”

Rotraut Uecker en Yves Klein bij hun aankomst in New York, 1961.

Yves Klein en Rotraut Uecker ontmoetten elkaar in 1957 in zijn geboorteplaats Nice, in het huis van de met Klein bevriende kunstenaar Arman, waar zij werkte als au pair. Ze trouwden in 1962. Op een foto in de tentoonstelling in Schiedam, waar behalve kunstwerken ook veel documentatiemateriaal wordt getoond, zien we haar als bruid in een witte sprookjesjurk met sluier en een blauw kroontje op het hoofd. Klein draagt het ceremoniële Rozenkruiser-uniform, de esoterische beweging waar hij lid van was. Een half jaar na hun huwelijk overleed Klein, 34 jaar oud. Enkele maanden later werd hun zoon Yves Amu Klein geboren.

Cirkels in vlammend oranje

Rotraut is ervan overtuigd dat de oorzaak van Kleins overlijden niet hartfalen is, de officiële lezing, maar de giftige dampen die hij inademde tijdens het werk aan monochrome muurreliëfs in het theater van Gelsenkirchen. Bij het mengen van de ingrediënten voor het blauwe polyester kwamen gassen vrij. Als dit klopt was Klein de eerste van een lange reeks kunstenaars in de jaren zestig en zeventig die zijn overleden na hun experimenten met nieuwe, giftige kunststoffen. Zo stierf beeldhouwer Eva Hesse in 1970 op 34-jarige leeftijd aan kanker als gevolg van het gebruik van kunsthars.

Een officiële kunstopleiding heeft Rotraut nooit gevolgd, maar als kind al observeerde zij haar acht jaar oudere broer, de vorig jaar overleden beeldhouwer Günther Uecker. Rotraut volgde Günther naar Düsseldorf, waar hij op de kunstacademie zat. Behalve door haar broer is Rotraut als jonge kunstenaar gesteund door Arman en Yves Klein. In Schiedam is van haar onder meer Trou Noir (circa 1972) te zien, een schilderij van een zwart gat omgeven door concentrische cirkels in vlammend oranje, zwevend door de ruimte. Melkweg (1987) is een donkerblauw vlak, doorspikkeld met witte, transparante, wolkachtige formaties.

Er zijn veel connecties tussen de familie Klein en Nederland. In 1956 had Marie Raymond een solotentoonstelling in het Stedelijk in Amsterdam, in 1965 had Frits een solo in Schiedam. De eerste overzichtstentoonstelling van Klein vond postuum plaats in 1965 in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Kort daarvoor had Rotraut haar eerste solotentoonstelling in de galerie van Willem de Ridder, Galerie Amstel 47 in Amsterdam.

Rotraut, ‘Trou noir’ (Zwart gat), ca. 1972.

Yves Klein, Planetaire reliëf ‘Regio Grenoble’, (RP 10), 1961.

Het fenomeen kunstenaarsfamilie is niet uniek. Wél is het uitzonderlijk dat werk van de verschillende familieleden bij elkaar is gebracht op zo’n manier dat artistieke uitwisselingen tussen hen zichtbaar worden. Oppervlakkig bezien zijn er veel overeenkomsten, zoals een uitbundig kleurgebruik met veel roze, paars en blauw, en kosmische visioenen bij Marie, Yves Klein en Rotraut. Aanvankelijk draagt het werk van Klein de sporen van beide ouders. Een vroege, expressionistische aquarel van een paard (1950) hangt naast een aquarel van circuspaarden (1940) van zijn vader. Mooi is een abstract-expressionistische aquarel van Yves Klein in felle kleuren (1950) die veel gemeen heeft met de abstracte beeldtaal van zijn moeder.

Van de twee ouders was Marie het meest getalenteerd. Terwijl het werk van Frits nogal eens blijft steken in sentimentele, pastelkleurige voorstellingen van bloemen en landschappen, ontwikkelde Marie een krachtige, abstract-geometrische stijl in heldere kleuren die ruimte laat voor persoonlijke expressie. Zij speelde bovendien een actieve rol in de kunstwereld, door kunstkritieken te schrijven en door op maandagavonden een salon te organiseren in hun kleine Parijse appartement. De salon, Les Lundis, werd bezocht door kunstenaars als Pierre Soulages, Nicolas de Staël en Sonia Delaunay.

Marie Raymond, Yves en Frits Klein, 1954.

Puur blauw pigment

Klein volgde al vroeg zijn eigen weg. In 1946 lag hij op het strand van Nice, hij was toen 18 jaar, en maakte „een fantastische realistisch-denkbeeldige reis” en signeerde de diepblauwe hemel, zoals hij later schreef in zijn dagboeknotities. Zijn oeuvre, dat in nauwelijks tien jaar is ontstaan maar in zijn veelzijdigheid decennia lijkt te omvatten, is een poging om een fysieke uitdrukking te vinden voor het immateriële en voor het bewustzijn van, in zijn woorden, ‘immanentie’, dat zoiets betekent als ‘onmiddellijkheid of een scherp bewustzijn van het moment’. Kleins monochrome schilderijen van puur blauw pigment en van bladgoud zijn bedoeld om een sensatie van oneindigheid teweeg te brengen. Het werkt: voor wie de tijd neemt veroorzaken deze schilderijen de ervaring van opgenomen worden in een onbegrensde ruimte.

Het eerste monochrome doek (circa 1955) was niet, zoals wel eens wordt gesuggereerd, een grap bedoeld om zijn vader te provoceren, vertelt Rotraut. „Het was hem grote ernst. De artistieke handeling was voor hem een religieus beladen daad.” Dat gold ook voor zijn tentoonstelling van De Leegte in de Parijse galerie van Iris Clert in 1958, waar niets anders te zien was dan een wit geschilderde kamer met een lege kast: een „gesensibiliseerde ruimte”, zoals Klein het noemde.

Klein wilde materialen en elementen (lucht, vuur) zoveel mogelijk voor zichzelf laten spreken. Als kunstenaar nam hij daarbij de taak op zich van ‘regisseur’ of veroorzaker van een gebeurtenis. Zo ontstonden in 1960 ook de Anthropométries, waarvan er enkele te zien zijn in Schiedam. Een filmpje op de tentoonstelling laat zien hoe dit in zijn werk ging. Tijdens een publieke performance smeerden drie naakte jonge vrouwen, onder wie Rotraut, zichzelf in met International Klein Blue (IKB), een door Klein gepatenteerd mengsel van puur blauw pigment (een soort Reckitt blauw) en synthetische hars. Vervolgens drukten zij zichzelf op levensgrote vellen papier, tegen de muur of op de grond. Ondertussen speelde een orkest van twintig musici de door Klein gecomponeerde ‘Monotone-Silence Symphony’ en liet hij op afstand het werk ontstaan, door wat hij zijn „levende penselen”, noemde. Hij schreef hierover: „Ik sta daar […] klaar om het kunstwerk te verwelkomen dat geboren wordt in de tastbare wereld.” Het resultaat was indrukwekkend: grote, archaïsche, half-mythische beeltenissen van vrouwenlichamen in stralend blauw.

Spiritueel werk

Ik vraag Rotraut hoe zij terugkijkt op deze actie, die in de ogen van huidige feministen niet echt door de beugel kan. Rotraut: „De Anthropométries zijn een zoektocht naar een evenwicht tussen het tastbare en ontastbare. Er is niets verkeerd aan als je geest puur is. Yves was heel onschuldig. Als je beschaamd bent heb je de verkeerde houding, het was spiritueel werk. Sommige vrouwen hadden het gevoel dat ze een prachtige jurk droegen.” Ze vervolgt: „Voor Yves hadden de Anthropométries de betekenis van het sudarium, de zweetdoek van de Heilige Veronica waarop de afdruk van het gezicht van Christus achterbleef. Yves was, naast Rozenkruiser, een toegewijd katholiek.”

Hoe spiritueel Klein ook was, naïef was hij niet. Misschien had hij al vroeg bij zijn ouders gezien hoe een kunstwerk direct na voltooiing een object wordt van commerciële speculatie. Zijn meest extreme actie in dit opzicht was de uitgifte van certificaten voor Zones van immateriële picturale sensibiliteit (1961). Identieke certificaten ruilde hij met een koper voor wisselende hoeveelheden goud, bijvoorbeeld 20 of 160 gram. De certificiëring was pas voltooid wanneer direct na de ruil de helft van het goud door Klein in de Seine was gegooid en de eigenaar van het certificaat dit ter plekke had verbrand. Zo bleef er van het hele werk niets over dan enkele zwartwit foto’s van de gebeurtenis en, natuurlijk, wat bladgoud in de handen van Klein.

Klein liep met dit soort werk vooruit op de vele acties van conceptuele kunstenaars in de decennia erna. Als samenspel van schoonheid, poëzie en een onverbiddelijke radicaliteit blijft zijn werk volkomen uniek. Rotraut: „Het leven, het immateriële, is onzichtbaar en onbetaalbaar. Toch heeft het zijn prijs. Yves gebruikte het goud als betaling voor het leven dat hem geschonken was. Ik zie kunst als een grote piramide waar het stoffelijke en het ontastbare samenkomen. Het hoogste punt van het werk van Yves is heel hoog en voor de meeste andere kunstenaars onbereikbaar.”

Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie: Frits, Marie en Rotraut. T/m 25 oktober 2026 in Stedelijk Museum Schiedam.

Rotraut Klein-Moquay in een zaal van de tentoonstelling in Schiedam.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Beeldende kunst

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next