Joep de Groot | zorgverzekeraar Organisaties die winst boven kwaliteit stellen en daarom ingewikkelde patiënten weren, moeten worden aangepakt. Dat vindt Joep de Groot, als zorgverzekeraar. „Als we kijken naar de toekomst van het stelsel, is dit niet wat je wil.”
Joep de Groot in Tilburg: "Op cruciale plekken is te weinig zorg geleverd vanwege de grote personeelstekorten."
Afschuwelijk”, vindt hij het. Dat er ggz-bedrijven (psychiatrie en psychologie) zijn die een patiënt de deur wijzen zodra die het woord ‘suïcide’ in de mond neemt. Hun problemen zouden voor zo’n kliniek ’te zwaar’ zijn en dus tijd en geld kosten. „Dan heeft die partij wel eerst drie, vier gesprekken gevoerd met de patiënt, zodat ze een mooie fee opstrijken, en word je toch afgewezen. Eerlijk gezegd vind ik dat echt vrij slecht. Moreel gezien.”
Joep de Groot is sinds zeven jaar bestuursvoorzitter van CZ, een van de vier grote zorgverzekeraars, die 22 procent van de bevolking verzekert. Hij maakt zich zorgen over de zorg – „een systeem onder stress” – en praat kritisch over de gevolgen van winstbejag en personeelstekorten.
CZ heeft een bedrijfsmodel dat niet op winst is gericht. „Als wij resultaat maken, dan blijft dat geld voor de verzekerden. (De premie wordt bevroren, zoals dit jaar gebeurde, of verlaagd, red.) En dat heeft ook een bedoeling. Ik heb niks tegen private partijen in de zorg. Die helpen namelijk ook bij innovatie. Dat is hartstikke goed. Maar dat verandert op het moment dat je winstprikkel zo groot wordt, dat je de kwaliteit van zorg gaat ondermijnen.”
CZ presenteert dinsdag goede jaarcijfers over 2025: er werd 243 miljoen euro ’rendement’ gemaakt (in 2024: 132 miljoen euro). Niet zo veel op een omzet van 13 miljard euro aan zorgpremies, maar geld overhouden is dan ook niet de bedoeling. De Groot: „Eigenlijk wil je zo’n resultaat niet maken. Want dat betekent dat er minder zorg is geleverd dan we zouden willen. We zien dat er op cruciale plekken in de zorg, zoals in de ziekenhuizen en bij bepaalde vormen van wijkverpleging, te weinig zorg is geleverd omdat er zulke grote personeelstekorten zijn. Dus het zijn goede cijfers, maar ze laten ook een zorgsysteem onder stress zien.”
Zo komt hij meteen bij een andere grote kwestie: het personeelstekort. De zorg, zegt De Groot, moet anders georganiseerd worden. „Nu is een op zes mensen zorgverlener, maar met de vergrijzende bevolking is in de nabije toekomst een op de vier nodig. Dat is niet reëel – die mensen zíjn er niet. Veel mensen willen niet in de zorg werken en andere publieke taken, zoals defensie, hebben ook mensen nodig. Dus moet het anders georganiseerd.”
Digitalisering kan een uitkomst bieden, volgens De Groot. „Er zijn innovaties waardoor de arts of verpleegkundige minder wordt belast. Neem ‘Zorg bij jou’, een app van Santeon [keten van zeven grote ziekenhuizen die 13 procent van de ziekenhuiszorg bieden]. Met de app stellen patiënten hun vraag online aan hun zorgverlener. Die zeggen dat dat meteen impact heeft op hun werk. De patiënt komt minder langs, stelt minder vragen, doet meer zelf. Je hebt veel minder zorgverleners nodig om een patiënt te helpen. Daar kan je wel enthousiast over zijn.”
Toch zijn er ook patiënten, ouderen bijvoorbeeld, die een app of qr-code niet begrijpen. ”We moeten met beide groepen rekening houden.” De Groot prijst initiatieven als thuisarts.nl, waar patiënten medische informatie kunnen vinden. „Daardoor houden zorgverleners tijd over voor de groep die het niet zo goed kan.”
Wel moet de patiënt zo’n app kunnen vertrouwen, zegt De Groot. En dat is niet eenvoudig in een wereld waarin commerciële techbedrijven veel gevoelige data verzamelen. Gegevens van patiënten zijn niet altijd veilig, zo bleek vorig jaar met het datalek bij Clinical Diagnostics, het lab dat werkte voor Bevolkingsonderzoek Nederland. „Als patiënt verwacht je dat je gegevens veilig zijn. We kunnen bij partijen waarmee we een contract hebben, eisen dat de beveiliging op orde is. Dat de servers van de app of andere toepassingen bijvoorbeeld binnen Europa blijven.”
Clinical Diagnostics is eigendom van een Frans beursgenoteerd bedrijf dat te weinig geïnvesteerd bleek te hebben in databeveiliging. Het ging voor winst. Net als een relatief nieuw fenomeen in Nederland: private equity-partijen die zorgverleners opkopen. Het is één keer grondig in kaart gebracht, in 2024 door Ernst & Young. Dat turfde 35 private equity-bedrijven die investeren in onder meer kraamzorg, mondzorg, paramedische zorg, ggz, huisartsenzorg en medisch specialistische klinieken. Geen ziekenhuizen: die mogen winst niet uitkeren en zijn dus niet interessant voor investeerders. Van de 35 investeerders komen 21 uit het buitenland.
Natuurlijk, zegt De Groot, zijn er ook private equity-bedrijven die iets bijdragen door in innovatie te investeren. Maar hij heeft „oprecht zorgen” over zorgaanbieders die zijn gekocht door private partijen, waarbij de winstprikkel groot is. De Groot: „Het is niet erg dat je geld verdient met goede zorg, maar zorg is een publieke taak. Je moet dat dus op een nette manier uitvoeren en dat gebeurt niet overal.”
Bijvoorbeeld dus in de ggz, waar sommige klinieken bewust te veel ‘lichte’ patiënten „pakken”, zegt hij – en patiënten met zwaardere problemen afwijzen. „Dat gebeurt nu zodra de zorgvraag een beetje te veel wordt. Dat is soms best snel. Maar dit zijn mensen die serieus om hulp vragen. De behandelaar zegt dan ‘nee sorry, dat vind ik te ingewikkeld’. Niet alle private equity-partijen doen dat zo. Maar ik zie er die dat doen. En vanaf dat moment zit je wat mij betreft echt aan de verkeerde kant van het spel.”
Om te voorkomen dat patiënten van aanbieder naar aanbieder worden gestuurd, worden zulke ‘exclusiecriteria’ (zoals suïcidaliteit, te verslaafd, onvoldoende beheersing Nederlandse taal, te gecompliceerd) sinds 2026 ontmoedigd. Dat is vorig jaar afgesproken in het nationale akkoord tussen zorgverzekeraars en behandelaren. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag een behandelaar een patiënt weigeren.
Maar tot frustratie van verzekeraars is dit niet wettelijk vastgelegd. Vorige week riep Zorgverzekeraars Nederland de Tweede Kamer daarom op de wetgeving nog dit jaar aan te passen. Dan kunnen zorgverzekeraars dit opnemen in de contracten voor 2028.
Dat wil De Groot ook. ”Door in contracten te eisen dat de zorgaanbieder kwaliteit van zorg boven winst stelt. Dat is best lastig, want soms zijn partijen de enige aanbieder in de regio. Daar zit een dilemma, want wij hebben ‘zorgplicht’. Maar als we kijken naar de toekomst van het stelsel, is dit toch niet wat je wil: dat winst boven de kwaliteit van zorg gaat. Dan vind ik dat je echt iets verkeerds doet.”
CZ probeert nu met cijfers en datapatronen „boven water te krijgen” welke gecontracteerde zorgaanbieders winst boven zorgkwaliteit plaatsen. De Groot: „We kunnen zien hoeveel behandeluren worden gegeven, welke diagnose en behandeling, welke intake-vragen de patiënt krijgt, en of we meer klachten van patiënten over een aanbieder binnenkrijgen. Maar het is lastig.”
Een recent voorbeeld waar winst boven zorg leek te staan, is Villa ExpertCare, dat ernstig zieke en gehandicapte kinderen verzorgt. In januari kondigde de organisatie aan zijn zorgvilla’s te sluiten – het „Nederlandse zorgsysteem” vergoedt volgens de Duitse eigenaar niet genoeg. Ouders raakten in paniek, zochten media en politiek op. Mirjam Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, stelde in een Kamerdebat dat de villa’s „openblijven zo lang als nodig is”.
De zorgplicht ligt bij de verzekeraar en ook CZ heeft met Villa ExpertCare een contract. De Groot: „We hebben zorgplicht voor die kinderen en we hebben daar meteen een crisisteam op gezet. De gesprekken over een oplossing lopen. Moet de zorg bijvoorbeeld worden overgenomen door een andere aanbieder?” Heel uitzonderlijk is dit niet voor een verzekeraar, vertelt De Groot. „Op elk moment hebben we denk ik drie tot vijf van dit soort casuïstieken.”
De Groot is positief over de plannen van de nieuwe regering om de verplichte vergoeding van zorg door ongecontracteerde zorgverleners af te schaffen, omdat in zijn ogen te veel geld weglekt naar deze partijen. Nu moet de verzekeraar 70 procent van de doktersrekening vergoeden van zorgverleners met wie hij géén contract heeft. Dat moet van de wet. Achterliggend idee is dat patiënten altijd recht hebben op een ‘vrije artsenkeuze’, ofwel de zorgverlener die zij kiezen, en niet eentje die de zorgverzekeraar uitkiest.
In de praktijk hebben alle ziekenhuizen en huisartsen een contract, en ook veel zelfstandige klinieken. Maar sommige fysiotherapeuten, psychologen, wijkverpleegkundigen en speciale klinieken voor bijvoorbeeld heupoperaties hebben dat niet. De verzekeraar vindt hen te inefficiënt. De Groot: „Ik zie dat zij over het algemeen meer uren zorg leveren dan een vergelijkbare gecontracteerde partij. Meer zorguren vindt de patiënt vaak prettig, maar is het ook solidair?” Gezien de tekorten aan personeel, zouden de vergoede uren gelijk moeten worden verdeeld, vindt De Groot. „Vooral mensen die het zorgsysteem goed begrijpen weten de weg te vinden naar ongecontracteerde aanbieders. Mensen die het financieel moeilijker hebben, gaan daar minder vaak naartoe. Dat vind ik ook echt een solidariteitsissue.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen